Ontevreden burgers (2002)

Burgers en overheid zijn van elkaar vervreemd geraakt. In een democratie voert de overheid de wil van de burgers uit. Veel burgers stellen zich tegenover diezelfde overheid op als passieve consumenten die eisen dat de overheid, net als een bedrijf, snel en goed levert. Een werkelijk democrati­sche burger dient te beseffen dat niet elke wens ogenblikke­lijk gehonoreerd kan worden. Sommige problemen zijn ui­terst complex. De politiek moet tegenstrijdige belangen te­gen elkaar afwegen. Daardoor kan de overheid nooit ieder­een tevreden stellen. Er zullen per definitie altijd ontevre­den burgers zijn.


Volkskrant 16-9-2002

Redactioneel commentaar

PIM Fortuyn schreef er een boek over, De puinhopen van paars. Het Sociaal en Cultureel Planbureau is in zijn rapport over de kwaliteit van de publieke dienst­verlening wat milder gestemd. Toch moet ook het Planbureau, veelvuldig be­kritiseerd om zijn bijna ontembare opti­misme, erkennen dat de onvrede over de overheid is toegenomen. Dat ligt niet alleen aan de over­heid. De welvarende burger is een veeleisende consument geworden. Wachtlijsten in de zorg bestaan al langer, maar pas de laatste jaren zijn ze echt een steen des aanstoots. Voormalig VVD-leider Dijkstal noemde de kiezers 'verwen­de diva's'. Dat is echter maar een deel van het verhaal.

Burgers en overheid zijn van elkaar vervreemd geraakt. In een democratie voert de overheid de wil van de burgers uit. Veel burgers stellen zich tegenover diezelfde overheid op als passieve consumenten die eisen dat de overheid, net als een bedrijf, snel en goed levert. Een werkelijk democrati­sche burger dient te beseffen dat niet elke wens ogenblikke­lijk gehonoreerd kan worden. Sommige problemen zijn ui­terst complex. De politiek moet tegenstrijdige belangen te­gen elkaar afwegen. Daardoor kan de overheid nooit ieder­een tevreden stellen. Er zullen per definitie altijd ontevre­den burgers zijn.

Op haar beurt heeft de overheid zich ontwikkeld tot een bureaucratische moloch, die soms meer voor zichzelf dan voor de burgers lijkt te bestaan. Zowel het bureaucratische denken van links als de ondoordachte privatiseringsdrift van rechts heeft de publieke dienstverlening geen goed ge­daan.

De tijd lijkt rijp voor een herwaardering van de publieke sector. Veel meer dan in de jaren tachtig en negentig zijn burgers doordrongen van het belang van onderwijs, gezond­heidszorg, criminaliteitsbestrijding en andere vormen van publieke dienstverlening. Burgers willen weer greep krijgen op de samenleving. Daardoor wordt de publieke sector niet langer beschouwd als het slome broertje van het bedrijfsle­ven, maar als een sector van vitale betekenis.

Voor zo'n revitalisering is het nodig dat de verantwoorde­lijkheid voor de publieke dienstverlening weer duidelijk bij de politiek komt te liggen. Het valt daarom toe te juichen dat minister Heinsbroek van Economische Zaken de priva­tisering van de energiesector voorlopig heeft stopgezet. Maar binnen de kaders die de politiek stelt moeten ook werknemers in de publieke sector veel meer vrijheid krijgen om in te spelen op de wensen van het publiek dat zij dienen. De onverschillige en anonieme bureaucratie moet plaats maken voor de betrokken ambtenaar die zich persoonlijk inspant om de problemen van burgers op te lossen. En die ook de burgers zelf verantwoordelijkheid geeft, waardoor ze uit hun passief consumentisme worden gewekt.