Mondigheid (1999)

Lijst van de premiers van Nederland

De hedendaagse mondigheid heeft haar wortels in de jaren zestig, maar is in de jaren tachtig krachtig opgepoetst door het neoliberalisme. De doe-je-eigen-ding hippie maakte toen plaats voor de happy consumer. Als heilige van onze dagen is de consument steeds meer uitgegroeid tot een maat voor alle dingen. Vrijwel alle sectoren van de samenleving raakten geinfecteerd met het producent-consument denken, ook de sectoren die zich daar slecht voor lenen.


Uit de Volkskrant van vrijdag 10 december 1999

De strijd tegen een autoritaire cultuur is gestreden, de keerzijde van de bevrijding wordt zichtbaar. Volgens Peter Giesen hebben we aan meer mondigheid daarom geen behoefte meer.

Peter Giesen is redacteur van de Volkskrant

HET woord dat ik de volgende eeuw niet meer wil horen, is mondigheid. Mondigheid is het gedeelde ideaal van de jaren zestig-hippie en de neo-liberale yup. De een wil zijn ding doen, de ander zijn recht halen. Samen zorgden ze ervoor dat de mondige mens aan zijn zegetocht begon.

Dat is allemaal buitengewoon fraai en nuttig geweest, maar nu is de democratisering onderhand wel voltooid. Mondigheid staat niet meer voor het gerechtvaardigde verzet tegen autoritaire regenten, maar voor verwende prinsjes die ieder gezag bij voorbaat zien als een inbreuk op hun recht op zelfontplooiing.

Mondigheid, dat is Menno Buch, die in het tv-programma Het Zwarte Schaap trots vertelt dat hij nu eenmaal geen autoriteit kan verdragen. Buch is veroordeeld wegens belastingfraude en beroemd geworden door het exploiteren van zwakbegaafde medeburgers die immers mondig genoeg zijn om zelf uit te maken of ze in babyluiers voor de televisie willen verschijnen. Niettemin denkt deze seksbaas, waarschijnlijk terecht, bewondering te oogsten door zich te bedienen van het jargon van de sixties. Autoriteiten, die zijn toch slecht?

Maar we leven niet meer in de jaren zestig. We hoeven ons niet meer te verzetten tegen pastoors en dominees, tegen autoritaire regenten of benepen medeburgers die het onfatsoenlijk vinden als een man zonder stropdas in het cafe zit. We hebben seks voor het huwelijk, we kunnen een joint opsteken zonder dat er een haan naar kraait, we mogen ons leven beeindigen als we dat zelf niet meer waardig vinden. Kortom, we zijn bevrijd.

Ik wil me hier allerminst aansluiten bij al die critici, die heel modieus de jaren zestig overal de schuld van geven. Bovendien was de ‘culturele revolutie’ van toen een hoogst noodzakelijke correctie op een niet meer te handhaven autoritaire cultuur. Het leven is er een stuk leuker en aangenamer door geworden.

Ook in moreel opzicht is een aanzienlijke vooruitgang geboekt, iets wat nogal eens wordt vergeten. De standenmaatschappij, waar de rijken vooraan in de kerk zaten, is verdwenen. In het gezin kan een vader niet meer straffeloos zijn vrouw en kinderen koeioneren, op de werkvloer is de willekeurige macht van de chef gebroken. De machtelozen van weleer hebben zich succesvol geemancipeerd.

Het probleem is echter dat sommige geemancipeerden geen maat weten te houden. Daarom weten we inmiddels dat zelfs fraaie, onverdachte begrippen als mondigheid, democratisering en ontvoogding een schaduwzijde hebben. Daarbij moeten we niet blijven jeremieren over een algeheel verval van normen en waarden. De meeste mensen gedragen zich immers keurig. Maar evenzeer is duidelijk dat niet elke mondige burger de grens tussen assertiviteit en agressie even scherp in de gaten houdt.

Dit wordt fraai geillustreerd op het voetbalveld. Het aantal gemolesteerde scheidsrechters in het amateurvoetbal is schrikbarend hoog. Veel spelers wensen het gezag van de arbiter niet meer te accepteren. Zij zijn immers zelf mondig genoeg om te constateren dat die penalty ten onrechte werd gegeven, of dat er duidelijk sprake was van buitenspel.

Natuurlijk is niet alle wangedrag terug te voeren op zaken als democratisering of opvoeding, zoals de filosoof Mark Bovens in deze krant terecht opmerkte. Te vaak wordt de impact van ‘hardere’ factoren als mobiliteit, welvaart en immigratie uit het oog verloren. Maar Bovens stapt wel erg gemakkelijk over de zachte factoren heen. Ook heel gewone jongens maken zich schuldig aan uitgaansgeweld, voetbalvandalisme of het ingooien van ruiten op het Binnenhof.

De keerzijde van de mondigheid komt niet alleen tot uiting in crimineel gedrag, maar heeft veel bredere maatschappelijke impact. De hedendaagse mondigheid heeft haar wortels in de jaren zestig, maar is in de jaren tachtig krachtig opgepoetst door het neoliberalisme. De doe-je-eigen-ding hippie maakte toen plaats voor de happy consumer. Als heilige van onze dagen is de consument steeds meer uitgegroeid tot een maat voor alle dingen. Vrijwel alle sectoren van de samenleving raakten geinfecteerd met het producent-consument denken, ook de sectoren die zich daar slecht voor lenen.

De politiek bijvoorbeeld. Het is allerminst de taak van de politiek om elke burger een maximale service te bieden. Soms moeten individuele belangen wijken voor het algemeen belang. Door het denken in termen van de vrije markt raakt deze eenvoudige waarheid echter ondergesneeuwd. De overheid deinst terug, de burger voelt zich bij het minste of geringste aangetast in zijn rechtmatige aanspraken. Legendarisch is de junk die werd verwijderd wegens het veroorzaken van overlast en voor de tv-camera’s riep: ‘Is dit nou democratie?’

Dank voor de jaren zestig. Ze leverden een onschatbare bijdrage aan onze cultuur. Maar de strijd is gewonnen. In de volgende eeuw hebben we geen behoefte meer aan almaar toenemende mondigheid, maar aan gezag, discipline, een daadkrachtige overheid, een politie die niet je beste vriend is, maar stevig ingrijpt als bet nodig is.

Kortom, alle dingen die ooit als rechts werden gezien maar het allang niet meer zijn.


Immanuel Kant:

BEANTWORTUNG DER FRAGE: WAS IST AUFKLÄRUNG ?

Berlinische Monatsschrift. Dezember-Heft 1784. S. 481-494


AUFKLÄRUNG ist der Ausgang des Menschen aus seiner selbstverschuldeten Unmündigkeit. Unmündigkeit ist das Unvermögen, sich seines Verstandes ohne Leitung eines anderen zu bedienen. Selbstverschuldet ist diese Unmündigkeit, wenn die Ursache derselben nicht am Mangel des Verstandes, sondern der Entschließung und des Mutes liegt, sich seiner ohne Leitung eines andern zu bedienen. Sapere aude! Habe Mut, dich deines eigenen Verstandes zu bedienen! ist also der Wahlspruch der Aufklärung.