Verdieping.
De achterliggende waarden van zelfverwerkelijking en authenticiteit moeten echter als een krachtig moreel ideaal worden erkend dat een blijvend element zal vormen in de moderne cultuur. Authenticiteit, zegt Taylor, verwijst naar een meer aan onszelf verantwoordelijke vorm van leven
door: A.W. Musschenga
uit:
De mens die je bent.
Over identiteit
(artikelen) Kok 1995 Agora
4. Persoonlijke identiteit en individualisering
Waarin verschilt nu het moderne denken over identiteit van dat in premoderne samenlevingen? Ik maak hier gebruik van een onderscheid dat Rom Harre maakt tussen twee vormen van persoonlijke identiteit.
De eerste is die waarbij een individu zich een mate van eigenheid ontwikkelt in de wijze waarop het binnen een gegeven sociale orde een bepaalde sociaal geaccepteerde rol vervult. Een koning kan zich van z'n voorgangers onderscheiden door de stijl waarmee hij zijn rol vervult, door de accenten die hij daarbij legt. Het eigene van z'n koningschap is dan de persoonlijke stempel die hij daarop drukt. Persoonlijke identiteit is dan vooral sociale identiteit binnen een sociaal-gedeelde, publieke sfeer.
De tweede vorm van persoonlijke identiteit is die waarbij het eigene gezocht wordt in een ruimte buiten de gegeven sociale rollen. Persoonlijke identiteit is dan de identiteit als privé-persoon binnen de vrije ruimte van de private levenssfeer. Beide vormen van persoonlijke identiteit hoeven elkaar niet uit te sluiten. Ook in moderne samenlevingen vervullen mensen sociale rollen en proberen ze daaraan een eigen stempel te geven. Het verschil is dat in moderne samenlevingen de individuele persoonlijke identiteit niet alleen van de sociale wordt onderscheiden, maar ook als meer wezenlijk wordt beschouwd. Echt jezelf ben je in je privé-wereld.
De scheiding tussen een publieke sfeer en een privé-sfeer is een produkt van de moderne tijd. Over de betekenis van de beide begrippen bestaat een hardnekkig misverstand. Bij publieke en privé-sfeer wordt gemakkelijk in ruimtelijke termen gedacht. De publieke sfeer wordt dan geassocieerd met de straten, pleinen en andere plaatsen waar mensen voor elkaar zichtbaar zijn en komen om elkaar te ontmoeten. De privé-sfeer roept de gedachte op aan de omslotenheid en geborgenheid van het huis. Maar kleding is heel privé, terwijl we die graag aan anderen laten zien. De scheiding tussen die sferen is echter niet een fysiek-ruimtelijke, maar een normatieve. De scheiding daartussen is een kenmerk van de liberale politieke moraal. De privé-sfeer is de sfeer van het vrije en autonome handelen van individuen die zich al dan niet in groepsverband aaneen hebben gesloten. Daartoe behoren handelingscontexten als seksualiteit, gezinsleven, kerk en godsdienst, maar ook het economische leven. Ik wil niet beweren dat individuen in een premoderne samenleving geen privacy hadden. Die hadden ze wel. De mate daarvan hing af van de striktheid van de sociale controle in een groep. Het verschil is echter dat in een moderne samenleving de vrije ruimte voor individuen geen ruimte meer was die zij voor zich tussen de sociale regels moesten zien te vinden, maar een sociaal erkende waarde.
Over het proces dat tot de sociale erkenning van ruimte voor het individu heeft geleid, namelijk individualisering, kom ik nu te spreken.
Individualisering is een onderdeel van het moderniseringsproces. En dat proces heeft zowel structurele als culturele aspecten. Dat wil zeggen, modernisering omvat zowel veranderingen in de organisatievormen van een maatschappij als ook in wereld- en levensbeschouwing en in waarden. Ook het deelproces van individualisering kent die beide aspecten. De term `individualisering' wordt gebruikt om naar de structurele als ook naar de culturele aspecten te verwijzen. Ik zal eerst iets zeggen over de verhouding tussen individualisering en modernisering en daarna over de waarden die met de term individualisering worden aangeduid.
5. Individualisering en modernisering
Hans van der Loo en Willem van Reijen onderscheiden vier aspecten van modernisering: rationalisering, domesticering, differentiatie en individualisering.' Ik zal ze hierna kort aanduiden.
