DE KRACHT VAN EMOTIES (2003)

theorievorming


Uit: DE KRACHT VAN EMOTIES p.18-30

Door Francois Lelord & Christophe Andre

Antwerpen 2003 Standaard

Een eerste definitie

Het is niet gemakkelijk te omschrijven wat een emotie precies is. Toen we aan dit boek begonnen, hebben we deze vraag aan mensen uit onze omgeving gesteld. De meeste ondervraagden probeerden de moeilijk­heid te omzeilen door de verschillende emoties op te sommen. Ze kwa­men al snel tot de slotsom dat vreugde een emotie is, verdriet zeker, angst en woede ook... Maar wat met liefde? Is dat een emotie? Schaamte? Verveling? Jaloezie? Sommigen probeerden emoties te defi­niëren door het onderscheid te maken met een gevoel, een stemming, een passie.

In het Woordenboek van Furetière (1690), een van de vroegste Franse woordenboeken, vonden we een omschrijving van emotie die in verta­ling luidt:

Emotie: buitengewone beweging die het lichaam of de geest opwindt en iemands karakter of stabiliteit beinvloedt. De opwinding begint en eindigt met een kleine verandering van de polsslag. Als je hevige beroering ervaart, stroomt dit gevoel door je hele lichaam. Een min­naar voelt de emotie als hij zijn geliefde ziet, een lafaard als hij zijn vijand ontmoet.

We vermelden deze oude definitie omdat die paradoxaal alle wezenlijke kenmerken bevat waarmee de moderne wetenschap een emotie om­schrijft.

  • Een emotie is een beweging, met andere woorden een verandering in verhouding met een oorspronkelijk onbeweeglijke toestand. We waren niet aangedaan en plots zijn we dat wel.
  • Een emotie veroorzaakt lichamelijke reacties; met name het hart gaat sneller kloppen (soms, dat zien we verder, ook trager). Hier spreken we over het fysiologische element van emoties.
  • Emoties prikkelen ook onze geest, doen ons anders denken. Onder­zoekers noemen dit het cognitieve element van een emotie. Ze ver­troebelt, of versterkt, onze rede.
  • Een emotie is een reactie op een gebeurtenis. Furetière geeft het voor­beeld van de emotie waardoor we worden overvallen als we onze ge­liefde of een vijand ontmoeten, maar er zijn natuurlijk tal van situa­ties die emoties opwekken.
  • Ten slotte, ook al wordt het niet specifiek vermeld, mogen we ervan uitgaan dat als we onze geliefde ontmoeten, de emotie ons naar hem (haar) toe drijft. In het geval van een vijand zal de emotie ons dwin­gen deze te bestrijden of, als we niet zon grote helden zijn, te ont­vluchten. De emotie bereidt ons voor en dwingt ons vaak tot actie: dit is het gedragselement van een emotie.

Samenvattend kunnen we stellen dat een emotie een plotselinge reactie van ons hele organisme is met fysiologische (ons lichaam), cognitieve (onze geest) en gedragsgerelateerde (onze daden) aspecten.

De definitie geeft geen uitsluitsel over het aantal emoties: hoeveel zijn er? Zes, zoals Charles Darwin in 1872 dacht? Zestien, zoals de moderne onderzoeker Paul Ekman' beweert? Oneindig veel, zoals anderen den­ken? Is het aantal emoties niet afhankelijk van de samenleving waarin je wordt geboren? Ervaren mensen dezelfde emoties in Parijs, Kuala Lumpur, op drijvende ijsschotsen of midden in het Amazonegebied?

Voor we de verschillende emoties opsommen, moeten we eerst in­gaan op de vier grote theorieën die emoties proberen te verklaren.

Vier standpunten

Elk van deze theorieën kent voorlopers, hedendaagse pleitbezorgers, en ook praktische toepassingen voor mensen om beter met hun emoties om te gaan. We bekijken deze theorieën van naderbij en vertrekken daarbij van een basishypothese.

