Charles Taylor : De malaise van de moderniteit.
Hoofdstuk 1. Drie kwalen
Ik wil hier schrijven over enkele van de kwalen van de moderniteit. Daarmee bedoel ik eigenschappen van onze hedendaagse cultuur en maatschappij die men ervaart als verlies of achteruitgang, ondanks het feit dat onze beschaving 'zich ontwikkelt'. Soms heeft men het gevoel dat er de laatste jaren of tientallen jaren een belangrijke achteruitgang is opgetreden - bijvoorbeeld sinds de Tweede Wereldoorlog of de jaren vijftig. En soms ervaart men een verlies over een veel langere historische periode: de hele moderne tijd vanaf de zeventiende eeuw wordt vaak gezien als het tijdperk van de achteruitgang. Maar hoewel de tijdschaal sterk kan verschillen, is er een bepaalde overeenstemming inzake de thematiek van de achteruitgang. Vaak is er sprake van variaties op enkele centrale thema's.
Ik wil hier twee van zulke centrale thema's behandelen en er dan een derde aan toevoegen dat grotendeels van deze beide kan worden afgeleid. Met deze drie is het onderwerp geenszins uitgeput, maar zij beslaan een groot deel van wat ons in de moderne samenleving verontrust en verbijstert.
De zorgen waarover ik wil spreken zijn heel bekend. Niemand hoeft eraan te worden herinnerd; ze worden voortdurend in allerlei media besproken, tegengesproken, bejammerd en bestreden. Dat lijkt een goede reden er niet verder over te praten.
Maar ik geloof dat er achter deze grote bekendheid verbijstering schuilt, dat wij de veranderingen die ons verontrusten niet werkelijk verstaan, dat ze in de gangbare discussies in werkelijkheid worden vertekend - en dat wij daardoor misvattingen kweken over wat wij eraan kunnen doen. De veranderingen waardoor de moderniteit wordt gekenmerkt, zijn enerzijds bekend en anderzijds verbijsterend; daarom is het de moeite waard er nog meer over te spreken.
- De eerste bron van verontrusting is individualisme.
Natuurlijk, individualisme is ook de aanduiding van wat veel mensen beschouwen als de uitnemendste vrucht van de moderne beschaving. Wij leven in een wereld waarin mensen het recht hebben hun eigen levenspatroon te kiezen, bewust te beslissen welke overtuigingen zij zullen aanhangen, de vorm van hun leven te bepalen op een menigte manieren die hun voorouders niet in de hand hadden. En deze rechten worden meestal verdedigd door onze juridische systemen. In principe worden mensen niet langer opgeofferd aan de eisen van sacraal geachte rangordes die boven hen staan. Er zijn maar heel weinig mensen die dit resultaat willen opgeven.
Velen denken zelfs dat het nog onvolledig is, dat economische omstandigheden of familiepatronen of traditionele hiërarchische ideeën nog te veel beperkingen opleggen aan onze vrijheid om onszelf te zijn.
Maar velen van ons aarzelen ook. De moderne vrijheid werd veroverd doordat wij ons vrijmaakten van oudere ethische horizons. Mensen plachten zichzelf te beschouwen als een deel van een groter geheel. In sommige gevallen was dit een kosmische orde, een 'grote keten van het Zijn', waarin mensen een eigen plaats innamen naast engelen, hemellichamen en onze medeschepselen op aarde. Deze hiërarchische orde in het heelal weerspiegelde zich in de hiërarchieën van de menselijke samenleving. Mensen zaten meestal gevangen in een bepaalde situatie, een rol en een positie die werkelijk de hunne was en waaruit het bijna ondenkbaar was zich te bevrijden. De moderne vrijheid ontstond door de ontwaarding van dergelijke rangordes.Maar terwijl deze ordes ons beperkten, verleenden zij tegelijkertijd betekenis aan de wereld en aan de sociale activiteiten. De dingen die ons omgeven waren niet slechts potentiële grondstoffen of instrumenten voor onze projecten, maar zij bezaten de betekenis die zij ontvingen van hun plaats in de keten van het zijn. De arend was niet zomaar een vogel, maar de koning van een heel domein in het dierenrijk. Op dezelfde wijze bezaten de rituelen en normen van de maatschappij een meer dan instrumentele betekenis. De ontwaarding van deze ordes is genoemd de onttovering van de wereld. Hiermee verloren de dingen een deel van hun betovering. Al een paar eeuwen lang wordt er fel gediscussieerd over de vraag of dit zonder meer een goede ontwikkeling is. Maar dit is niet waarvoor ik hier aandacht wil vragen. Ik wil veeleer kijken naar wat sommigen beschouwen als de consequenties voor het menselijk leven en de zin daarvan.
