Citaten over fatsoen WRR


P.13: De overheid heeft ten aanzien van de waarden- en normenproblematiek een primaire taak in het bewaken van de gemeenschappelijke waarden, met name die van de democratische rechtsstaat. Hiervoor dient een publieke moraal te worden gestimuleerd, ten behoeve van een vreedzaam en fatsoenlijk verloop van de soms gespannen onderlinge verhoudingen tussen burgers.

P.20 Waar moest het debat over gaan? Over welke verschijnselen ging het: over het bijbrengen van fatsoensregels of over de fundamentele waarden die ten grondslag liggen aan elke samenleving?

P.21 Er wordt schande gesproken over onfatsoenlijk gedrag in het verkeer en over onbehoorlijk, assertief en zelfs agressief gedrag jegens medeburgers. Het zijn stuk voor stuk voorbeelden van irriterende en bedreigende ervaringen die misschien geen wetsovertredingen zijn, maar wel een sociale norm overschrijden.

Het betreft ofwel een norm die in de wet is vastgelegd en waarvan de overtreding in principe strafbaar is (kleine criminaliteit, niet betalen in tram of bus, verkeersovertredingen, geweldsmisdrijven), ofwel een norm die verwijst naar een idee van algemeen fatsoen en correct gedrag (opstaan in de tram, niet met de benen op de zitting van bus en tram).

P.59

Fatsoensnormen, bijvoorbeeld de hoed afnemen, groeten, opstaan in de tram, niet spuwen op straat et cetera, zijn typische voorbeelden van sociale normen, en zij verschillen van rechtsnormen in de mate waarin ze door de overheid bij overtreding van sancties mogen worden voorzien.

P.89

Er is een groot verschil tussen het overtreden van een fatsoensnorm als het openhouden van een deur en het schenden van het strafrechtelijke verbod op het doden van een ander mens. Zoals in hoofdstuk 2 is aangegeven zou men globaal een indeling kunnen maken van onprettig gedrag, via onbehoorlijk en onduldbaar gedrag tot onwettig gedrag. Gedrag van anderen dat men als onprettig ervaart maar waarvan men geen schade ondervindt, dient men in het algemeen gelaten te verdragen. Onbehoorlijk gedrag hoeft men niet zonder meer te accepteren. In het algemeen dienen de organisaties en instellingen waarbinnen dit ergerlijke gedrag zich voordoet, erop toe te zien dat bepaalde codes voor fatsoenlijk gedrag worden nageleefd. Bij onduldbaar gedrag gaat het om gedrag dat weliswaar overlast voor anderen veroorzaakt maar (net) niet strijdig is met een wettelijke regel. Doorgaans is dit gedrag wel in strijd met de interne gedragsregels van organisaties en instellingen, zoals bijvoorbeeld de Nederlandse Spoorwegen of onderwijsinstellingen. Deze organisaties zijn er dan ook verantwoordelijk voor om dergelijk gedrag, zeker wanneer het zich frequent voordoet, aan te pakken. Bij onwettig gedrag is het in het algemeen de taak van de overheid – meer concreet: politie en justitie – om dergelijk gedrag aan te pakken en tegen te gaan.

P.249

De overschrijding van informele normen Heeft de overheid ook een taak als informele normen worden overtreden? Veel van de huidige onvrede lijkt immers te maken te hebben met onfatsoenlijk en onbehoorlijk gedrag, veelal als ‘onbeschoft’ aangeduid, dat op zichzelf niet strijdig is met formele regels, maar niettemin door velen als uiterst hinderlijk en onaangenaam wordt ervaren. Het is duidelijk dat, indien er geen sprake is van wetsovertreding, de overheid de persoon die een informele norm overschrijdt, niet kan bestraffen.

P.265

De publieke moraal gaat vooral over de manieren waarop burgers onderling, juist met hun uiteenlopende meningen, overtuigingen, standpunten en belangen, toch op vreedzame en fatsoenlijke wijze met elkaar willen en kunnen omgaan en hun onderlinge conflicten en geschillen leren beslechten. De publieke moraal krijgt vooral vorm in praktijken van burgerschap. De overheid dient allerhande vormen van deze burgerschapspraktijken te stimuleren