EERSTE HYPOTHESE: 'WE ZIJN AANGEDAAN OMDAT DAT IN ONZE GENEN ZIT'

Dit is de visie van de moderne navolgers van Darwin, de evolutie­psychologen. Als we woede, vreugde, verdriet, angst en andere emoties vertonen, is dat omdat, vergelijkbaar met ons vermogen om overeind te blijven of dingen te grijpen, deze emoties ons in staat hebben gesteld beter te overleven en ons beter voort te planten in onze natuurlijke om­geving. Via selectie werden onze emoties in de loop der tijd een heus mentaal apparaat dat erfelijk is. Hier volgen een aantal argumenten van de aanhangers van de evolutieleer.

Emoties redden ons: de fundamentele emoties treden in werking in situaties die bedreigend zijn voor overleving of statusbehoud. Angst waarschuwt voor gevaar, woede helpt ons onze rivalen te bestrijden, verlangen dwingt ons een partner te zoeken om ons voort te planten. Emoties waren dus gunstig voor de overleving en de voortplanting van al onze voorouders, en dit verklaart waarom ze aan ons werden doorgegeven.

Verre verwanten vertonen emoties: we zien duidelijke uitingen van deze emoties bij de aan de mens verwante apen. Primatologen heb­ben aanwijzingen gevonden voor een intens gevoelsleven bij de chimpansees, die qua verwantschap het dichtst bij ons staan.' Het bestuderen van hun sociale leven, hun bondgenootschappen, con­flicten, rivaliteiten, maar ook hun verzoeningspogingen, zijn een schokkende afspiegeling van onze dagelijkse emoties.

Baby's geven blijk van emoties: menselijke baby's vertonen al op zeer jonge leeftijd emotionele reacties zoals woede of angst (vreugde op drie maanden, woede tussen de vier en de zes maanden), en dit pleit voor de 'programmering' van deze emoties in hun genen die in de loop van de evolutie werden geselecteerd.

Charles Darwin (1809-1882)

Charles Darwin, de Engelse natuuronderzoeker uit het Victoriaanse tijd­perk, is niet, zoals algemeen wordt aangenomen, de uitvinder van de evo­lutie van de soort: de Fransman Lamarck had dit fenomeen al een jaar voor de geboorte van Darwin uitgedacht'.

Darwin heeft de evolutie niet ontdekt, wel het mechanisme: de natuurlijke selectie. Spontane mutaties zorgen ervoor dat de grootte, het gewicht, het voorkomen en het metabolisme van dieren van een zelfde soort voortdu­rend veranderen. In een bepaalde omgeving spelen een aantal van deze er­felijke mutaties een rol bij het voortbestaan en de voortplanting van het in­dividu. Wie erover beschikt, zal voor meer nakomelingen zorgen die op termijn de volledige soort zullen vertegenwoordigen in deze omgeving. Bijvoorbeeld bij het geleidelijke ontstaan van de laatste ijstijd, bleven de behaarde mammoeten uiteindelijk over als enige overlevenden van hun soort omdat opeenvolgende mutaties ervoor zorgden dat hun pels dikker werd en ze beter bestand waren tegen een kouder klimaat. Afstammelin­gen van dieren die deze mutaties niet of slechts gedeeltelijk meemaakten, stierven uit. Darwin ontdekte dat de natuur onbewust en verspreid over een hele lange periode hetzelfde doet als kwekers die een soort proberen te selecteren aan de hand van verschillende criteria. Dit wil niet zeggen dat hij natuurlijke selectie moreel aanvaardbaar vond. Een specialist op het vlak van veroudering is ook niet blij met het feit dat wij (of hij zelf) aftakelen.

