De op alle fronten nagestreefde zelfontplooiing is ontaard in een zelfdwang die op grote schaal wordt aangewakkerd door de media, tegenwoordig catalogi van marsroutes naar een beter bestaan en hogere vormen van 'menszijn'.
PSYCHOLOGIE MAGAZINE APRIL 2001
John Jansen van Galen
Drie keer in de week loop ik hard. Ik maak mijzelf wijs dat ik het voor mijn plezier doe, maar anderen veronderstellen steevast dat ik het doe voor mijn conditie, om fitte blijven en niet te verouderen. Ik beantwoord dus aan een patroon waarin mensen niets zomaar doen, maar alles om het beste van zichzelf te maken. De televisieshow van Oprah Winfrey is een dagelijkse gids vol richtlijnen en voorschriften voor het goede leven: we moeten in psychische zin 'aan onszelf werken' en onze 'emoties beleven', maar ook ons lichaam in optima forma houden, bovendien 'er zijn' in 'quality time' voor onze kinderen, vrijwilligerswerk doen en boeken lezen. Wie ernaar kijkt wordt er moedeloos van: dat kan immers nooit allemaal tegelijk? Het hedendaagse project van het goede leven is bij voorbaat tot mislukken gedoemd en daardoor een recept voor ongeluk.
Het is, denk ik, allemaal begonnen met de ideologie van zelfontplooiing. Deze vindt in de jaren zeventig veel weerklank. De banden met kerk en traditie worden verbroken, 'rolpatronen' en maatschappelijke codes doorbroken. Voortaan zullen we zelf wel uitmaken hoe te leven. Do your own thing. Met het zogenaamde 'ik‑ tijdperk' lijkt het rijk der vrijheid aan te breken. Maar meteen sluipt daarin een element van morele dwang. Omdat we 'van ons zelf vervreemd' zijn, moet iedereen eerst zichzelf 'ontdekken'. Het leidt tot therapeutische speurtochten op grote schaal, waarbij degenen die eraan meedoen zich als de betere, voorlijke mensen beschouwen. Degenen die er geen zin in hebben, worden meewarig bekeken: ze zijn nog niet zover, misschien komt het met hen nog in orde, maar men heeft er een hard hoofd in.
De twintigers en dertigers die deze beweging dragen, hebben weinig aandacht voor hun lichamelijke conditie, maar dat verandert als ze ouder worden. Dan komt bij de persoonlijkheidscultus een lichaamscultus die niet minder dwingend is. Ondertussen moeten we ook carrière maken, want het is verkeerd ‑ dat staat al in de bijbel ‑je talenten en mogelijkheden niet ten volle te benutten. De zelfontplooiing dient op vele terreinen tegelijk plaats te vinden: in je werk, in het gezin, in de liefde. En daarbij dien je ook nog je persoon te ontplooien zodat je een compleet, liever nog 'een mooi mens' wordt. Het aantal ambities is enorm toegenomen en daarbij stelt men zich voortdurend de vraag: 'Doe ik het wel goed?' Het antwoord daarop is frustrerend, want altijd ontkennend.
Men kan niet alles goed doen en de maatstaven waaraan de kwaliteit wordt gemeten veranderen telkens. Daardoor ontstaat stress en moet men weer aan stress‑management doen. Zelfs onthaasting leek even een nieuw gebod te worden, maar daarvoor hebben we geen tijd, wat ook weer frustreert en dus een nieuwe factor voor stress is: eigenlijk moeten we onthaasten.
De op alle fronten nagestreefde zelfontplooiing is ontaard in een zelfdwang die op grote schaal wordt aangewakkerd door de media, tegenwoordig catalogi van marsroutes naar een beter bestaan en hogere vormen van 'menszijn'. Het doornemen van al die lifestyle‑ magazines versterkt het schuldgevoel dat we nooit zo zullen worden als we moeten en liefst hadden willen zijn. Als je Surinaamse hangjongeren vraagt wat ze doen, zeggen ze: 'Timeren.'Tijd verdoen, vermorsen, verdrijven. Of zoals Turkse immigranten het noemen: 'Vriend kijken, vriend praten.' Het lijkt mij dat we daarin de basis kunnen vinden voor een nieuwe ideologie waaraan grote behoefte is: de leer van het lummelen. Mijn mooiste moment van de dag is de schemering, als ik in mijn schommelstoel naar de Dutch Mountains kijk, de wolkenstoeten die langzaam roze en paars kleuren. Ik voel mij niet schuldig dat ik dan niks doe. Maar voor je het weet wordt ook dat weer gepropageerd als recept voor geluk: quality‑zonsondergang.