Rationalisering is een proces waarin denken en handelen steeds meer onderworpen raken aan berekening, beredenering en beheersing. Denken en handelen zijn gericht op het beheersen van zowel de natuurlijke als de sociale werkelijkheid. De daarbij gehanteerde middelen moeten voldoen aan criteria van effectiviteit en efficiëntie. Daarmee hangt het proces van domesticering samen. Domesticering is een proces waarin mensen zich in toenemende mate weten te onttrekken aan, zich onafhankelijk weten te maken van, natuurlijke en biologische beperkingen - zowel die van de eigen innerlijke natuur als die van de omringende natuur. Voor ons onderwerp is het proces van differentiatie belangrijker.
Differentiatie heeft betrekking op de splitsing van een oorspronkelijk homogeen geheel in delen met een eigen karakter en samenstelling. Als gevolg van differentiatie verzelfstandigen zich allerlei activiteiten en functies en ontstaan daarop toegespitste instituties en organisaties. Een belangrijk kenmerk van differentiatie vormen arbeidsdeling en specialisatie. In premoderne samenlevingen zijn arbeidsdeling en specialisatie gering en beheersen de leden een breed scala van activiteiten die nodig zijn voor het overleven en de reproduktie van het bestaan. Arbeidsdeling houdt in dat die activiteiten zich verzelfstandigen en verricht gaan worden door gespecialiseerde beroepsgroepen. De samenleving valt uiteen in meerdere sociale sferen als economie, politiek, godsdienst en wetenschap, ieder met hun eigen instituties, regels, functionarissen en specialisten.
Het differentiatieproces heeft verreikende gevolgen voor de aard van de relaties tussen mensen. In een premoderne, nauwelijks gedifferentieerde samenleving worden mensen enerzijds bijeengehouden door allerlei gemeenschapsstichtende mythen, riten en dwingende sociale regels en anderzijds doordat ze dezelfde activiteiten verrichten en zich in weinig van elkaar onderscheiden. Emile Durkheim noemt de verbondenheid in dergelijke samenlevingen mechanische solidariteit.' De solidariteit wordt afgedwongen doordat afwijking van de sociale regels wordt bestraft. In een moderne, gedifferentieerde samenleving is de solidariteit daarentegen organisch, omdat gespecialiseerde individuen elkaar nodig hebben en op elkaar zijn aangewezen zoals de organen van een lichaam elkaar nodig hebben. De relaties tussen individuen zijn vooral ruilrelaties. Het symbool van de ruil is het contract.
Wat is dan individualisering?
Individualisering is een proces waarin het individu in toenemende mate de belangrijkste sociale eenheid wordt. Het individu maakt deel uit van een veelheid van sociale verbanden. Omdat het niet totaal opgaat in een sociaal verband, maar met meerderen relaties onderhoudt, verwerft het individu zich een bepaalde mate van onafhankelijkheid.
6. Individualisering en waarden
De term `individualisering' verwijst, zei ik, zowel naar structurele aspecten van sociale processen als ook de culturele aspecten daarvan, naar het dominant worden van bepaalde waarden. De waarden worden ook wel met de term `individualisme' aangeduid. De filosoof Steven Lukes betoogt dat die term verwijst naar een complex van verschillende, maar wel met elkaar samenhangende waarden.' Ik zelf geef er de voorkeur aan te spreken van waarden van individualisering of individualiteit.