Om de evolutietheorie te verklaren, doen we geregeld, en soms heel na­drukkelijk, een beroep op de levenswijze van de jager-verzamelaars. We mogen niet vergeten dat we, zoals Jared Diamond' uitlegt, acht miljoen jaar lang primaten en jager-verzamelaars zijn geweest. Pas honderddui­zend jaar geleden verscheen de homo sapiens en die begon slechts tien­duizend jaar geleden, en alleen op bepaalde plaatsen van de wereld, de grond te bewerken. We zijn dus 99 procent van onze geschiedenis jager-­verzamelaars geweest en een groot deel van onze fysieke en psychische eigenschappen zijn aanpassingen aan die manier van leven die nu vrij­wel volledig verdwenen is.

TWEEDE HYPOTHESE: 'WE ZIJN AANGEDAAN OMDAT ONS LICHAAM AANGEDAAN IS'

De Amerikaanse psycholoog en filosoof William James (1842-1910) is de voorloper van een theorie die we met een reclameslogan zouden kun­nen samenvatten: 'Emoties moet je voelen.' We hebben de neiging te denken dat we rillen omdat we bang zijn of dat we huilen omdat we ver­drietig zijn. James beweert het tegenovergestelde: we beseffen dat we rillen, en dan pas voelen we angst, en pas als we huilen gaan we ons ver­drietig voelen.

Op het eerste gezicht druist deze hypothese in tegen het gezond ver­stand, maar onderzoeken hebben een heleboel aanwijzingen opgele­verd ten gunste van deze stelling. In bepaalde situaties bijvoorbeeld is er sprake van een lichamelijke reactie nog voor we de emotie ervaren. Bij­voorbeeld als we op het nippertje een aanrijding vermijden: we voelen de angst vaak pas na de gebeurtenis terwijl ons lichaam al meteen de eerste fractie van een seconde heeft gereageerd met een opstoot van adrenaline en een versnelde hartslag.

Onze emoties zouden trouwens ook inhoudsloos zijn zonder signa­len vanuit ons lichaam. Antonio Damasio heeft het hier over somatische markers die onze geest wijzen op de aanwezigheid van een emotie. Ze stellen ons in staat sneller te beslissen: zo helpen de onaangename fysieke gewaarwordingen bij angst ons om gevaarlijke situaties snel te vermijden, Patiënten die deze markers niet meer gewaarworden, zijn niet bang meer. Dit kan een voordeel zijn, maar tegelijk een groot risico inhouden.

Darwin, Marx en Freud

Marx schreef aan Engels: 'Ofschoon het in de ruwe stijl van de Engelsen is geschreven, geeft dit boek de principes van de natuurlijke geschiedenis weer die aansluiten bij onze denkbeelden."

Ook Freud heeft Darwin gelezen en verwijst geregeld naar hem'. Vooral in Totem en taboe herkennen we Darwin in de hypothese van de 'wilde horde' waar het dominante mannetje zijn nakomelingen jaloers weghoudt van de vrouwtjes (dit brengt hen ertoe hem te doden en wetten uit te vaardigen, en dat is het begin van de beschaving). Er zou een boek moeten komen over de overeenkomsten of verschillen in hun standpunten over de menselijke aard. Zo staat er een echte evolutionistische beschrijving van de ontwikkeling en de erfelijkheid van de aanleg voor altruïsme in de Vijf essays over psychoanalyse".

Er gaapt tegenwoordig een enorme kloof tussen de twee scholen, maar Freud en Darwin werden om soortgelijke redenen verguisd: ze onthulden dat we worden gestuurd door onvrijwillige mechanismen die stammen uit een ver verleden, terwijl wij juist willen geloven dat we vrije en redelijke wezens zijn. Deze twee denkers waren niet blij met wat ze hadden ont­dekt: ze volgden in hun privé-leven een strikte morele koers en adviseer­den hun tijdgenoten dat ook te doen.

We zullen zien dat deze dierlijke afstamming ook voordelig is: Darwin her­innert ons eraan dat onze emoties altijd nuttig zijn geweest en dat we er dus zeker op moeten letten.

