Klassieker uit 1982. Vaak impliciet geciteerd
Derek L. Phillips
Uit DE GIDS:honderdvijfenveertigste jaargang nr 3/4, 1982
Ingekort fragment
Psychologie en sociologie tegen de moraal
Wij leven in een tijd waarin morele voorschriften als drijfveer van wenselijk handelen nogal eens overboord worden gezet. Tegenwoordig zeggen ouders, onderwijzers en therapeuten maar zelden dat iemand goed of slecht is, in moreel opzicht lof verdient of in moreel opzicht in gebreke blijft. Dergelijke termen zijn nu vervangen door volwassen en onvolwassen, zelfverwerkelijkt en niet-zelfverwerkelijkt, sociaal aangepast en sociaal onaangepast. Steeds meer worden de mensen ertoe aangemoedigd om open en vrijuit over hun gevoelens en emoties te spreken en naar authenticiteit in hun bestaan te zoeken door pretenties te ontmaskeren en verborgen mechanismen aan het daglicht te doen treden.
Nadruk op openheid en spontaniteit, op openhartigheid over seksueel gedrag en seksuele problemen en op preoccupatie met flexibel zijn, jezelf zijn en zelfverwerkelijking dit alles kenmerkt het eigentijdse leven. Frasen als gewoon doen wat je zelf wilt’ en de equivalenten ervan worden hoog aangeslagen als manier om aan te geven dat het individu zich heeft bevrijd uit het keurslijf van de traditionele normen en waarden. Kortom, authenticiteit heeft moraliteit vervangen als maatstaf voor de menselijke adequaatheid.
In het moderne tijdperk van ‘verlichting’ gaat men er dikwijls van uit dat de psychologie de mensen ertoe aanzet zichzelf en anderen psychisch te ontkleden om zo hun remmingen af te werpen en hun ‘ware ik’ te ontdekken.
Voor een groot aantal voorvechters van de post-Freudiaanse therapieen wordt het hoogste doel gevormd door het zich losmaken van morele voorschriften en het onmiddellijk gehoor geven aan iedere impuls.
Hetzelfde is het geval met de leer van de persoonlijke belangen, zoals aangehangen door sociologen; ook deze ondergraaft de aandacht voor moreel juiste handelingen. Volgens deze zienswijze worden individuen volledig geleid door overwegingen van eigenbelang en gaan zij er voor zover mogelijk toe over om de meest effectieve middelen te kiezen om hun eigen persoonlijke doelen te bereiken. Zo ziet Goffman mannen en vrouwen als acteurs die hun rol spelen in een verschillende stijl en met een uiteenlopende mate van vaardigheid. De figuren in de wereId van Goffman worden gespeeld door acteurs die hun rol behandelen als een openbaar middel tot een persoonlijk doel. Voor Goffman is de samenleving een pseudo-moreel stelsel waarin iedereen druk bezig is met het uitwisselen van indrukken. Tot het uiterste doorgevoerd lijken de theorieen van het persoonlijke belang geen plaats te bieden aan (geen behoefte te hebben aan) morele begrippen als 'verkeerd’, ‘slecht’ of immoreel. Door de sociale handeling te beschouwen als herleidbaar tot individuele verlangens of tot een berekening van doel en middel laten zij iedere aandacht voor het morele vertoog voIledig achterwege. Aangezien het bij het morele vertoog gaat om mensen die in staat zijn onderscheid te maken tussen wat ze behoren te doen en wat ze willen doen, maken de theorieen van het eigenbelang het individuele personen onmogelijk elkaar te behandelen als morele entiteiten.