De eerste waarde is die van individualisering als verzelfstandiging. In de voormoderne tijd is een mens allereerst lid van gemeenschappen: familie, dorp, natie etc.; gemeenschappen die elkaar overlappen (dorp, kerk) of concentrisch zijn (alle inwoners van een dorp maken deel uit van dezelfde cultuurgemeenschap en natie). Een gemeenschap is een organisch geheel. Zoals in een lichaam alle leden en organen hun eigen plaats hebben en hun waarde ontlenen aan hun bijdrage aan de instandhouding en bloei van het geheel, zo ook wordt de identiteit van een mens in een gemeenschap bepaald door de plaats en de stand waarin hij geboren wordt en bestaat zijn waarde in de bijdrage die hij vanuit die plaats aan de bloei van de gemeenschap levert. Verzelfstandiging betekent dat mensen primair als op zichzelf staande wezens worden gezien en pas in tweede instantie als leden van een gemeenschap. De individuele mens heeft een eigen waarde en waardigheid, los van de sociale verbanden waartoe hij behoort. Door denkers als Thomas Hobbes wordt de idee dat de mens primair een op zichzelf staand en op zichzelf aangewezen individu is, teruggeprojecteerd in een natuurtoestand. Individuele vrijheden zijn natuurlijk; de verplichtingen tegenover een samenleving en tegenover een overheid kunstmatig. Dat wil zeggen: de samenleving wordt niet langer als een hiërarchisch geordende gemeenschap gezien, maar als een vrijwillige associatie, een sociale unie van individuen die daarbij belang hebben. De relatie tussen burgers en overheid ging men zien als een sociaal contract dat uiteindelijk berust op de vrijwillige instemming van de burgers. Men had afscheid genomen van de idee dat het gezag van een overheid uiteindelijk van God komt en dat de rechten en plichten die burgers hebben, afhangen van de sociale positie, de stand waarin men toevallig geboren wordt. Iedereen is vrij en gelijk geboren en heeft van nature dezelfde rechten op vrijheid. Men herkent in deze schets het klassieke liberalisme. Durkheim heeft met zijn idee van organische solidariteit kritiek willen leveren op het klassiek-liberale beeld van de samenleving als een verzameling van atomistische individuen. Met die kritiek had hij gelijk. Klassieke liberale denkers ontleenden hun beeld van de samenleving aan de opkomende moderne natuurwetenschap. Zij zagen de samenleving als een verzameling van op elkaar botsende atomen. Dat beeld moest duidelijk maken dat vrijheid en ongebondenheid de natuurlijke toestand waren. Het gezag waarmee de overheid beperkingen aan de individuen oplegde, berustte uiteindelijk op hun instemming. Bij Hobbes was dat gezag onbeperkt, maar bij John Locke werd het begrensd door de natuurlijke vrijheidsrechten.
De tweede waarde is die van de autonomie. Het moderne idee van autonomie is vooral gevormd door Immanuel Kant. Autonomie staat bij hem tegenover heteronomie. In twee opzichten kan een mens heteronoom zijn. Allereerst als hij zich de wet laat voorschrijven door autoriteiten of door de gewoonten en conventies van een traditie. Daarnaast handelt een mens ook heteronoom als hij zich in zijn handelen laat bepalen door verlangens en begeerten. Want die behoren tot de lichamelijke natuur van de mens die, net als de natuur buiten de mens, aan de wetten van oorzaak en gevolg is onderworpen. Alleen de menselijke rede is daaraan niet onderworpen. Autonomie nu is rationele zelfbepaling; zich laten leiden door wetten die men zichzelf gesteld heeft. Autonomie is iets anders dan vrijheid die tegenover gebondenheid staat. Want ware vrijheid ontstaat juist doordat een persoon zijn handelen bindt aan wetten die hij zichzelf oplegt. Autonoom worden is ook in de normatieve zin van het woord mens worden. Want rationaliteit is bij uitstek het vermogen waardoor de mens zich van de rest van de natuur onderscheidt.
De derde waarde is die van privacy. In onze samenleving is privacy niet alleen een waarde, maar ook een in wetten en regelingen verankerd recht. Privacy wordt wel eens omschreven als `het recht om alleen gelaten te worden'. Mensen willen zich terug kunnen trekken, alleen kunnen zijn, als ze de behoefte voelen om `even zichzelf te kunnen zijn'. Privacy-wetten en regelingen moeten inhoud geven aan het recht van mensen om niet begluurd, aangeraakt en betast te worden als ze dat niet willen. Dat recht betreft niet alleen het lijf, maar ook zaken die nauw met persoonlijke identiteit verweven zijn: woning, kleren, erfstukken. En niet alleen materiële zaken, maar ook geestelijke: ideeën, gevoelens die we alleen tegenover mensen die wij zelf uitkiezen, willen uiten, zelfs informatie over onze persoon, zoals de kranten die we lezen, ons stemgedrag en onze gezondheidstoestand. Het gaat er niet zozeer om dat mensen gegevens over zichzelf willen verheimelijken, maar dat ze zelf willen kunnen bepalen aan wie zij persoonlijke dingen vertellen en laten zien. Daar ligt ook de verbinding tussen de begrippen `privacy' en `private levenssfeer'.