Herhaaldelijk is de zorg uitgesproken dat het individu iets belangrijks heeft verloren tegelijk met de bredere sociale en kosmische horizons van het handelen. Sommigen hebben hierover geschreven als het verlies van een heroïsche dimensie van het bestaan. Mensen hebben niet langer een gevoel voor een hogere bestemming, voor iets dat waard is om voor te sterven.
In de vorige eeuw sprak Alexis de Tocqueville soms op deze manier, en verwees naar de 'petits et vulgaires plaisirs' waarnaar mensen in het democratische tijdperk de neiging hebben te zoeken.'
In een andere verwoording lijden wij aan een gebrek aan hartstocht. Kierkegaard zag 'de tegenwoordige tijd' in deze termen.
En Nietzsches 'laatste mensen' bevinden zich op het definitieve dieptepunt van deze neergang; voor hen zijn geen aspiraties overgebleven, behalve naar een 'zielige behaaglijkheid'.'
Dit verlies aan zin was gekoppeld aan een versmalling. Mensen verloren de bredere visie omdat zij de blik richtten op hun individuele leven. Democratische gelijkheid, aldus De Tocqueville, trekt het individu naar zichzelf toe 'et menace de Ie renfermer enfin tout entier dans la solitude de son propre coeur.`
Met andere woorden, de donkere kant van het individualisme is een concentratie op het zelf, waardoor ons leven zowel vlakker als enger, armer aan betekenis en minder betrokken op anderen of op de samenleving wordt.
Deze zorg is onlangs weer boven gekomen in de vorm van bezorgdheid over
- de vruchten van een 'permissieve samenleving',
- het gedrag van de 'ik-generatie', of
- de overheersing van het 'narcisme',
om slechts drie van de bekendste hedendaagse formuleringen te noemen. Het gevoel dat levens vlakker en enger zijn geworden, en dat dit te maken heeft met een abnormale en betreurenswaardige navelstaarderij, is teruggekeerd in vormen die typisch zijn voor de hedendaagse cultuur. Dat is het eerste thema waarmee ik mij wil bezighouden.
2. De onttovering van de wereld is gekoppeld aan een ander ontzaglijk belangrijk verschijnsel van de moderne tijd, dat ook veel mensen ernstig zorgen baart. We zouden dit het primaat van de instrumentele rede kunnen noemen. Met 'instrumentele rede' bedoel ik het soort rationaliteit waarvan wij gebruik maken wanneer wij berekenen wat de meest economische toepassing van middelen is voor een gegeven doel. Maximale efficiëntie, de beste verhouding van kosten en baten, is de maatstaf voor het succes ervan.
Ongetwijfeld heeft de wegvaging van de oude ordes het bereik van de instrumentele rede enorm vergroot. Zodra de structuur van de samenleving niet langer sacraal is, zodra maatschappelijke ordeningen en handelwijzen niet langer gebaseerd zijn op de orde der dingen of de wil van God, zijn zij in zekere zin vogelvrij.
Wij kunnen ze opnieuw ontwerpen met hun consequenties voor het geluk en het welzijn van individuen als doel. De maatstaf die voortaan van toepassing is, is die van de instrumentele rede. Op soortgelijke wijze zijn de schepselen die ons omringen, zodra zij de betekenis verliezen die paste bij hun plaats in de keten van het zijn, blootgesteld aan een behandeling als waren zij grondstof of instrument voor onze projecten.
