Volkskrant 11 april 1998

Willem de Bruin

Ondanks de economische successen van het paarse kabinet knaagt er iets. De overheid is teruggetreden, de burgers zijn consumenten, de middenklasse is de maat der dingen en de consensus is verpletterend, maar wie is nu de maatschappij, vraagt Willem de Bruin zich af.

KRITIEK leveren op de prestaties van het paarse kabinet maakt al gauw een ondankbare indruk. Immers, nooit eerder hadden zoveel mensen het zo goed. Dankzij de arbeidstijdverkorting en de verruimde openingstijden van winkels hebben we ook meer tijd dan ooit het geld uit te geven. En met wat we nog over houden, weten de over elkaar heen buitelende aanbidders van fiscaal vriendelijke beleggingsconstructies wel raad.

Toch knaagt er iets. Al vertegenwoordigen de kerken met hun protest tegen de 24-uurseconomie een minderheid, de schaduwkanten van de jacht op meer tekenen zich langzaam scherper af. 'De maatschappij dat ben jij', heet de nieuwe SIRE-campagne, waarin wordt ingehaakt op het gevoel dat de samenleving 'verhardt, verkilt, verloedert'.

Geld verdienen is leuk, geld uitgeven nog leuker, maar geld als bindmiddel van de samenleving levert een weinig hechte constructie op.

'Onze maatschappij kan niet zonder een normbesef dat verder reikt dan eigenbelang; zij is immers gegrond op aanvaarding van verantwoordelijkheid voorwat allen tezamen raakt. In belangrijke mate vormt het publieke geweten het bindmiddel dat de nationale gemeenschap bijeen houdt. Dit begint met belangstelling voor de publieke zaak: de wil tot medeweten. Verwezenlijking van het algemeen belang vraagt bewuste en verantwoordelijke burgers en sterke maatschappelijke organisaties.'

Toen koningin Beatrix deze woorden op Eerste Kerstdag 1997 uitsprak, werd door de politiek een beleefd stilzwijgen in acht genomen. Haar moraliserende woorden staan inderdaad mijlenver af van de platvoerse werkelijkheid op het Binnenhof Toch raakte majesteit aan een van de zwakke plekken van paars, al was het haar niet gegeven over de verantwoordelijkheid van de politiek in dezen te spreken.

De jarenlange, vaak terechte kritiek van zowel links als liberalen op de spruitjesmoraal van het CDA, deed menigeen uitzien naar de wijze waarop paars invulling zou geven aan het burgerschap, Vier jaar later moeten we vaststellen dat de burger, de citoyen, vrijwel geheel is verdrongen door de consument. Iemands identiteit wordt, zo lijkt het, nog slechts bepaald door de plaats die hij inneemt in het economisch proces. Men is wat men consumeert.

In plaats van naar de burger toe te komen, sloeg het bestuur op de vlucht. Maakbaarheid maakte plaats voor marktwerking, subsidiëring voor privatisering. Of het nu gaat om de sociale zekerheid, de spoorwegen, universiteiten, musea of voetbalclubs: niemand ontsnapt aan de tucht van de markt. Rendement en nut hebben de plaats ingenomen van creativiteit en verbeelding, pluriformiteit maakte plaats voor een verpletterende consensus.

Natuurlijk, de terugtredende overheid is geen idee van de paarse coalitie. Zij geeft slechts vorm aan een ontwikkeling die reeds na val van de Berlijnse Muur in 1989 in gang is gezet. Sindsdien wordt de wereld geregeerd door het misverstand dat met het failliet van het communisme ook alle kritiek op het kapitalisme met terugwerkende kracht ongeldig is verklaard.

PvdA-lastpak Bart Tromp schreef eerder dit jaar in Het Parool over het taboe op het K-woord. 'Kapitalisme heeft twee kanten: een ideologische en een feitelijke. De feitelijke kant is de nietsontziende jacht op winst, waaraan alle,andere motieven van menselijk handelen ondergeschikt zijn gemaakt. Het ideologische front is dat van competitie en concurrentie, dat de besten in eerlijke wedijver doet winnen. Het mooie van deze wedstrijd is dat de voordelen ervan ten goede komen aan de consumenten. Zij krijgen meer en betalen minder. Daarvoor zorgt de tucht van de markt.' Ook het paarse kabinet verschuilt zich achter dit ideologische front. Op het eerste gezicht lijkt de burger - ontzuild, mondiger en welvarender dan ooit - inderdaad de grote winnaar. Als koning-klant wordt hij begeerd door alle producenten, als soevereinkiezer beziet hij iedere vier jaar opnieuw welke van de in het midden samengeklonterde partijen zijn stem waard is. Partijen die niet nalaten hem met beloften van nog meer lastenverlichting milder te steunen.

