Terugblik op jaren 70
PSYCHOLOGIE MAGAZINE APRIL. 2002
SUZANNE WEUSTEN
De afgelopen twintig jaar is de betekenis van de psychologie toegenomen. Parallel aan de individualisering en de ontkerkelijking zoeken mensen minder hun toevlucht tot religie en wenden ze zich des te meer tot psychologische hulpverleners. Het aantal mensen dat een psycholoog of therapeut raadpleegt is gestegen van vierhonderdduizend begin jaren tachtig, naar een miljoen eind jaren negentig. En terwijl professionele hulpverleners zich ontfermen over de groeiende groep mensen met psychische klachten, bloeit de zelfhulpindustrie als nooit tevoren. In boeken, cursussen en tijdschriften leren we hoe we zelf onze problemen te lijf kunnen gaan: van stress tot relatiecrisis en van vergeetachtigheid tot dementie.
Maar de psychologie is niet alleen opgerukt op het terrein van de geestelijke gezondheid. Ook in de politiek, de reclame en op het werk is ze niet meer weg te denken. Zo bezoekt de politicus met de verkeerde uitstraling de lichaamstaalexpert, raadpleegt de besluiteloze manager zijn coach en neemt het reclamebureau een psycholoog in dienst. De kern van al die psychologische adviezen is samen te vatten in een krachtige imperatief: `Ken uzelf!' ofwel “Gnoti seauton” in het OudGrieks. Deze wijze raad stond boven het orakel van Delphi, het beroemde heiligdom van Apollo. Zelfkennis is de sleutel tot geluk en voor wie dat te hoog gegrepen is, zelfkennis leidt in elk geval tot psychische gezondheid.
In deze special kunt u lezen hoe de psychologie gepopulariseerd is en welke invloed ze heeft op ons taalgebruik, ons denken en op de manier waarop we onze problemen aanpakken. De psycholoog is gelukkig een normaal mens geworden en niet meer die engerd die dwars door je heen kijkt. Zelfhulpboeken en televisieprogramma's hebben psychologenjargon over ons uitgestort en tijdschriften zoals Psychologie Magazine hebben daar nog een schepje bovenop gedaan. Die verbreiding van psychologische kennis heeft positieve kanten, maar kan ook leiden tot bedenkelijke interpretaties: de grillige collega die het etiket `meervoudige persoonlijkheidsstoornis' krijgt opgeplakt; de verlegen maar doodnormale puber die tot sociofoob wordt gebombardeerd.
Wie de balans opmaakt van twintig jaar popularisering moet tot een tevreden conclusie komen. We analyseren ons misschien wel gek, maar het levert ons ook iets op. Psychologiseren brengt ons niet alleen dichter bij onszelf, maar ook dichterbij de ander.