De emotionele golf (200)

Van een democratie is Nederland verworden tot een 'emotiecratie'??

Het komt allemaal door de jaren zestig, meent de socioloog Bas van Stokkom, hoofdredacteur van justitiële Verkenningen en auteur van het boek Emotionele Democratie.

Ook aandacht voor Cas Wouters en Bas van Stokkom


Matt Dings

HP/DE TIJD 10 maart 2000

'Witheet' was ze geworden, minister Netelenbos. Niet zomaar verontwaardigd of geïrriteerd, nee: witheet, vernamen we vorige week uit de Volkskrant. Het ging over een onbesuisde opmerking van het VVD-Kamerlid Blaauw aan haar adres. Wat moeten we ons daarbij voorstellen? Zou de minister werkelijk hebben gekookt van woede? Heeft ze de rest van de dag schuimbekkend, sissend, stampvoetend doorgebracht? Erg waarschijnlijk is het niet; waarschijnlijker is het dat de omschrijving 'witheet' vooral verband hield met de rode oortjes van de dienstdoende politieke redacteur.

Termen uit de gevoelshuishouding dringen met toenemend gemak door tot de politiek. De vakbeweging is 'razend' over de kabinetsplannen. De fractievoorzitter is 'teleurgesteld' door het antwoord van de ministen De belangenorganisaties reageren 'aangeslagen' of 'ontdaan' op het wetsvoorstel. De oppositie spreekt van 'droevige' ontwikkelingen. Het is een emotietaal die niet alleen door de media, maar ook door de spelers op het politieke toneel met graagte wordt gebezigd. Dezelfde dag dat Netelenbos wit uitsloeg van razernij, liet de Franse president Chirac journalisten weten dat hij zich zo 'gelukkig' voelde over de Frans-Nederlandse betrekkingen.

Kennelijk gaat iedereen ervan uit dat politiek nieuws zich gemakkelijker laat verteren als het met een emotioneel dipsausje wordt geserveerd. Gevoelens zijn herkenbaar en toegankelijker dan analyses en beschouwingen. En bovenal: gevoelens liggen goed in de markt.

Dat geldt bepaald niet alleen voor de politiek. In allerlei menselijke betrekkingen is het gevoel een grote rol gaan spelen. Vroeger liepen huwelijken op de klippen als partners elkaar niet langer 'begrepen', nu omdat ze elkaar 'niet goed meer aanvoelen'. In de opvoeding is het courante motto dat ouders hun kinderen vooral een gevoel van veiligheid moeten meegeven, zodat ze 'lekker in hun vel' komen te zitten. Staffunctionarissen worden naar een congresoord op de hei gestuurd om zich te oefenen in zaken als intuïtie, empathie en 'je kwetsbaar opstellen'. Sollicitanten worden onderworpen aan een EQtest die hun emotionele intelligentie peilt, Daniel Goleman's boek over dat onderwerp is een kaskraker geworden. Topondernemers laten zich bij fusies en investeringen leiden door hun 'innerlijk kompas'. De uitroep 'Dat voelt niet goed' heeft zowel in huiskamers, kinderkamers en slaapkamers als in vergaderzalen en op kantoren de status van een valide en afdoend argument verworven.

In de Nederlandse discussiecultuur tellen feiten tegenwoordig minder dan gevoelens, stelde P. de jong, voorzitter van de werkgeversorganisatie VNO-NCW Noord, eind vorig jaar vast onder verwijzing naar de omstreden gasboringen bij Ameland. Van een democratie is Nederland verworden tot een 'emotiecratie', aldus De jong. Die daar meteen aan toevoegde dit een 'onthutsende waarneming' te vinden. 'Het stemt je weemoedig'.

Dat emoties aan belang en kracht hebben gewonnen, laat zich goed aflezen aan de voortdurende discussie over de onveiligheid en het geweld op straat. De feitelijke kans om slachtoffer van agressie te worden is de laatste jaren niet toegenomen; toch is onveiligheid uitgegroeid tot nationaal probleem nummer één. Nederland is minder onveilig dan dat het zich voelt - maar het is juist dat gevoel van onbehagen dat intense aandacht krijgt.