In werkelijkheid is de relatie tussen burger en overheid gecompliceerder. De burger is een gespleten persoonlijkheid die met evenveel gemak lid wordt van Natuurmonumenten als van de ANWB, die zich verzet tegen overheidsbemoeienis met zijn manier van leven, maar om het hardst roept om handhaving van normen en waarden als een junk zijn autoradio heeft gestolen.

Deze gespletenheid kwam duidelijker dan ooit tot uiting in de protesten na de gewelddadige dood van Joes Kloppenburg en Meindert Tjoelker, een uiting van zowel machteloosheid als van het besef dat er, alle individualisering ten spijt, nog steeds een collectief gedragen onderscheid tussen goed en kwaad bestaat. Helaas is uit het zicht verdwenen wie verantwoordelijk is voor de handhaving van dat onderscheid.

Het geeft aan dat er achter de tegenstelling markt-overheid nog andere tegenstellingen schuilgaan. Tussen individu en gemeenschap, tussen moderniteit en traditie. Tegenstellingen waar alle partijen in gelijke mate mee worstelen, getuige de pogingen van VVD-leider Bolkestein om economisch liberalisme te combineren met cultureel conservatisme. Een tot mislukken gedoemde exercitie, daar de vrije markt immers geen moraal kent en juist niets ontziend afrekent met iedere traditie die de optimale werking van het marktmechanisme in de weg staat.

Nog groter zijn de problemen voor de PvdA wier identiteit van alle partijen het meest is verbonden met het lot van de staat. De onmacht van de nationale staat is daarmee tevens de onmacht van de sociaal-democratie.

Onderzoek wijst uit dat ondanks alles het vertrouwen in de democratie onder de meerderheid van de bevolking nog ongeschonden is. De geruststellende woorden van Bolkestein, uitgesproken na de laatste raadsverkiezingen, dat het wegblijven bij de stembus ook kan duiden op tevredenheid zijn niettemin misplaatst. Democratie is niet iets waar je gebruik van maakt op het moment dat je de politiek nodig hebt.

Democratie vergt onderhoud, betrokkenheid vanuit het besef dat de overheid zijn legitimatie in de samenleving vindt. Die betrokkenheid kan niet worden afgedwongen. De liefde moet van twee kanten komen.

Het past dan ook niet de burger te verwijten slechts oog te hebben voor het eigenbelang, als de overheid zelf voortdurend de onmacht van politiek predikt en de burger maant zelf zijn verantwoordelijkheid te nemen.

Wil de burger weer warm lopen voor de publieke zaak, dan dient de overheid die in de eerste plaats zelf serieus te nemen. Dat vereist politici die een eind maken aan de funeste beeldvorming als zou de regering een soort Raad van Bestuur van de BV Nederland zijn, met als enig beleidsdoel een zo groot mogelijke'winst'. Het vraagt om politici die de overheid bevrijden uit de handen van interimmanagers en consultants voor wie'beleid’ slechts een 'product' is en de burger een 'klant'.

Inderdaad, de meerderheid lijkt heel tevreden in zijn rol als klant De markt kent winnaars en verliezers en de winnaars zullen zich hoe dan ook wel redden en bereid blijven in ruil voor privileges de zittende politici in het zadel te houden. De verliezers haken eenvoudig af en zijn dan ook electoraal niet meer interessant.

In 1993 herinnerde een lid van het toenmalige CDA/PvdA-kabinet aan de waarschuwing van de Amerikaanse econoom John Kenneth Galbraith.

'Als politici electoraal aangewezen zijn op een meerderheid van "tevreden", min of meer welvarende burgers, dan gaan ze zich daar ook naar gedragen. De politiek raakt in de greep van wat Galbraith noemt een "cultuur van tevredenheid", waarbij middleclass politici de steun van middleclass kiezers krijgen, op voorwaarde dat ze die kiezers niet lastig vallen. Het gevolg is dat noodzakelijke economische en sociale hervormingen achterwege blijven.'

Was getekend Wim Kok.

Willem de Bruin is redacteur van de Volkskrant. Dit is het eerste deel van een korte serie.