Nog minder bekommert men zich om de manier waarop mannen en vrouwen zich onder bepaalde omstandigheden al dan niet behoren te voelen. Er wordt niet langer verwacht dat mensen die morele normen met voeten treden zich schuldig of beschaamd behoren te voelen. Wat belangrijker is, de morele structuur die ten grondslag ligt aan ons oordelen en handelen is onderhevig aan een snelle verandering. Tegelijk met wat men nog zegt over schuld, schaamte, morele verontwaardiging en dergelijke, doet er zich een afname voor van de mate waarin mensen zich werkelijk schuldig, beschaamd of moreel verontwaardigd voelen. Of anders gezegd, momenteel ondergaan minder mensen deze emoties dan in het verleden het geval was. Dikwijls worden dergelijke emoties — en dan vooral de schuld — verworpen als zijnde onnodig, ongezond, destructief en neurotisch. In de afgelopen jaren hebben we getuige kunnen zijn van een stortvloed van boeken en artikelen met titels als ‘Hou op met dat schuldgevoel’ of ’Schuld: de zinloze emotie'.
Stellingname
In tegenstelling tot degenen die het volledig negatieve aspect van de schuld beklemtonen, ben ik voornemens op de komende bladzijden twee zaken te betogen: ten eerste dat schuld en andere emoties vaak rationeel en terecht kunnen zijn; ten tweede dat de morele emotie par excellence is.
Er bestaat een lange traditie die de emoties —gevoelens van liefde, haat, schuld, schaamte, trots, jaloezie en dergelijke — beschouwt als irrationeel. Ja, zelfs worden de emoties vaak gezien als een bedreiging voor het rationele. Deze zienswijze, die als eis stelt dat de Rede de Emotie aan zich onderwerpt, wordt aangehangen door een door aantal filosofen. Zo was Kant van oordeel dat er geen, door de emoties beheerste, handeling van een individu is die kan bijdragen aan onze beoordeling van hem of haar als moreel handelend persoon. Dit komt, zo beweerde hij, omdat de emoties te grillig zijn en te passief worden ondergaan, en omdat het volledig van natuurlijke oorzakelijkheid afhangt of men ze ondergaat of niet. Kort gezegd vormen emotionele gevoelens iets dat met (of in) ons gebeurt; ze liggen buiten onze bewuste beheersing.
Aristoteles daarentegen betoogde dat emoties een belangrijk en noodzakelijk deel van het menselijke bestaan uitmaken. En. zo betoogde hij verder, het leren voelen van de juiste emoties behoort tot de centrale taken van de zedelijke opvoeding.
Mijn eigen sympathieen liggen wat dit aangaat bij Aristoteles. Het lijkt me duidelijk dat emoties betekenisvolle handelingen zijn en geen ontwrichtende stoornissen. Dat wil zeggen: emoties zijn geen voorvallen die we passief ondergaan, maar ze vormen een soort activiteit die valt onder het rijk van de verantwoordelijkheid. Hoewel niet kan worden gezegd dat we ze ‘kiezen’ (we kunnen bij voorbeeld niet domweg verkiezen van iemand te houden), hebben we ze wel in de hand en zijn er redenen voor. Ze brengen een evaluatie en waardebepaling met zich mee en zijn vatbaar voor rechtvaardiging.
Laten we bij voorbeeld eens kijken naar woede. Woede kan, net als veel andere emoties, rationeel of irrationeel zijn. Ze is rationeel voor zover er adequate redenen voor zijn. In veel gevallen is woede niet zomaar een emotie die je 'bevangt’; tot in zekere mate staat ze eerder open voor een rationele beheersing. Anderzijds is woede irrationeel wanneer ze niet verdwijnt, ondanks bewijzen die aantonen dat ze ongegrond is . Net als andere emoties kan woede ook terecht of onterecht zijn. Terechtheid is zelfs de fundamentele rationele waarde van de emoties. Woede is terecht indien, en alleen indien, de ertoe aanleiding gevende situatie die emotie wettigt. Ze is daarentegen onterecht wanneer de ertoe aanleiding gevende situatie een andere emotie wettigt.