Op een bepaalde manier is deze verandering bevrijdend geweest. Maar er leeft ook een wijdverbreid onbehagen dat de instrumentele rede niet alleen haar bereik heeft vergroot maar ook ons leven dreigt over te nemen.
De vrees bestaat dat zaken die zouden moeten worden vastgesteld aan de hand van andere criteria beslist gaan worden in termen van efficiëntie of 'kosten-baten', dat de onafhankelijke doelen die ons leven zouden moeten leiden worden verdrongen door de eis van een maximaal resultaat. Er zijn veel dingen waarop men kan wijzen om deze zorg te onderbouwen: bijvoorbeeld
de manieren waarop de eisen van economische groei worden gebruikt om een zeer ongelijke verdeling van rijkdom en inkomen te rechtvaardigen, | |
of de manier waarop diezelfde eisen ons ongevoelig maken voor de behoeften van het milieu, wat zelfs tot een catastrofe kan leiden. | |
Verder kunnen we denken aan de manier waarop veel van onze sociale plannen, op wezenlijke gebieden als de vaststelling van risico's, wordt beheerst door vormen van een 'kostenbaten'-analyse met groteske berekeningen waarbij de waarde van mensenlevens in geld wordt uitgedrukt.' |
Het primaat van de instrumentele rede is ook duidelijk in het prestige waarmee de techniek omgeven is, wat ons ertoe brengt te geloven dat wij zelfs dan technische oplossingen moeten zoeken wanneer iets heel anders nodig is.
Men denkt dat ook de dominante plaats van de techniek heeft bijgedragen aan de versmalling en vervlakking van ons leven die ik zojuist heb besproken in verband met het eerste thema. Er is gesproken over een verlies aan weerklank, diepte of rijkdom in onze menselijke omgeving. Bijna 150 jaar geleden merkte Marx in het Communistisch Manifest op dat een van de gevolgen van de kapitalistische ontwikkeling was dat 'alles wat vast is, in lucht oplost.'
Hannah Arendt vroeg aandacht voor de steeds kortere levensduur van moderne gebruiksvoorwerpen en stelde dat 'de realiteit en betrouwbaarheid van de mensenwereld in de eerste plaats berust op het feit dat wij omringd zijn door dingen die duurzamer zijn dan de activiteit waarmee zij worden geproduceerd. ` In een wereld van moderne artikelen wordt deze duurzaamheid bedreigd.
Dit gevoel van bedreiging neemt toe door de wetenschap dat dit primaat niet maar een zaak is van een mogelijk onbewuste oriëntatie, waartoe wij in de moderne tijd worden aangezet en verleid. Als zodanig zou het nog moeilijk genoeg te bestrijden zijn, maar het zou althans vatbaar zijn voor overreding.
Maar het is ook duidelijk dat krachtige sociale mechanismen ons in deze richting duwen.
![]() |
Een manager kan, ondanks haar eigen opvattingen, door de marktomstandigheden gedwongen worden een expansiestrategie te volgen waarvan zij voelt dat deze destructief is. |
![]() |
Een ambtenaar kan, ondanks zijn persoonlijke inzichten, door de regels waaronder hij werkt, worden gedwongen een beslissing te nemen waarvan hij weet dat deze onmenselijk en onverstandig is. |
Marx en Weber en andere grote theoretici hebben deze onpersoonlijke mechanismen onderzocht, welke Weber heeft aangeduid met de suggestieve term 'de ijzeren kooi'. En sommige mensen trekken uit deze analyses de conclusie dat wij volkomen machteloos staan tegenover dergelijke krachten, of althans machteloos zolang wij de institutionele structuren waaronder wij de laatste eeuwen hebben gewerkt niet totaal ontmantelen - dat wil zeggen, de markt en de staat. Dit lijkt tegenwoordig zo slecht realiseerbaar dat het gelijkstaat met onszelf machteloos verklaren.