De vierde waarde is die van de individualiteit in de zin van uniciteit van de mens. Die waarde is niet zo zeer afkomstig uit de Verlichting als wel uit de Romantiek. Uniciteit duidt op datgene wat een mens kenmerkt en waardoor hij zich van anderen onderscheidt. In de Middeleeuwen is van een dergelijk idee van individualiteit en uniciteit nog geen sprake. In die periode viel een mens nog samen met de stand en het beroep waarin hij geboren werd. Verbonden met uniciteit is de idee van een zelf achter alle rollen die we vervullen, een zelf dat voor onszelf nog verborgen kan zijn; een zelf dat om expressie vraagt. Voor de hedendaagse mens zo vanzelfsprekende waarden als trouw zijn aan jezelf, oprechtheid en authenticiteit veronderstellen een dergelijke, moderne conceptie van het zelf. Authenticiteit en daarmee samenhangende waarden nemen in de moderne conceptie van persoonlijke identiteit een centrale plaats in.
7. Authenticiteit en zelfverwerkelijking
Authenticiteit is dus een aspect van individualisering en individualisme. De waarde van authenticiteit is vooral benadrukt binnen die stromingen in filosofie, psychologie en religie waarin zelfverwerkelijking het hoogste levensdoel is. De moderne opvatting van persoonlijke identiteit als individuele identiteit is in die stromingen het meest pregnant verwoord. Het thema van de zelfverwerkelijking krijgt niet meer zoveel aandacht in de media als vijftien jaar geleden. Maar daaruit mag men niet afleiden dat het slechts een culturele trend van voorbijgaande aard was. Ik ben het met Charles Taylor eens dat de waarden die met het zelfverwerkelijkingsstreven zijn verbonden, zoals trouw aan jezelf en authenticiteit tot de kern van de cultuur van de moderne samenleving behoren.' In de jaren zeventig werden die waarden geassocieerd met wat toen de tegencultuur werd genoemd. De aandacht voor zelfverwerkelijking is mogelijk geworden door de toegenomen welvaart. Wie de hele dag bezig is om zijn fysiek overleven veilig te stellen zal zich weinig kunnen bekommeren om zelfverwerkelijking in een meer spirituele zin. Tegelijkertijd is zelfverwerkelijking ook een reactie, een kritiek op het arbeidsethos en de consumptiedrift achter het welvaartsstreven. Toch is zelfverwerkelijking geen luxe-aangelegenheid, een streven van hen die blasé zijn van materiële welvaart. Daniel Yankelovich heeft er in zijn boek The New Rules (1982) al op gewezen dat in de Verenigde Staten ook in tijden van economische recessie het verlangen naar zelfverwerkelijking werkzaam blijft.' Het mag dan in tijden van materiële welvaart gewekt zijn, het blijft zich ook onder minder gunstige economische omstandigheden doen gelden.
Wat is nu zelfverwerkelijking? Allereerst, zelfverwerkelijking is iets anders dan een plat hedonisme waarbij je je laat voortdrijven door de verlangens en begeerten die je op een gegeven moment hebt. Voor velen draagt het streven daarnaar het karakter van een behoren: je moet jezelf verwerkelijken, het is een heilige plicht tegenover jezelf. Zelfverwerkelijking vergt hard werken en zelfs het opofferen van oppervlakkige en momentane genoegens. Belangrijk is op te merken dat het idee van zelfverwerkelijking als een plicht een omkering veronderstelt in de relatie tussen normen en begeerten. Van oudsher bakenen normen en waarden de ruimte voor de bevrediging van begeerten en verlangens. Nu lijkt het erop dat normen en waarden de bevrediging van diepste verlangens en begeerten gaan ondersteunen: de bevrediging daarvan mag niet alleen, maar moet zelfs.
Het zijn vooral de humanistisch georiënteerde psychologieen geweest die aan het verlangen naar zelfverwerkelijking een taal hebben gegeven en daardoor ook aan denken en handelen bepaalde oriëntatieschema's hebben opgelegd. De bekendste representanten daarvan zijn zonder twijfel Abraham Maslow, Carl Rogers en Erich Fromm.' Maslow en Fromm vertegenwoordigen twee verschillende richtingen in die psychologie. In de richting van Maslow wordt zelfverwerkelijking gezien als een organisch proces van het ontplooien van voorgegeven mogelijkheden. Fromm daarentegen ziet zelfverwerkelijking niet als een min of meer onbewust proces waarin een mens uitdrukking geeft aan zijn aangeboren mogelijkheden, maar als een bewust streven naar een ideaal leven, gevoed door inzicht in de menselijke natuur.' Bij hem is zelfverwerkelijking zelfvervolmaking. Gemeenschappelijk aan beide stromingen zijn enkele vooronderstellingen over de aard van de mens. In de mens is volgens beide een drang, een druk aanwezig in de richting van het goede leven, van meer volmaaktheid en compleetheid. Beide stromingen zien de menselijke natuur als goed: het streven naar zelfverwerkelijking brengt de mens niet in conflict met anderen, met de samenleving.