Wanneer we mensen vragen waarom ze kwaad of jaloers zijn, zich schamen of wat dan ook, vellen we niet alleen een oordeel over de aannemelijkheid van het antwoord, maar ook over de rationaliteit en de terechtheid ervan. Als we aan iemand die uiterst kwaad lijkt te zijn vragen waarom hij zo kwaad is, zou hij als antwoord kunnen geven: 'Omdat twee en twee vier is.’ Dit zou geen aannemelijk antwoord zijn. en we zouden tot de slotsom kunnen komen dat hij de vraag niet goed had begrepen, een grapje maakte, dronken was of niet goed bij zijn verstand. Zou hij anderzijds antwoorden: ik ben kwaad omdat al mijn geld net is gestolen,’ dan zou dat een aannemelijk antwoord zijn. Ook zou zijn woede rationeel zijn, hij had alle reden om zich zo te voelen. En uiteraard is woede de terechte emotie onder deze omstandigheden, gezien wat er gebeurd is, moet hij zich wel woedend voelen, en niet jaloers, trots of vol liefde.
Evenzeer als woede in bepaalde situaties een rationeel en terecht emotioneel gevoel kan zijn. is dat ook met schuld het geval. Wanneer iemand iets doet waarvan hij of zij meent dat het eigenlijk niet gedaan hoort te worden, dan is de meest rationele en terechte emotie dikwijls schuld. Ieder individu dat het morele verbod van doden aanvaardt en niettemin tegen dit verbod ingaat door een andere mens van het leven te beroven, dient zich onder normale omstandigheden schuldig te voelen.
Ik wil natuurlijk niet suggereren dat alle gevoelens van schuld in gelijke mate rationeel en terecht zijn. Er bestaat per slot van rekening ook nog zoiets als neurotische schuld. Daarom is het van belang om onderscheid te maken tussen de aberratie neurotische schuld en het soort schuldgevoel dat ertoe kan bijdragen dat wij moreel bewuster mensen worden.
Ware schuld
Vandaar dat ik meer erkenning bepleit van het belang van een soort schuld dat bewust is en georienteerd is op de werkelijkheid, een schuld waarnaar ik zal verwijzen als ware schuld. Gevoelens van ware schuld zijn de gevoelens die worden (of zouden moeten worden) ervaren door mensen die soms verkeerd handelen, die daaronder gebukt gaan en die vinden dat ze iets verschuldigd zijn aan anderen, op grond van hun misstap. Deze soort schuld is niet te begrijpen aan de hand van categorieen als 'repressie’ of ‘bewustwording’. De drager van ware schuld is zijn of haar schuld op bewuste wijze gewaar, kent de reden waarom hij of zij zich schuldig voelt en is in staat zich erover te bezinnen. Deze schuld is, in de woorden van Martin Buber, ‘er niet een die zich Iaat verdringen naar het onbewuste. Zij blijft vertoeven in het vertrek van het geheugen..'' Ware schuld, zoals ik hem benoem, brengt bezinning met zich mee; hij is het resultaat van ons inzien dat niet alles geoorloofd is, dat bepaalde handelingen verkeerd of slecht zijn en dat we verantwoordelijk zijn voor onze daden. In zekere zin kan worden gezegd dat onze vrijheid er de noodzakelijke voorwaarde voor is dat we in staat zijn ware schuld te ervaren. Alleen wanneer de mogelijkheid bestaat dat we anders handelen dan we doen, kan ware schuld ontstaan. Zonder deze vrijheid zou er geen sprake kunnen zijn van verantwoordelijkheid, en zonder verantwoordelijkheid geen schuld (en in feite geen moraliteit).
Ware schuld is verbonden aan de preoccupatie met wat juist of goed is, en niet met wat gewoon of gebruikelijk is of valt te bereiken middels onderhandelingen, in termen van maatschappelijke normen. Morele voorschriften aangaande vrijheid, gelijkheid, rechtvaardigheid en dergelijke zijn noodzakelijk om structuur en richting te geven aan onze sociale relaties. Ze dienen, in ideale zin althans, om een zo groot mogelijke vrijheid voor iedereen veilig te stellen, die tevens verenigbaar is met de beperkingen die nodig zijn voor een georganiseerd maatschappelijk leven. Natuurlijk geven we niet altijd gehoor aan deze morele voorschriften; eenieder van ons negeert ze wel eens of overtreedt ze.