De massale openbare rouwbeklagen in Leeuwarden, Gorinchem, Zwaagwesteinde en Vlaardingen naar aanleiding van dodelijk straatgeweld hebben het nieuwe fenomeen van de emotionele demonstratie, de emo-demo, opgeleverd. Als boeren, scholieren of taxichauffeurs demonstreren, zijn er natuurlijk ook emoties in het geding, maar de inzet is dan doorgaans een concreet eisenpakket. Tijdens de bijeenkomsten rond de slachtoffers van openbaar geweld klonk slechts de vage eis dat politiek Den Haag 'iets' moest ondernemen; veeleer was het de deelnemers erom te doen samen uiting te geven aan hun geschoktheid over het gebeurde.

Onveiligheid is allang een brandende publieke kwestie. Aan stamtafels en op verjaarsfeestjes, maar ook op de opiniepagina's van de kranten en in discussieprogramma's op radio en TV, wordt lucht gegeven aan het groeiende gevoel dat de wereld gevaarlijker wordt. De dood van een Meindert Tjoelker of Daniel van Cotthem maakt dat sluimerende onbehagen manifest. En als iemand dan voorstelt een stille protestmars te organiseren, sluiten vele duizenden mensen zich spontaan aan. Ook al is zo'n mars slechts een gebaar, dat lucht meer op dan de verbeten machteloosheid thuis voor de televisie. Zulke bijeenkomsten hebben een rituele betekenis: het kwaad wordt bij de naam genoemd om het te bezweren en uit te bannen.

De verscheidene emotionele demonstraties vallen ook te begrijpen als een vorm van sociale controle. De samenleving is gebaseerd op de stfizwijgende afspraak dat we elkaar niet de koppen inslaan, en wanneer die afspraak zo flagrant wordt geschonden als in Vlaardingen of Gorinchem het geval was, welt kennelijk een sterke drang op om medeleven én verontwaardiging te uiten en duidelijk te maken wat de norm ook weer was. Bovendien roept zo'n gezamenlijk gebaar even een aangenaam wij-gevoel op, een sentiment dat in de geindividuahseerde cultuur zeldzaam is geworden.

De emo-demo is geen exclusief Nederlands fenomeen. In Italië stromen de straten regelmatig vol na brute moorden van de mafia, in Spanje na dodelijke acties van de ETA. In België gebeurde dat toen aan het licht kwam hoe laks justitie opereerde in de Dutroux-affaire, in Engeland na het tragische ongeval van the People's Princess. Verbluffende televisiebeelden leverde dat soms op. Mensen in tranen om de dood van iemand die ze niet kenden, maar met wie ze zich konden en wilden identificeren.

De TV is al jaren in de greep van de hegemonie van het gevoel. in Aalsmeer rolde het ene na het andere programma van de band dat de vermakelijkheidsfunctie van de emotie verkende. Verloren zonen omarmden hun familie, mensen betuigden hun spijt over wat ze een ander in een rancuneuze bui hadden aangedaan, stille minnaars betuigden een aanbedene hun liefde, en steevast vloeiden de tranen. Effectbejag of niet, de emotie-televisie werd een hype.

Kennelijk voelen mensen zich tegenwoordig vrijer in het uiten van hun gevoelens. Vele Nederlanders zijn grootgebracht met gezegden als: laat je niet kennen, hou je taai, laat niet het achterste van je tong zien en laat je niet gaan - allemaal uitdrukkingen die in vergetelheid beginnen te raken, vervangen als ze zijn door credo's als: wees jezelf, voel je vrij, houd je niet in en maak van je hart geen moordkuil. Heeft de psychotherapie hier zó aan de weg getimmerd dat zakelijkheid, zelfbeheersing en nuchterheid, vroeger toch waarden met een hoge status, nu voor al te oudhollands doorgaan?

Het komt allemaal door de jaren zestig, meent de socioloog Bas van Stokkom, hoofdredacteur van justitiële Verkenningen en auteur van het boek Emotionele Democratie. "De verbeelding is dan wel niet aan de macht gekomen, maar de omgangsvormen zijn sindsdien losser en democratischer geworden en het gevoelsleven heeft zich geopend. Dat is gepaard gegaan met een psychologisering van het dagelijkse leven, die je gezien de reikwijdte ervan wel als het 'psy-complex' kunt kenschetsen. Inmiddels wordt iedereen geacht gehoor te geven aan zijn innerlijke motieven. De zelfverwerkelijkingsgedachte van toentertijd is uitgemond in een sterke hang naar authenticiteit: jezelf 'laten zien', het 'ware zelf' naar buiten brengen. Dat kan leiden tot platitudes en buitensporigheden, maar al met al vind ik het toch vooruitgang," zegt Van Stokkom. Mensen ontkennen zichzelf minder en krijgen een grotere kans op erkenning.