Zelfverwerkelijkte mensen zijn per definitie sociale mensen. De humanistisch georiënteerde psychologieën hebben, zei ik, aan het verlangen naar zelfverwerkelijking een taal gegeven. Ik wil niet beweren dat allen in wie dat verlangen aanwezig was, zich ook van die taal bediend hebben. Maar de humanistische psychologieën hebben aan het streven naar zelfverwerkelijking wel een bepaalde richting gegeven.
Voor het alledaagse denken over zelfverwerkelijking en de populaire invulling daarvan zijn de psychotherapeutische bewegingen die onder de noemer van bewustzijnsbewegingen vallen, van groter belang dan de humanistischpsychologische theorieën. Veel van deze bewegingen zijn wel op het gedichtengoed van de humanistische psychologie geënt. Als voorbeeld noem ik de client-centered therapy en diens encountergroepen van Carl Rogers, de Gestalttherapie van Frederick S. Perls, en de bio-energetica van Alexander Luwen. Andere psychotherapeutische bewegingen zijn niet in het gedachtengoed van de humanistische psychologie geworteld. Ik noem de transactionele analyse van Eric Berne en Thomas A. Harris, de rationeel-emotieve therapie van Albert Ellis, de psychosynthese van Roberto Assaglioli, en de EST - Ërhard Seminar Training - van Werner Erhard. Al deze bewegingen wijzen een pad naar zelfverwerkelijking. Sommige daarvan verwerken elementen uit oosterse filosofieën. Dat geldt ook voor veel van de zogenaamde `nieuwe religieuze bewegingen'. De oosterse filosofieën wijzen geen weg naar zelfverwerkelijking in de zin van persoonlijke, individuele identiteit. Zij prediken de `grote zelfverwerkelijking'. De grote zelfverwerkelijking is de transcendente zelfverwerkelijking: het inzicht dat het ware zelf deel is van, verschijningsvorm is van het alomvattende kosmische zelf. De boodschap van de grote zelfverwerkelijking relativeert juist de kleine zelfverwerkelijking van de persoonlijke identiteit."
8. Kritiek op de bewustzijnsbewegingen
In de bewustzijnsbewegingen worden de uitwassen van het moderne streven naar zelfverwerkelijking zichtbaar. Belangrijker dan die bewegingen is het verlangen naar zelfverwerkelijking waarop zij inspelen. Het is niet mogelijk om een oordeel te vellen over alle theorieën en therapieën die zich met zelfverwerkelijking bezighouden. De kritische kanttekeningen die ik laat volgen, hebben betrekking op elementen die in het zelfverwerkelijkingsdenken soms of vaak worden aangetroffen. Verder moet men ook onderscheid maken tussen bedoelingen en effecten. Verhalen die persoonlijke groei aanbevelen, kunnen gebruikt worden ter rechtvaardiging vaneen zuiver individualistisch streven naar bevrediging van alle behoeften en verlangens naar individueel geluk. Maar ook dergelijke effecten mag men in de beoordeling van die bewegingen meenemen.
Ik laat hier een aantal punten van kritiek volgen.