Ware schuld is uit op herstel en achtervolgt niet. Naast boetedoening verlangt ze, indien mogelijk, genoegdoening en redres als poging om het aangerichte kwaad te herstellen. lemand die met opzet een moreel gebod heeft overtreden, zal misschien niet alleen een zelfkwelling ondergaan, maar ook proberen goed te maken wat hij of zij heeft gedaan. Ware schuld wordt dus niet alleen gekenmerkt door gevoelens van wroeging, spijt en aanverwante gevoelens, maar ook door de bereidheid om
boete te doen voor de begane misstap. Het is gewoonlijk een voorwaarde voor ware schuld dat men de handeling ongedaan zou willen maken als dat mogelijk was. (=berouw FD)
Schaamte
Deze nauwe verbondenheid van ware schuld met de herstellende handeling is een van de elementen die hem onderscheidt van een nauw verwante emotie: schaamte. Beide emoties dienen een gelijk doel: het vergemakkelijken van sociaal aanvaardbaar gedrag dat vereist is voor het sociale leven. Maar terwijl schuld zich volledig verlaat op sancties die voor het individu op het interne vlak liggen, neemt schaamte andere personen rechtstreeks op in de gevoelens en brengt daarom externe sancties met zich mee. Schaamte vereist een publiek, zo niet in werkelijkheid, dan toch symbolisch. Ze is verbonden aan het idee van publiciteit, het idee dat andere mensen weten wat je hebt gedaan. Zoals Rorty opmerkt: de pijn die de persoon in kwestie gevoelt bij de handeling is de pijn dat hij of zij is gezien bij het uitvoeren ervan of dat bij of zij wordt herkend als het soort iemand dat deze handeling zou uitvoeren. (Daarom gaat de fysieke uitdrukking van schaamte gepaard aan bewegingen waarmee men zich aan bet oog wil onttrekken.)’ Terwijl schuld ons er vaak toe brengt ons bloot te geven, trekt de schaamte zich daarentegen terug in afzondering voor herstel.
Ware schuld is, zoals ik hierboven heb opgemerkt, een gevoel dat voortvloeit uit de opzettelijke overtreding of schending van een specifieke morele norm of een specifiek moreel verbod. (Uiteraard kan schuld ook het gevolg zijn van schendingen van een taboe of een wetsregel, maar ik concentreer me hier op schuld in zijn betrekking tot de moraliteit. Alleen wanneer het individu zelf oordeelt dat hij niet op te rechtvaardigen wijze een geaccepteerde morele norm heeft overtreden, ervaart hij ware schuld. Hij ondergaat deze emotie op grond van zijn bewustheid dat hij een norm heeft overtreden die voor hem belangrijk is. Het maakt geen verschil of andere personen wel of niet op de hoogte zijn van zijn overtreding; het individu voelt zich schuldig omdat hij zichzelf beschouwt als iemand die op niet te rechtvaardigen wijze een morele norm heeft geschonden. Schuld weerspiegelt de preoccupatie met de eigen persoon; in feite is hij de meest persoonlijke emotie. Cruciaal bij ware schuld is de eigen aandacht voor het wangedrag.
Terwijl schuld een zelfbestraffende, zelfkritiserende reactie van zelf-teleurstelling is waarmee de overtreding of de schending van de morele standaard gepaard gaat of waardoor zij wordt gevolgd, is schaamte het gevoel dat komt met het bewustzijn dat andere mensen weten of erachter kunnen komen dat (in het geval van morele overwegingen) we een morele standaard hebben overtreden. lets algemener gesteld ontstaat schaamte wanneer we bang zijn voor andermans besef van onze fouten, zwakheden of andere eigenschappen die sociaal ongewenst worden geacht. Schaamte wordt ervaren wanneer anderen ons een verwijt maken of ons op de vingers tikken voor het schenden van een norm of maatstaf. We voelen schaamte wanneer we handelen op een manier die door anderen wordt veroordeeld (of naar alle verwachting veroordeeld kan worden) als ongeloofwaardig gedrag. Bij schaamte zijn het niet zozeer de gevolgen van ontmaskering die worden gevreesd, als wel de ontmaskering zelf. Schaamte weerspiegelt de preoccupatie met die anderen, van wie we afhankelijk zijn voor bevestiging van onze eigenwaarde. Hoe centraler de positie van deze anderen in ons bestaan en hoe belangrijker ze voor ons zijn. des te waarschijnlijker is het dat we schaamte ervaren wanneer we een norm of maatstaf overtreden die we met hen delen. Maar schaamte, anders dan schuld, is niet nauw verbonden met herstel en redres.
