Die kwetsuur, de pathologie van het individualisme, bestaat uit onzekerheid over eigen prestaties, uit teleurstelling over erkenning die uitblijft, over bewondering die wordt gemist, uit jaloezie op anderen die beter zijn. Mensen zijn kwetsbaar doordat een intense ambitie gepaard gaat met het besef voortdurend te falen, doordat grootheidswaan beleefd wordt vanuit een gevoel van minderwaardigheid, doordat een overmaat aan afhankelijkheid van andermans goedkeuring en bewondering gepaard gaat met de onwil voor anderen beschikbaar te zijn.
Door Annemiek Leclaire
25 augustus 2000 HP/DETIJD
In de prestatiemaatschappij heeft schuld plaatsgemaakt voor schaamte. "Schuldgevoel heeft te maken met iets verkeerd te hebben gedaan, schaamte met verkeerd zijn. We schieten tekort ten opzichte van het ideaalbeeld dat we van onszelf hebben."
In de St. Janskathedraal in Den Bosch is het sinds mei mogelijk om spontaan, zonder eerst een afspraak te maken, bij een priester te biecht te gaan. Dit in verband met het katholieke jubeljaar, dat een jaar van verzoening moet zijn. Ieders schuld kan op vergiffenis rekenen. De randstad is er vooralsnog niet voor uitgelopen. Biechten, het rouwmoedig belijden van zonde, is voor het merendeel van de Nederlanders een archaische rariteit. De meesten hebben geen behoefte om God via een religieuze afgevaardigde om vergeving te vragen. Bovendien is schuldgevoel volgens Rein Nauta, hoogleraar godsdienstpsychologie aan de Katholieke Universiteit Brabant, in deze samenleving niet meer zo relevant.
Het gros van de Nederlanders denkt niet meer in termen van 'zonde'. Een zonde is een overtreding van een goddelijke wet. Ruim zeventig procent van de bevolking gelooft weliswaar aan een hogere macht, en vijftig procent noemt die macht 'god', maar met religieuze wetgeving heeft de goegemeente nog nauwelijks iets te maken. De opvatting dat het oordeel 'van boven' komt, in de vorm van een god die alles hoort en ziet, tot aan het stelen van snoep toe, heeft volgens Nauta aan gezag ingeboet. De schuldvraag is teruggebracht tot het gerechtshof Schuldig ben je pas zodra dat juridisch is bewezen.
De persoonlijke god die de meeste Nederlanders er nu op na houden ‑ een 'eigen god', die het middelpunt vormt van hun vage, sterk geïndividualiseerde geloofsbeleving ‑ hoeft evenmin om vergeving te worden verzocht. Die is een stuk minder streng dan de vroegere. Die neemt ons niets kwalijk, die ziet wel dat we ons best hebben gedaan.
Eveneens belangrijk voor de teloorgang van ouderwets schuldgevoel is het afgekalfde geloof in hemel en hel. Het begaan van een zonde, een overtreding van een christelijke norm, heeft geen enkele consequentie meer voor de kwaliteit van het leven na de dood. voor het leven op aarde evenmin. In de kleine gemeenschappen waarvan gelovigen voorheen deel uitmaakten, konden ze zich niet makkelijk aan christelijke regelgeving onttrekken Anders dan nu werden ze geacht samen te leven met mensen die ze niet zelf hadden uitgekozen. Woonplaats en gezindte bepaalden met wie je dagelijks te maken had. Eigenbelang laten prevaleren was zondig. De inwoner van. een plattelandsgemeenschap hielp niet alleen mee met reparaties van 's buurmans beschadigde dak om voor zichzelf en zijn familie een plek in de hemel veilig te stellen, maar ook om het contact goed te houden met mensen met wie hij dagelijks te maken had.
Aan die christelijke codes hoeven mensen zich nu simpelweg minder aan te passen; ze kunnen kiezen met wie ze omgaan. Het netwerk van vrienden en kennissen en de daarin geldende gedragsregels komen vrijwillig, op basis van persoonlijke voorkeur, tot stand, en worden daarom niet snel overtreden. Als dat wel gebeurt, is er nog niets aan de hand; dan trek je je terug. "Zolang het nuttig en nodig is, doe je mee," zegt Rein Nauta. "Zodra het lastig wordt, ben je verdwenen.
Beweren dat Nederlanders geen schuldgevoel meer kennen, is natuurlijk onzinnig. Menigeen klaagt over 'tekortschieten'. Er zijn schuldgevoelens over niet slank kunnen blijven, niet genoeg produceren, niet in het werk excelleren, geen tijd hebben voor de kinderen, veronachtzaming van vriendschappen en familie. Maar Rein Nauta meent dat het hier vaker schaamte betreft dan schuldgevoel. ‑Schuldgevoel heeft te maken met iets verkeerd te hebben gedáán, zegt hij. "Schaamte met verkeerd zijn. We schieten tekort te opzichte van het ideaalbeeld dat we van onszelf hebben.