- De aandacht voor zelfverwerkelijking gaat in sommige humanistisch-psychologische theorieën en daarop geënte therapieën samen met kritiek op de dominantie van rationaliteit en een maatschappelijk conformisme dat geen ruimte laat voor de mens als persoon. Maar die kritiek kan ook doorslaan. Dan ziet men een eenzijdige nadruk op het biologische, het lichamelijke, op verlangens en op het zelf gerichte gevoelens. De afkeer van rationaliteit kan ook leiden tot een gebrek aan zelfkritiek. Bij auteurs als Maslow en Rogers ziet men een groot vertrouwen in de juistheid van de richting waarin je gevoelens je wijzen. Alsof gevoelens een heldere en eenduidige boodschap hebben. Integendeel, vaak zijn ze verward en tegenstrijdig. Het is gevaarlijk om die tegenstrijdigheden weg te poetsen. Soms wordt een naïef verzet gepredikt tegen iedere vorm van een restrictieve moraal die grenzen stelt aan het individuele streven naar zelfverwerkelijking. Het idee daarbij is dat een mens die verlost is van de knellende banden van een opgelegde, heteronome moraal, van schuld- en schaamtegevoelens, zich zal ontpoppen als een wezen dat van nature, spontaan moreel handelt. Het idee dat men, als men zijn natuurlijke impulsen volgt, op een weg komt die leidt tot het goede voor zichzelf, de medemens en de samenleving als geheel verraadt een optimistische mensvisie. Zo'n visie verdonkeremaant bepaalde trekken van de mens die op z'n minst ambivalent zijn, zoals geldingsdrang en behoefte aan erkenning.
Er schuilt ook een gevaar in het idee dat alle behoeften, verlangens en begeerten bevredigd en gerealiseerd moeten worden. Dat is moreel en menselijk gezien onmogelijk en onwenselijk. Het verlangen naar zelfverwerkelijking vat ik op als een roep om vrijheid en bevrijding. Als zelfverwerkelijking een plicht wordt, slaat vrijheid om in onvrijheid. Het gevaar van die dwang wordt nog groter als men, zoals in sommige theorieën het geval is, ook nog van het idee uitgaat dat alleen het heden van belang is; dat zelfverwerkelijking niet een proces is dat tijd nodig heeft, maar hier en nu moet plaatsvinden.
- In sommige theorieën en daarop geënte therapieën wordt sterk de nadruk gelegd op de eigen verantwoordelijkheid. Je bent zelf verantwoordelijk voor jouw leven en voor de oplossing van jouw problemen. Hier zien we een nieuwe variant van het ethisch egoïsme dat leert dat het het beste voor iedereen is als een ieder zo consequent mogelijk zijn eigenbelang, zijn eigen zelfverwerkelijking nastreeft. Wat voor samenleving krijgen we als we allemaal denken dat het het beste is als iedereen zich uitsluitend en alleen verantwoordelijk voelt voor de eigen zelfverwerkelijking?
- Een ander gevaar is dat er, als men de eigen zelfverwerkelijking als het hoogste levensdoel beschouwt, alleen nog ruimte is voor de ander als en voorzover die de eigen zelfverwerkelijking ondersteunt of althans niet belemmert. Toegepast op intieme relaties heeft die visie tot gevolg dat er te hoge eisen en verwachtingen aan de ander worden gesteld. Tegelijkertijd wordt de ander gedegradeerd tot instrument voor de eigen zelfverwerkelijking.
- In veel zelfverwerkelijkingstheorieën is er kritiek op de reductie van de mens tot een gefragmentariseerd drager van allerlei sociale rollen. Rollen worden dan echter eenzijdig gezien als keurslijven en geassocieerd met onechtheid, onderdrukking en manipulatie. Men vergeet dat rollen, regels en instituties (waaronder de moraal) nodig zijn om het (sociale) leven structuur en orde te geven. Men kan kritiek hebben op de inhoud van die rollen, en op de wijze waarop de rollen zijn verdeeld. Maar het is naief om de noodzaak van rollen te ontkennen.
Soms draagt het spreken over zelfverwerkelijking zelfs religieuze trekken. Paul Vitz wijst op een uitspraak van Maslow waarin hij van zelfverwerkelijkte mensen zegt dat die een paar eeuwen geleden beschreven zouden worden als `mensen die in Gods paden wandelen' of `goddelijke mensen', maar die geen van allen in een God of in het bovennatuurlijke geloven."
- Door velen is erop gewezen dat de centrale begrippen uit het zelfverwerkelijkingsdenken leeg en formeel zijn, begrippen zoals zelf, vermogen, groei, piekervaringen, bewustwording, ontplooiing. Ze veronderstellen een voortdurende beweging en verandering, maar over de richting daarvan wordt heel weinig gezegd. Die leegte maakt het zelfverwerkelijkingsdenken kwetsbaar voor een invasie door vreemde wereld- en mensbeschouwingen. Iedere belofte van zelfverwerkelijking wordt dan als een strohalm vastgepakt.