De jaren tachtig, betoogt hij in zijn boek, zorgden voor een tegenreactie die meer zag in materialisme en carrièrisme dan in de zachte krachten van het innerlijk. maar de behoefte aan emotionele vrijheid bleef overeind. Uiteindelijk kwam er een verstrengeling van harde en zachte krachten. Mensen zijn carrièremakers en romantici tegelijk, vermengen machiavellisme met compassie en brutaliteit met inlevingsvermogen. -Met andere woorden, de postmoderne samenleving lijkt schizofrene mensen te herbergen die overdag hun slag slaan en 's avonds hun milde en gevoelige kanten laten zien."

Ook hem valt de maatschappelijke obsessie met het thema veiligheid op. "Er is een grote behoefte aan beschutting en een grote angst voor risico's. Of het nu gaat om het roken, het verkeer of de arbeidsomstandigheden: je ziet een inflatie van regels die ons moeten beschermen. Het slachttofferschap is ook opgerekt geraakt. Je bent al slachtoffer als je stress hebt op je werk, of als je waterschade ondervindt, laat staan als je psychisch lijdt. Pijn en lijden zijn niet langer duldbaar, en het aanbrengen van leed is het grootste kwaad geworden. Al heeft het gunstige effecten voor vrouwen en kinderen, ik denk toch dat je dat óvergevoeligheid kunt noemen."

De ongelimiteerde aandacht die het leed en zijn slachtoffers in de media genieten, is ook al een symptoom van de marktwaarde van het gevoel. Pijn - geestelijk of lichamelijk - is het heftigste gevoel dat we kennen, en daarmee ook het gevoel dat we het meeste vrezen. Als we zien, lezen of horen wat een ander aan pijn doormaakt, kunnen we ons daarin goed inleven; tegelijkertijd troost zo'n ervaring ons met ons eigen lot.

Maar daarmee is nog niet verklaard waarom het verhaal van het slachtoffer vooral de laatste twee decennia zo in de belangstelling staat. Die verklaring kan schuilen in de secularisering, die veel mensen het geloof heeft ontnomen dat leed en lijden zin hebben. Het zielenheil als hoogste goed heeft plaatsgemaakt voor persoonlijk heil, en bijgevolg is leed - persoonlijk onheil - bedreigender dan ooit.

Wat vooral veel aandacht krijgt, is leed in combinatie met emotioneel geweld. Wat je doormaakt als je het slachtoffer wordt van seksuele intimidatie, is typisch zo'n onderwerp: in de jaren zeventig 'bestond' het niet eens, later raasde het door de media. Incest is evenzeer van alle tijden en toch ook pas recentelijk als hot item ontdekt. Pedoseksualiteit was in de nadagen van '68 nog een onderwerp waarover genuanceerd werd gedacht en is nu opnieuw een met emoties overladen taboe. En aan een heel andere vorm van met opzet toegebracht leed, namelijk pesten op school of op het werk, werd nog niet zo lang geleden ook al geen woord vuilgemaakt. Wie vroeger had geklaagd dat zijn collega of chef hem pestte, had zich zelfs belachelijk gemaakt; nu zou zo iemand zijn verhaal kwijt kunnen van de talkshow tot het kwaliteitsblad.

Dat slachtofferschap lang kan duren, was de laatste maanden te merken. Joden toonden zich gekwetst en verbolgen over het als schamel beoordeelde bedrag van 250 miljoen dat het kabinet had uitgetrokken ter compensatie van in de oorlog kwijtgeraakte bezittingen. Dat meningsverschil kent nog een zakelijke grondslag; emotioneler was de dagenlang aanhoudende discussie over de vraag of premier Kok wel voldoende 'ruiterlijk' excuus had aangeboden voor de manier waarop de overlevende joden een halve eeuw geleden in Nederland waren behandeld. Eenzelfde discussie laaide op over de kwaliteit van de japanse excuses ten aanzien van de Nederlanders die in jappenkampen gedetineerd waren geweest.

