Gevoelens kunnen zichzelf nu eenmaal niet legitimeren. Dit neemt niet weg dat men in onze tijd het 'vanuit je gevoelens leven' tot een hoge, soms zelfs dé hoogste norm, verheft en zich daarbij nota bene op hoge waarden als die van 'authenticiteit', 'geloofwaardigheid' en 'waarachtigheid' beroept
H.M. de Vos, De kern van waarden,van Gorcum 1989 Assen p42-43
Hoofdstuk 3
Het deterministische en aesthetische amoralisme
Zelfs wanneer onze gevoelens door waardevoorstellingen worden geleid en daarmee in volledige overeenstemming zijn, hebben wij nog heel vaak behoefte om ons - tegenover anderen en onszelf - rekenschap en verantwoording van deze gevoelens af te leggen (of ... zouden wij, sociale wezens die we nu eenmaal zijn, deze behoefte moeten voelen). Deze toetsing geschiedt dan steeds in termen van de waardebegrippen.
Gevoelens kunnen zichzelf nu eenmaal niet legitimeren. Dit neemt niet weg dat men in onze tijd het 'vanuit je gevoelens leven' tot een hoge, soms zelfs dé hoogste norm, verheft en zich daarbij nota bene op hoge waarden als die van 'authenticiteit', 'geloofwaardigheid' en 'waarachtigheid' beroept.
Voorondersteld is dan dat je niet 'echt' bent wanneer je niet in overeenstemming met je 'eigenlijke' gevoelens handelt; en 'je eigenlijke gevoel laten spreken' (zoals de uitdrukking luidt) komt dan neer op een vrij direct, zeer intuïtief of uiterst principieel reageren op mensen en omstandigheden. In ieder geval is er weinig ruimte voor gevoelens die worden geleid door morele overwegingen en de daar idealiter mee verbonden afweging van gevolgen en alternatieven - om van het eveneens wezenlijke besef van plicht maar te zwijgen.
Mij dunkt evenwel dat de betekenis van 'authenticiteit', 'geloofwaardigheid' en 'waarachtigheid' niet tot een dergelijk emotioneel gebeuren kan worden verengd; dat ook deze waardebegrippen niet alleen door elkaar, maar steeds ook door andere waardebegrippen in evenwicht dienen te worden gehouden. In dit laatste geval valt dan in eerste instantie te denken aan waardebegrippen met een wat langere adem zoals loyaliteit, trouw, vaardigheid.
Het beroep op 'echte' gevoelens vindt heel vaak zijn goede grond in een scrupuleuze, d.w.z. ondoelmatige en benauwende, beleving van plichten ; maar het resulteert niet zelden in een griezelige verenging van de tijdsfactor, d.w.z. een bizarre voorrang van het heden op het verleden en de toekomst; bovendien is van meet af aan een volstrekt onacceptabel overwicht van het eigenbelang (centraal staan immers de eigen gevoelens) op dat van anderen geimpliceerd. om vele redenen is het in ieder geval van belang dat dergelijke gevoelens en solidariteit, welwillendheid en rechtvaardigheid en een dergelijke opvatting van authenticiteit geen heerschappij krijgen over ons leven en samenleven.
Voor feiten geldt hetzelfde. Ook al corresponderen standen van zaken naar onze oprechte overtuiging volledig met onze in waardebegrippen tot uitdrukking gebrachte morele idealen, feiten hebben met gevoelens gemeen dat zij zichzelf niet kunnen legitimeren. Wij kunnen de waardebegrippen niet ontberen. Alleen zij stellen ons in staat het morele karakter van gevoelens en feiten op het spoor te komen; en zij bepalen in hoge mate wat ons, juist ten overstaan van deze gevoelens en feiten, uit naam van moraal en ethiek staat te doen en te laten.
1) Ik wil niet ontkennen dat in de psychotherapeutische praktijk een amorele interpretatie van 'gevoelens' en 'authenticiteit' van veel nut kan ziln. Soms kunnen zelfs moraal en ethiek bij een dergelijke werkwijze zijn gebaat! Ons verantwoordelijkheidsbesef begint nu eenmaal bij gevoelens (d.w.z. bij min of meer gebruikelijke patronen van actie en reactie en hun frustratie) die we, door welke oorzaak of om welke reden dan ook, niet langer voor vanzelfsprekend houden. Daar we echter nimmer zeker weten of we onze gevoelens kunnen vertrouwen, is een zekere controle steeds geboden. Dit vooronderstelt onmiskenbaar dat we in staat zijn onze gevoelens te identificeren. De psychologische identificatie is hier een eerste en noodzakelijke voorwaarde en probleem. Maar naast een psychologisch is ook een gevoelsextern, moreel, kriterium vereist! En vooral dit laatste betekent dat 'naakte' gevoelens, vanwege hun geprezen 'emotionaliteit' en 'zuiverheid', nooit met 'authenticiteit' etc. samenvallen. In het 'normale' leven omvat het begrip 'authenticiteit' tot op heden dan ook mede de eisen die moraal en ethiek aan ons stellen.
Ik verzet mij hier dus tegen het beroep dat tegenwoordig door 'normale' mensen in 'normale' situaties zo kwistig wordt gedaan op ongecompliceerde gevoelens en een amoreel authenticiteitsconcept. Mijn kritiek op het therapeutische paradigma betreft daarmee vooral de te wijde verbreiding en het te grote gezag - reeds in die praktijk, maar vooral ook in de 'normale' samenleving. Deze kritiek kan ondertussen niet worden ontkracht door de overweging dat de grens tussen 'normaal' en 'abnormaal' nu eenmaal niet precies valt te trekken. In geval van twijfel verdient het de voorkeur maar te doen alsof we 'normaal' zijn! Mijn punt is, dat het beroep op waarden niet ten onrechte door dat op primaire gevoelens wordt verdrongen. De slinger van de geschiedenis van de moraal mag ook (en, wat mij betreft, zeker) niet doorslaan naar die kant.