Het uiterlijk verraadt de stemming

Een van de meest frappante verduidelijkingen van deze theorie is de facial feedback. Als je met opzet de gelaatsuitdrukking die bij een be­paalde emoties hoort, aanneemt, roep je ook de overeenkomstige fysio­logische reacties en zelfs het daarbij behorende humeur op." Yogi die ons adviseren altijd en overal een zoete glimlach te vertonen, hebben dus gelijk: glimlachen brengt je in een beter humeur! Maar het gaat hier slechts om een bescheiden en tijdelijk effect: we mogen niet denken dat we een intens verdriet, of erger, een depressie, kunnen verhelpen met een vrome glimlach.

DERDE HYPOTHESE: 'WE ZIJN AANGEDAAN OMDAT WE DENKEN'

Als een vriend bijvoorbeeld niet terugbelt nadat ik een boodschap op zijn antwoordapparaat heb achtergelaten, zal ik een andere emotie er­varen als ik denk dat hij me niet meer wil zien (verdriet), als ik denk dat hij op dit moment tot over zijn oren verliefd is (blij voor hem of jaloers) of als ik denk dat hij misschien een ongeluk heeft gehad (ongerustheid).

De hypothese dat we aangedaan zijn omdat we denken, is zeker de meest geruststellende voor mensen die zichzelf graag beschouwen als rationele wezens. Mensen die deze zogeheten cognitieve benadering van emoties voorstaan, denken dat we voortdurend en heel snel ge­beurtenissen beoordelen volgens een boomstructuur: aangenaam/on­aangenaam, verwacht/onverhoeds, controleerbaar/niet-controleerbaar, door onszelf veroorzaakt/door een ander veroorzaakt. Afhankelijk van de aldus ontstane combinatie, ervaren ze een bepaalde emotie.

Bijvoorbeeld:

Onverhoeds-onaangenaam-controleerbaar-te wijten aan een ander - woede.

Verwacht-onaangenaam-controleerbaar = angst.

Deze theorieën vonden hun toepassing in verschillende vormen van psychotherapie, in het bijzonder de cognitieve 'z therapieën waarbij een patiënt anders leert denken. Een patiënt met een depressie heeft bij­voorbeeld de neiging om onaangename gebeurtenissen te beoordelen als 'niet-controleerbaar' en 'door zichzelf veroorzaakt'. Een analyse van deze denkmechanismen kan ervoor zorgen dat de patiënt op een min­der stereotiepe manier gaat denken en zo zijn droeve en angstige emo­ties kan verminderen.

De voorlopers van deze benadering vinden wij bij de filosofen uit de Oudheid, meer bepaald de stoïcijnen, zoals Epictetus: 'Het zijn niet de gebeurtenissen die de mens ontroeren, maar de idee die hij ervan heeft.'

VIERDE HYPOTHESE: 'WE ZIJN AANGEDAAN OMDAT DAT CULTUREEL BEPAALD IS'

We voelen ons bijvoorbeeld verdrietig omdat onze club verloren heeft. Of we zijn boos omdat we geen loonsverhoging hebben gekregen. Dit gebeurt omdat we deze twee emoties hebben aangeleerd in situaties die eigen zijn aan onze samenleving. Niemand in onze omgeving zal zich erover verbazen dat we ons zo voelen. Niemand zal het gek vinden dat we dat uiten door somber te kijken of verontwaardigd op kantoor te ver­schijnen, omdat iedereen deze rollen heeft aangeleerd en herkent.

Voor de aanhangers van deze benadering - vaak met de term culturalisme aangeduid - vervullen emoties vooral een sociale rol. En die rol kennen we juist omdat we in een specifieke samenleving zijn op­gegroeid. Dit veronderstelt dat mensen die ergens anders zijn opgevoed andere emoties ervaren en uiten. Verspreid over de verschillende conti­nenten zouden er dus evenveel verschillende menselijke emoties als ta­len van verschillende volkeren zijn. Als je deze hypothese extreem door­trekt, zou dat betekenen dat verschillende volkeren een aantal van onze emoties, bijvoorbeeld jaloezie op seksgebied of verdriet, gewoon niet kennen. Maar we zullen zien dat methodisch onderzoek de hoop op het ontdekken van een 'goede wilde, de kop heeft ingedrukt.