9. Authenticiteit als een met de moderniteit onlosmakelijk verbonden ideaal
De humanistische en daarmee verwante psychologieën hebben, zei ik, het verlangen naar zelfverwerkelijking een taal gegeven en ook in bepaalde richtingen gestuurd. Op die psychologieën en de daardoor beïnvloede therapeutische bewegingen is, zoals ik heb laten zien, veel kritiek geweest. De achterliggende waarden van zelfverwerkelijking en authenticiteit moeten echter als een krachtig moreel ideaal worden erkend dat een blijvend element zal vormen in de moderne cultuur. Authenticiteit, zegt Taylor, verwijst naar een meer aan onszelf verantwoordelijke vorm van leven. Ze maakt het ons mogelijk althans in potentie een voller en meer gedifferentieerd leven te leiden omdat het meer ons eigen leven is geworden.` Taylor zegt over authenticiteit iets soortgelijks als ik zelf al eens in breder verband over de waarden van individualiteit heb gezegd, namelijk dat er onder hen die tot de hoofdstroom van de westerse samenlevingen behoren, moeilijk iemand te vinden is die, staande voor eigen levenskeuzen, aangaande carriere of relaties, in het geheel geen waarde hecht aan iets dat hij of zij vervulling, zelfontplooiing, of realisering van zijn of haar mogelijkheden zou noemen." De idealen van authenticiteit en zelfverwerkelijking laten zich gemakkelijk perverteren in egocentrische levensvormen. Dat is een risico van de moderne cultuur. Maar een weg terug achter die idealen is er - zeg ik Taylor na - niet.
Ik wil tenslotte wijzen op het feit dat het moderne streven naar zelfverwerkelijking mensen erg kwetsbaar maakt. Het moderne streven naar zelfverwerkelijking stelt hoge eisen aan individuen. Het zelf moet een origineel en uniek kunstwerk zijn. De herkenbaarheid daarvan is evenmin van belang als bij moderne schilderijen. Gewoon een goede huisvrouw of een goede docent en onderzoeker zijn is niet voldoende. Wie kunnen aan dergelijke idealen voldoen? Het benadrukken van uniciteit en originaliteit kan het zelfrespect aantasten van mensen die daarvoor niet de talenten en de mogelijkheden hebben. Waarden als authenticiteit, uniciteit en integriteit - in de zin van heel, geïntegreerd zijn - zijn echter formele waarden. Ze zeggen niets over het morele gehalte van een persoonlijkheid. Een volstrekt immoreel mens kan heel wel authentiek en uit een stuk zijn. De suggestie daarbij is dat bepaalde ideeën, voorkeuren en gedragingen die tot de kern van iemands persoonlijkheid behoren, onaantastbaar zijn. Van die kern moet je afblijven; je moet een mens in zijn diepste zelf respecteren. Dat is immers het gebied waarvan een mens alleen maar kan zeggen: `Hier sta ik, ik kan niet anders.' Dat zei Luther, maar dat kan ook iedere willekeurige fanaticus zeggen. Soms kunnen mensen niet anders denken en doen, zonder dat ze hun persoonlijke identiteit geweld aandoen. Dat zegt echter alleen iets over de relatie die ze met bepaalde ideeën en gedragingen hebben, maar niets over de waarde. De leden van de Afrikaner Weerstandsbeweging zijn authentieke en integere blanke boeren. Maar tegelijk zijn het ook racisten.
Die kwetsbaarheid is ook hierin gelegen dat mensen niet kunnen leven zonder door anderen bevestigd te worden in hun identiteit. Die bevestiging is vooral nodig wanneer men zich voor de vulling van zijn persoonlijke identiteit niet kan beroepen op algemeen aanvaarde sociale rollen. In een premoderne samenleving kon een bakker volstaan met te voldoen aan de sociale verwachtingen met betrekking tot de rol van bakkers. Taylor formuleert het als volgt: `Op het intieme niveau kunnen wij zien hoezeer een originele identiteit behoefte heeft aan en gekwetst kan worden door de erkenning die wordt gegeven of onthouden door significante anderen. Het is niet verrassend dat men in de authenticiteitscultuur relaties ziet als de centrale plaatsen voor zelfontdekking en zelfbevestiging. Liefdesrelaties zijn niet maar belangrijk vanwege de algemene nadruk in de moderne cultuur op de bevredigingen van het gewone leven. Zij zijn ook van wezenlijk belang omdat zij de smeltkroes vormen van een inwendig gegenereerde identiteit.",