Markt & malaise

Na twintig jaar lijkt de opmars van het marktdenken ten einde te lopen. Toch is het maar een adempauze.

De politiek moet zich weer gaan richten op de mens in plaats van op de economie, hoor je vaak. Het opruk­kende marktdenken laat een spoor van vernieling na.


HP - DE TIJD 26-10-2001

 Geprivatiseerde diensten zoals van de NS en KPN zijn een failliete puinhoop. Verzelfstandiging van instellingen is alleen de salarissen van de top­managers ten goede gekomen. Het terugtreden van de overheid betekende een kaalslag voor sectoren als onderwijs en zorg, waar niemand meer wil werken. De afbraak van de sociale zekerheid schept een maatschappelijke tweedeling. Deregulering leidt tot zakkenvullerij en verslappende waakzaamheid. Ongecontroleerde multinationals plegen roofbouw op het milieu en buiten arme lan­den uit. Nu het economisch tij keert, schrappen grote concerns zonder scrupules duizenden banen om hun aandeelhouders te ge­rieven.

Het is allemaal begonnen rond 1980, toen onder leiding van CDA‑premier Ruud Lubbers (in de voetsporen van de Britse premier Thatcher en de Amerikaanse president Reagan) de aanval werd ingezet op de uitdijende verzorgingsstaat, de uit de hand lopende overheidsfinanciën en de gierende inflatie. Onder een coalitie van CDA en VVD werden de 'grote operaties' op stapel gezet: deregulering, privatisering, sanering van de overheidsfinan­ciën. Mensen moesten afleren dat de overheid garant stond voor hun welzijn en weer hun 'eigen verantwoordelijkheid' nemen. In plaats van ruziën over de vraag of de nationale koek wel rechtvaar­dig verdeeld werd, moest er gewerkt worden aan vergroting van die koek. in het systeem werden 'prikkels' ingebouwd om presta­ties aan te moedigen: lagere belastingen voor bedrijven en wer­kenden en minder royale uitkeringen voor inactieven.

Het pleit werd beslecht door de ineenstorting van het commu­nisme in 1989 en het spectaculaire succes van de Amerikaanse economie in de jaren negentig. Ook de PvdA gooide het roer om en maakte, eerst samen met het CDA en vervolgens zelfs met de VVD, Lubbers' klus af

Nog maar een jaar geleden klopten de paarse partners zich op de borst over de hernieuwde groei, de lage werkloosheid en de gezonde schatkist, die een forse belastingverlaging mogelijk maakte. Nederland had het een stuk beter gedaan dan Duitsland en Frankrijk, waar het oude, dirigistische staatsbestel minder voortvarend was ontmanteld.

Nu is de stemming omgeslagen, en niet alleen in Nederland. Eind 1999 werd het establishment opgeschrikt door de felle beto­gingen in Seattle tegen vrijhandel, een spektakel dat vervolgens overal waar leiders van de vrije wereld samenkwamen opnieuw werd opgevoerd. Sinds 11 september lijkt het marktdenken defini­tief uit de gratie. De nieuwe bedreigingen herinneren eraan dat de samenleving een sterke overheid nodig heeft. De luchtvaart en andere getroffen sectoren kloppen bij hun regeringen aan voor steun, en privatisering van strategische diensten (zoals van Schiphol) is ook om veiligheidsredenen dubieus geworden. En nu het economisch tij keert, vormen de overheidsuitgaven een buffer tegen een abrupte crisis: de groei in ons land, zo meldde het CBS vorige week, wordt nog vooral gaande gehouden door de collectieve uitgaven.

De omslag overbrugt oude politieke tegenstellingen. In de VS probeert de Republikeinse regering de economische malaise te keren met extra steunmaatregelen en belastingverlagingen. In Nederland zal volgend jaar misschien VVD‑premier Dijkstal het primaat van de overheid herstellen, nadat de afgelopen jaren vooral sociaal‑democraten de geesten rijp hadden gemaakt voor het marktdenken.

Het marktdenken ‑ de gedachte dat mensen beter zelf hun zaakjes kunnen regelen dan dat de overheid dat voor ze doet- is nog maar tweehonderd jaar oud, maar het is niet de eerste keer dat er een reactie op komt. De ontketende economische groei brengt ingrijpende maatschappelijke veranderingen teweeg, roept spanningen en onlustgevoelens op, vooral bij groepen en landen die zich vastklampen aan traditionele leefpatronen. Toch zijn zij degenen die het meest te duchten hebben van zo'n reactie. Uiteindelijk profiteert bijna iedereen van meer handel en vrije markten, en blijken de verhalen over uitbuiting, milieubederf ( groeiende welvaartskloven niet te stroken met de werkelijkheid. Maar er zijn altijd mensen die aan het kortste eind trekken, net zoals ervan alles is misgegaan bij privatiseringsoperaties.

Veel van de narigheid die wordt geweten aan teveel markt, is eerder toe te schrijven aan slecht beleid. De 'terugtredende overheid was voornamelijk hype; in feite zijn in de rijke landen de collectieve uitgaven sinds 1980 blijven stijgen. Blijkbaar wordt het geld gewoon niet doelmatig besteed. Nog steeds proberen overheden van alles te regelen dat mensen beter zelf kunnen regelen. In talrijke landen zijn de machthebbers als de dood dat hun burgers voor hun eigen belangen zouden opkomen. De meeste terreur is staatsterreur.

Nu de economie verslechtert en de werkloosheid oploopt, neemt de verleiding toe direct in de markt te interveniëren en de internationale handel aan banden te leggen. Dat zal de malaise wereldwijd verder doen toenemen. Misschien biedt een vertraging van het hectische veranderingstempo gelegenheid tot bezinning op allerlei ongewenste neveneffecten. Maar zoals altijd zullen zwakke groepen en arme landen de hardste klappen krijgen.

Op den duur zal de draad van de liberalisering weer worden opgepakt. Het recht vrije keuzen te maken is nu eenmaal het meest effectieve mechanisme om zonder geweld of dwang uiteenlopende belangen te verzoenen.