Psycholoog James Averill'3, een bekend culturalist, wijst er ook op dat deze sociale rol ons in staat stelt bepaalde gedragingen te aanvaarden die anders onaanvaardbaar zouden zijn. Onaangename uitspraken worden ons op slag vergeven als ze geuit werden 'in een vlaag van woede'; bepaalde handelingen worden getolereerd als we zeggen dat we 'verliefd' zijn (vrienden vervelen met alsmaar hetzelfde verhaal over die opwindende relatie, hen verwaarlozen, dansen van vreugde of in snik­ken uitbarsten). Het spreekt vanzelf dat deze gedragingen voor andere beschavingen schokkend of onbegrijpelijk zijn.

De culturalistische benadering van emoties herinnert ons eraan dat we voortdurend onze omgeving in de gaten moeten houden als we emoties willen uiten of die van anderen interpreteren. In bepaalde bevolkingsgroepen wekt huilen in het openbaar aandacht en sympathie op; in andere culturen kan dit een teken zijn van een gebrek aan manne­lijkheid of zelfbeheersing.

Een illuster voorbeeld van de culturalistische benadering vinden we bij Margaret Mead. Zij schreef in 1928 een beroemd boek over het leven van verschillende stammen in Oceanië. Ze kwam tot een aantal opmerke­lijke conclusies over de invloed van de cultuur op onze psychologische mechanismen, in het bijzonder op onze seksuele gewoonten en neu­roses .

Maar moderne waarnemingen en de opkomst van de drie andere be­naderingen van emoties, hebben het reeds lang bestaande overwicht van de culturalistische benadering in twijfel getrokken. We zien dat het steeds moeilijker wordt te beweren dat al onze emoties cultureel be­paald zijn.

De vier grote theorieën

Theoretische stroming

Devies

Grondlegger of belangrijke vertegenwoordiger

Evolutieleer

We zijn aangedaan omdat

Charles Darwin

dat in onze genen zit

(1809-1882)

Fysiologische benadering

We zijn aangedaan omdat

William James

ons lichaam aangedaan Is

(1842-1910)

Cognitieve leer

We zijn aangedaan omdat

Epiáetus

we denken

(55-135 n C.)

Culturalisme

We zijn aangedaan omdat

Margaret Mead

dat cultureel bepaald is

(1901-1978)

De beste theorie

Iedereen heeft gewonnen en iedereen verdient een prijs. LEWIS CARROLL, Alice in Wonderland.

Je zou kunnen denken dat de vier theorieën over emoties elkaar tegen­spreken en dat hun respectieve aanhangers allemaal vanuit hun eigen visie verder werken. Niets is minder waar. De aanhangers van de diverse theorieën ontmoeten elkaar geregeld op symposia over emoties en wer­ken samen aan grotere publicaties waarin ze allemaal hun standpunten uiteenzetten.

Deze theorieën onderscheiden zich van elkaar in het belang dat ze hechten aan een specifiek aspect van emoties, maar ze ontkennen de betekenis van de andere opvattingen niet.

  • Zelfs de meest overtuigde evolutiepsycholoog ('we zijn aangedaan omdat dat in onze genen zit') weet dat situaties die emoties opwek­ken en de manier van uiten anders kunnen zijn in verschillende cul­turen. Omgekeerd aanvaarden moderne 'culturalisten de idee van universele emoties.
  • Cognitieve psychologen ('we zijn aangedaan omdat we denken) ge­ven toe dat bepaalde emotionele reacties ontstaan zonder dat daar een bepaalde gedachte aan voorafgaat.
  • De aanhangers van de fysiologische school ('we zijn aangedaan om­dat ons lichaam aangedaan is') hebben geen moeite met de stelling dat in bepaalde complexe situaties onze emotie wordt gestuurd door wat we denken.