Met dit onderscheid tussen ware schuld en schaamte wordt niet beweerd dat schuld een volledig zelf-geinduceerde emotie is die kenmerkend is voor individuen die losstaan van of volslagen onafhankelijk zijn van andere mensen. Een dergelijke bewering zou totaal ongefundeerd zijn. Per slot van rekening kan er bij ontbreking van gevoelens van gemeenschappelijk mens-zijn en gemeenschappelijk respect voor anderen geen sprake zijn van gevoelens van schuld wanneer we misbruik maken van onze medemensen of een misstap jegens hen begaan. Terwijl schaamte feitelijke (of van te voren verwachte) publieke ontmaskering van de begane misstap en het verwijt of de berisping van anderen vereist, is ware schuld ook een emotie die ons bindt aan die anderen zonder wie geen van ons het kan redden. Samen vormen schuld en schaamte de twee belangrijkste behoeders van onze moraliteit. Beide gaan ze gepaard aan een mate van morele bezinning die blijkbaar niet in alle mensen is ontwikkeld. Om ons schuldig of beschaamd te kunnen voelen moeten wij in staat zijn om ons te bezinnen op onze wandaden en misstappen, er bewust over nadenken en ze evalueren.
Dikwijls denken we over schuld en schaamte in termen van ‘geweten’, een woord dat in hoge mate weggezuiverd lijkt te zijn uit de literatuur en de terminologie van de sociologie en de psychologie.
Geweten
In de meeste gevallen is het geweten retrospectief; het komt om de boek kijken wanneer we ons bewust worden van onze voorbije bandelingen, daarover nadenken en ze evalueren. We zijn ons mijns inziens het meest bewust van ons geweten als een ‘slecht geweten’: als de gevoelens van schuld en schaamte waarmee de bewustheid van onze handelingen als verkeerd of slecht gepaard gaat of waaruit zij voortkomt.
Buber wijst erop dat alleen de mens het vermogen bezit om zich bezig te houden met bespiegelingen, en dat om die reden alleen de mens over een geweten beschikt. Maar zoals we weten hebben niet alle mensen een geweten. Hannah Arendt stelt met klem dat alleen goede mensen ooit worden geplaagd door een kwaad geweten, terwijl het onder echte misdadigers een uiterst zeldzaam verschijnsel is. Een goed geweten bestaat niet, behalve bij het ontbreken van een kwaad geweten.’ Hoewel mij geen bewijsmateriaal bekend is waaruit blijkt dat een slecht geweten, zoals Arendt stelt, een zeldzaam verschijnsel is onder echte misdadigers, is het stellig zo dat er mensen zijn (psychopaten of 'sociopaten’ die het voIledig ontbreekt aan een geweten. Bij hun daden schenken dergelijke personen geen aandacht aan morele overwegingen, en wanneer hun wordt gevraagd hun gedrag te verklaren, geven ze er geen blijk van dat morele overwegingen voor hen van belang zijn. Degenen die het ontbreekt aan een geweten en dit is een interessante kanttekening — blijken tevens totaal niet ontvankelijk voor psychotherapie. Er zijn dus mensen voor wie spreken over een goed, slecht, smerig of schoon geweten letterlijk zonder betekenis is. Ze kunnen misdaden en andere vergrijpen plegen zonder wroeging of berouw.
Ik neem aan dat de meesten van ons zich soms bewust zijn van de werking van hun geweten, het vaakst via gevoelens van schuld en schaamte, zoals ik hierboven al heb opgemerkt. Hoewel deze beide elementen die een 'slecht geweten’ vormen, belangrijk zijn als wachter van onze moraliteit, is de schuld het belangrijkste van de twee.