De emotionalisering van Nederland is dus van de nieuwspagina's af te lezen. Een liefhebber van het onderwerp zou echter ook een boek kunnen vullen met voorbeelden van hoe het alledaagse taalgebruik op de emotionele golf meedeint. Van het spirituele centrum tot de camping en van het BigBrother-huis tot de kunstacademie valt er een halftherapeutisch dieventaaltje te beluisteren dat steevast uitmondt in de vraag: "En hoe voelt dat nou?"

Een ander terrein van het dagelijks leven dat bol staat van emotie is de reclame. Naarmate producten zich in prijs en prestatie steeds minder van elkaar onderscheiden, wordt het gevoel dat ze oproepen belangrijker, en voor dat gevoel wordt behalve de ontwerper ook de reclamemaker ingehuurd. Met als uiterste consequentie campagnes die niets meer over een merk vertellen en alleen maar associaties oproepen: kracht, heftigheid, straatleven, glamour, huiselijkheid, onaangepastheid, seks.

Dat sluit weer aan bij de toenemende autonomie van het individu, dat zelf wil uitmaken wat wel en niet hoort en de voorzichtige oude codes van het openbare leven negeert. vroeger heette het gevaarlijk om aan je gevoelens toe te geven: dat bracht je maar op een hellend vlak. Nu stellen mensen meer vertrouwen in zichzelf en onderzoeken ze vrijelijk hun gevoelsleven, inclusief de duistere en riskante uithoeken ervan. Seks, kicks, geweld, drugs, trance: op de kermis van de ziel is het nog nooit zo druk geweest.

Die fascinatie voor het gevaar, hebben de sociologen Cas Wóuters en Herman Vuijsje vastgesteld, hangt samen met de verworven welvaart. Sinds de verzorgingsstaat het ideaal van een vreedzaam en van de wieg tot het graf verzorgd bestaan tot alledaagse realiteit heeft gemaakt, is er een nieuwe hang naar spanning en gevaar gegroeid, schrijven ze in een jubileumuitgave van het Sociaal en Cultureel Planbureau. De nieuwe gedragscode luidt dat mensen in de liefde, de vrije tijd, het werk en in de openbare ruimte zelf bepalen waar ze hun grenzen trekken.

"Op de collectieve ontdekkingsreis naar grenzen, risico's en piekervaringen worden steeds meer mensen geconfronteerd met emoties en met staten van opwinding en verleiding die ze eerder slechts kenden als angsten en gevaren."

Cas Wóuters heeft al eerder werk gemaakt van wat hij de 'informalisering' van de maatschappij noemt. Vroeger, licht hij toe, leidde angst voor chaos tot strenge regels en normen. Naarmate de mensen zichzelf beter in de hand bleken te houden, konden de teugels ook losser. Dat was de ontdekking van de jaren zestig en zeventig, denkt Wóuters. -je zag toen een verarbeidelijking van de burgerij, die leidde tot directere omgangsvormen en een recht-voor-zijn-raap-taal. Indertijd heb ik de emancipatie van de lagere klassen ook in verband gebracht met de emancipatie van lager geachte emoties. Kon je je vroeger alleen laten gaan in intieme kring, toen ontdekten we dat het gevoelsleven ook paste in de onderlinge concurrentiestrijd en een middel was om je te onderscheiden. En inmiddels doet zich het omgekeerde van vroeger voor: nu moet je laten zien wie je bent. je moet een authentieke, naturelle, ontspannen indruk maken. Een dwang tot ongedwongenheid."

De eerder aangehaalde Bas van Stokkom denkt dat behalve de cultuurschok van '68 ook het feminisme ervoor gezorgd heeft dat het emotionele leven vrijer is geworden. Op dat punt heeft Wouters een aarzeling. "Ik denk wel dat het feminisme invloed heeft gehad op de emancipatie van het gevoel. Maar niet omdat vrouwen emotioneler zouden zijn, dat heb ik altijd een rare stelling gevonden. Het onder controle houden van gevoelens is voor mannen én vrouwen een kwestie van overleven geweest. Wel hebben vrouwen beter de intuitie van de underdog ontwikkeld, die gevoelig is voor de stemmingen van de gevestigde orde. Maar wat dacht je van de gevoeligheden in het zakenleven, of de diplomatie?"

De modernisering heeft het gevoel voor het voetlicht gebracht, en daar blijft het, concludeert Cas Wouters. "Ik zie de emancipatie van het gevoel als een onderdeel van de beschaving, inclusief alle onbeschaafde vormen ervan."