Daarom proberen we in dit boek bij elke emotie de betekenis die de vier scholen eraan geven, te belichten. Dit doen we niet vanuit een oecume­nisch verlangen, maar omdat we ze alle vier goed kunnen gebruiken om zon complex fenomeen als emoties te analyseren.

Soms besteden we meer aandacht aan de meest recente, de evolutie­theorie, omdat de minder bekende denkwijze meer uitleg en voorzor­gen eist.

Een fundamentele emotie herkennen

Om 'fundamenteel' of 'elementair' te zijn moet een emotie aan verschil­lende criteria voldoen":

  • plots ontstaan: een emotie is een reactie op een gebeurtenis of een ge­dachte;
  • kortstondig zijn: duurzaam verdriet is geen emotie meer, maar eerder een stemming;
  • zich onderscheiden van andere emoties: zoals rood verschillend is van blauw. Boosheid en angst kunnen samen voorkomen, maar zijn twee totaal verschillende emoties. Daartegenover maken schrik, angst en benauwdheid deel uit van dezelfde familie.
  • voorkomen bij baby's: ook duidelijk onderscheidbaar van andere emo­ties;
  • het lichaam in een bepaalde toestand van opwinding brengen: elke fun­damentele emotie moet specifieke lichamelijke aanwijzingen en gevol­gen hebben: angst en woede zorgen er allebei voor dat je hart sneller gaat slaan, maar bij boosheid worden je vingers warmer, bij angst krijg koude handen. Met moderne onderzoeksmethoden zoals PET of MRI-scans, kunnen we meteen de reacties in de hersenen waarnemen. Bij verdriet of vreugde worden bijvoorbeeld verschillende zones in de hersenen geactiveerd.

Evolutiepsychologen bezigen nog drie andere criteria:

  • een universele gelaatsuitdrukking hebben. Dit criterium is lang een punt van discussie geweest;
  • opgewekt worden door universele situaties: een groot ding dat op je af komt stormen, maakt in de hele wereld mensen bang. Het verlies van een dierbaar iemand stemt mensen overal ter wereld droevig.
  • waarneembaar zijn bij de aan ons verwante primaten: we kunnen het hen niet vragen, maar als we twee chimpansees zien die elkaar bij het weerzien vastpakken, omhelzen en gekke buitelingen maken, is de kans groot dat ze blij zijn.

Fundamentele emoties

De lucht of een landschap kan eindeloos van kleur veranderen en toch weten we al een eeuwigheid dat die kleuren altijd een mengeling zijn van de drie basiskleuren rood, blauw en geel. Geldt dit ook voor ons emotionele landschap? Bestaan er basisemoties die in combinatie met andere (net zoals dat gebeurt met kleuren) subtiele verschillen in onze stemming veroorzaken? De meest onderzoekers zijn het hierover eens en proberen de basisemoties te definiëren.

Als er fundamentele emoties bestaan, moeten we ze ook kunnen be­noemen. Charles Darwin (1872) koos voor vreugde, verrassing, verdriet, angst, afkeer en boosheid; ook wel de big six van Darwin genoemd (niet te verwarren met de 'zes eenvoudige en primitieve gevoelens' van Des­cartes: bewondering, liefde, haat, verlangen, vreugde en verdriet). Paul Ekman wil de lijst uitbreiden tot zestien emoties en er amusement, min­achting, tevredenheid, verlegenheid, opwinding, schuld, trots, voldoening, zintuiglijk plezier en schaamte aan toevoegen. Maar hij denkt dat nog niet elke emotie aan alle criteria voldoet (bestaat er een universele uitdrukking voor minachting?). Wordt vervolgd...

In dit boek proberen we al deze emoties te behandelen, in het bijzon­der de emoties die een doorslaggevende invloed hebben op ons welzijn en ons vermogen om ons aan onze omgeving aan te passen.