Tot zo'n 35 jaar geleden leefde er onder een goed deel va de bevolking het idee dat 'wij mensen' per definitie schuldig waren. Vooral onder protestanten was er het besef dat het bestaan zelf al een overtreding was. De mens was geneigd tot het kwade. Uit veel alternatieven zou hij in vrijheid ongetwijfeld het verkeerde kiezen. Een goede daad nam dat schuldgevoel niet weg. Anders dan onder katholieken kon de zonde in het protestantisme niet worden afgekocht met een zelfkastijding of een penitentie. Het was een existentiële schuld. Protestanten moesten durven leven met het besef van het menselijke onvermogen.
Die overtuiging van menselijk tekort heeft in onze samenleving plaatsgemaakt voor het geloof in menselijke perfectie. Vanzelfsprekend ging de ontkerkelijking hand in hand met de opkomst van een gedachtegoed dat de mens zelf een godgelijke gestalte gaf. De human potential‑beweging, een uit de Verenigde Staten afkomstige psychologische stroming die menselijke beperkingen zocht te overstijgen, kreeg vanaf midden jaren zeventig een geweldige invloed. Therapeutische verdieping in alles wat in de kinderjaren aan verlangens was weggemoffeld, moest de mens verlossen van de verkramping die door overmatige maatschappelijke aanpassing zou zijn ontstaan.
Patiënten, en de vele lezers van alle uit deze beweging voortkomende zelfhulpboeken, werden aangemoedigd hun 'hele potentieel' waar te maken. Boeken als Wayne Dyer's Geen zee te hoog droegen bij aan het huidige maatschappelijke ideaal van de 'maakbare mens'. Als je maar je best doet, krijg je die droombaan, dat mooie salaris, blijf je er jong uitzien, ben je een uitstekende opvoeder, een bevredigende seksuele partner, een vriend die altijd klaarstaat.
"Wie vroeger voor een dubbeltje geboren was," zegt Rein Nauta, "werd nooit een kwartje. Daar moest en mocht je je bij neerleggen. Nu is het tegendeel het geval. Door gebruik te maken van mogelijkheden als studie en werk kun je worden wie je wilt. Er zijn geen grenzen meer aan watje zelf niet allemaal zou kunnen beïnvloeden. Er leeft een grootheidswaan dat we alles zouden moeten kunnen. Daardoor valt de mens ook veel meer aan te rekenen. Hij alleen is verantwoordelijk voor alles wat hem gebeurt. Tegenslag wordt daarmee een persoonlijk falen. je had de mogelijkheid om het anders te doen, maar dat is je niet gelukt."
Was het begaan van een zonde vroeger niets meer dan een indicatie van het menselijke onvermogen waarmee gelovigen zich toch al te verstaan hadden, voor iemand die menselijke perfectie nastreeft, is het, zoals Nauta zegt, 'een persoonlijk affront.' Het schuldgevoel van een onattente jonge buurtbewoner die het te druk heeft om boodschappen te halen voor een hulpbehoevende onderbuurvrouw, houdt volgens Nauta niet op bij de simpele constatering dat hij tegenover een ander in gebreke is gebleven. Het is vooral een pijnlijk teken dat hij niet de persoon is die hij graag zou willen zijn, namelijk iemand die tegemoet komt aan andermans noden.
"Schuldgevoel blijft beperkt tot het domein van de handelingen," verklaart Nauta. Ik heb het niet goed gedaan, maar ik kan het nu anders doen. Schaamte daarentegen zegt iets over wie je bent, over je 'ik'. Wie zich schuldig voelt omdat hij niets doet voor iemand die hulp nodig heeft, kan dat ogenblikkelijk veranderen. Pak de auto, haal boodschappen, ga langs! Hij heeft iets nagelaten dat hij alsnog zou kunnen doen. Maar wat ik vaker zie is dat mensen zich niet in de eerste plaats vervelend voelen over het lot van een hulpbehoevende medemens, maar zich rot voelen omdat ze zelf niet kunnen leven naar hun ideaal een nobele figuur te zijn. De hulp aan de buurvrouw is dan een instrument voor de bevestiging van de eigenwaarde: kijk eens hoe goed ik ben. Laat je het na, dan ontstaat er schaamte. Een blessure van het ik.
'We leven in een narcistische cultuur. Omdat God uit het middelpunt van ons bestaan is verdwenen, hebben we die plaats zelf moeten opvullen. Mensen zelf zijn de maat van alle dingen. In zo'n cultuur geeft schaamte, veel meer dan schuld, uitdrukking aan het gevoel dat er iets niet goed is, dat er iets verkeerd met ons is. Schuldgevoel heeft meer de vorm gekregen van een narcistische kwetsuur.
"Die kwetsuur, de pathologie van het individualisme, bestaat uit onzekerheid over eigen prestaties, uit teleurstelling over erkenning die uitblijft, over bewondering die wordt gemist, uit jaloezie op anderen die beter zijn. Mensen zijn kwetsbaar doordat een intense ambitie gepaard gaat met het besef voortdurend te falen, doordat grootheidswaan beleefd wordt vanuit een gevoel van minderwaardigheid, doordat een overmaat aan afhankelijkheid van andermans goedkeuring en bewondering gepaard gaat met de onwil voor anderen beschikbaar te zijn.
"Natuurlijk zijn er genoeg dingen waarover mensen zich nog gewoonweg schuldig voelen. Over het oplichten van de belasting bijvoorbeeld, of over vreemdgaan. Nogmaals: het zijn gedragingen waarvoor geldt: je kunt het veranderen. je biecht het op, hopelijk wordt het je vergeven. Heerlijk. Maar interpreteer je zo'n faux pas als een schending van je eigenwaarde ‑ jij kán geen persoon zijn die fraude pleegt of vreemdgaat ‑ dan beschaamt het je en spreek je er niet over. Over schuld is het makkelijker spreken dan over schaamte."
Vertellen iets niet goed te hebben gedaan is makkelijker dan toegeven niet goed te zijn, dat het je fundamenteel aan iets ontbreekt. je zou 's kunnen gaan denken dat je het in de prestatiemaatschappij niet zult redden. Die deuk in het zelfvertrouwen moet er snel worden uitgeslagen. De zoektocht naar zelfbevestiging krijgt gestalte in nog wat harder werken, nog wat scherper profileren, nog wat meer verdienen. Tegenslagen in werk en privé‑leven worden als'uitdagingen' gezien, een kans je waarde te bewijzen. De voortdurende knagende onzekerheid moet in psychotherapie of Landmarkworkshops worden gesust.
"Schaamte wordt ook vaak overschreeuwd," zegt Nauta. "Op eenzelfde wijze als iemand die zich minderwaardig voelt, loopt te pochen. Persoonlijke aberraties worden op de TV breed uitgemeten. Onder het mom: 'Laat ik dan van mijn gebreken mijn sterke punt maken.' Of we vluchten ervan weg, door een domme, hedonistische consumptie. Functionele, op onmiddellijk effect gerichte pogingen tot het oplossen van het onoplosbare, tot een beheersing van de existentiële angst niet te kunnen meekomen." Nauta noemt die reeks van pogingen de onzekerheid de baas te worden juist zo schrikaanjagend omdat ze verbonden zijn met, en afgeleid uit, dezelfde almachtige prestatiementaliteit die er in de eerste plaats de oorzaak van was.
De schuld onder gelovigen werd in de biecht, en later in de collectieve schuldbelijdenis bevestigd en vergeven. "Door de vormelijkheid van de collectieve belijdenis konden emoties tegelijk worden geuit en beheerst," zegt Nauta. "Een zekere afstandelijkheid, goede manieren, archaïsche symbolen, voorgeschreven handelingen zijn bevrijdend omdat ze de nodige bescherming bieden om met grote gevoelens om te gaan." Bovendien speelde het zich in een veilige omgeving af. In een gemeenschap waarin mensen zich als gelijken voelden opgenomen. "In die intimiteit kunnen de meest persoonlijke gevoelens expressie vinden, zonder dat het noodzakelijk is ze te uiten. De schuldbelijdenis in de kerkdienst is eigenlijk alleen maar als ritueel denkbaar in een gezamenlijk uitspreken van de woorden: 'Ik heb gezondigd.'Juist die verbondenheid in de zonde geeft een gevoel van bevrijding. Het ritueel geeft toestemming tot het uiten van emoties zonder dat men bang hoeft te zijn voor de consequenties."
Nog maar weinigen kunnen zich in zo'n collectieve belijdenis herkennen. Rein Nauta pleit daarom voor een herwaardering van de biecht. De structuur van de biecht maakt het zijns inziens mogelijk het eigen tekort uit te spreken, 'tegenover een vreemdeling te zeggen wie wij echt zijn. "De zielzorger moet er niet van uitgaan dat iemand schuld komt belijden, degene die luistert moet zich kunnen verstaan met de moderne tijd. Het is belangrijk dat de persoon in kwestie achter de uitingen van schuld of berouw het gevoel van onwaardigheid ziet. Dat hoeft niet per se een pastor of een dominee te zijn, natuurlijk kan een maatschappelijk werker of een therapeut dat ook.
"In het gesprek dat mij voor ogen staat, wordt de veronderstelling die ten grondslag ligt aan de prestatiemaatschappij, kritisch tegen het licht gehouden, wordt het besef benadrukt datje de wereld niet in de hand hebt. Waar het om gaat, is de acceptatie dat we onvolmaakte mensen zijn in een onvolmaakte samenleving. Dat is een religieus besef, want het zegt iets over de plaats van de mens in het bestaan. Daar hoefje niet onder te lijden, dat kan heel troostgevend zijn. De menselijke maat hanteren. Dat wij slechts mensen zijn.".