Ik zal hier later op terugkomen, maar ik denk dat deze zware noodlotstheorieën abstract en fout zijn. De mate van onze vrijheid is niet gelijk aan nul. Het is zinvol te overwegen wat onze doelstellingen moeten zijn en of de instrumentele rede een kleinere rol in ons leven moet spelen dan nu het geval is. Maar de waarheid van deze analyses is dat het niet alleen een zaak is van wijziging van de visie van individuen, het is niet alleen een strijd van 'harten en geesten', hoe belangrijk deze ook is. Verandering op dit terrein zal ook institutioneel moeten zijn, ook al kan ze niet zo radicaal en totaal zijn als de grote theoretici van de revolutie voorstelden.
3. Hiermee komen we op het politieke niveau en bij de gevreesde consequenties van individualisme en instrumentele rede voor het politieke leven.
Een daarvan heb ik al aangestipt, namelijk dat de instellingen en structuren van de technisch-industriële maatschappij onze keuzemogelijkheden ernstig beperken, dat zij zowel maatschappij als individu dwingen meer gewicht te hechten aan de instrumentele rede dan wij bij serieuze ethische afweging ooit zouden doen; iets wat zelfs hoogst destructief zou kunnen zijn. Een voorbeeld zijn onze grote problemen bij de bestrijding van zelfs vitale bedreigingen van ons leven door milieurampen, zoals de aantasting van de ozonlaag. Men kan een samenleving die is opgebouwd rondom de instrumentele rede zien als een samenleving die ons komt te staan op een groot verlies aan vrijheid, zowel de enkeling als de groep, want niet alleen onze sociale beslissingen worden beïnvloed door deze krachten. Ook een individuele levensstijl is moeilijk tegen de stroom in te handhaven. De hele opzet van sommige moderne steden maakt het bijvoorbeeld moeilijk daarin goed te functioneren zonder auto, in het bijzonder wanneer het openbaar vervoer een veer heeft moeten laten ten koste van de privé-auto.
Maar er is nog een soort verlies van vrijheid, die eveneens uitvoerig is besproken, het meest indrukwekkend door Alexis de Tocqueville. Een samenleving waarin mensen ten slotte eindigen als individuen die zijn 'opgesloten in hun eigen hart' is een samenleving waarin maar weinig mensen actief aan het eigen bestuur zullen willen deelnemen. Zij zullen liever thuis blijven en genieten van wat het privé-leven aan bevrediging biedt, zolang de zittende overheid de middelen voor deze bevrediging verschaft en op grote schaal verspreidt. Dit brengt het gevaar met zich mee van een nieuwe, typisch moderne vorm van tirannie, door De Tocqueville 'zachte' tirannie genoemd. Deze zal geen gebruik maken van terreur en onderdrukking zoals in vroeger dagen. De overheid zal mild en paternalistisch zijn. Er kunnen zelfs verkiezingen. Maar in werkelijkheid zal alles worden geleid door een, immense bevoogdende macht` waarover mensen weinig te zeggen hebben. De enige verdediging hiertegen, meent De Tocqueville, is een krachtige politieke cultuur met waardering voor participatie op diverse regeringsniveaus en eveneens in vrijwillige verbanden. Maar het atomisme van het op zichzelf gerichte individu druist hiertegen in. Zodra de participatie afneemt, zodra de dwarsverbanden die er het voertuig van waren, wegkwijnen, staat het individu alleen tegenover de enorme bureaucratische staat en voelt het zich, terecht, machteloos. Dat berooft de burger nog meer van zijn motivatie, en daarmee is de vicieuze cirkel van de zachte tirannie rond.
Misschien vindt er zoiets als deze vervreemding van mensen van het openbare leven en het daaruit voortvloeiende verlies van politieke controle plaats in onze hoogst gecentraliseerde en bureaucratische politieke wereld. Veel hedendaagse denkers beschouwen het werk van De Tocqueville als profetisch. Als dat zo is, lopen wij gevaar de politieke greep op ons lot te verliezen, die wij gezamenlijk als burgers zouden kunnen hebben. Dit is wat De Tocqueville 'politieke vrijheid' noemde. Wat er hier wordt bedreigd is onze waardigheid als burgers. De bovengenoemde onpersoonlijke mechanismen mogen onze mate van vrijheid als samenleving verkleinen, maar het verlies van politieke vrijheid zou betekenen dat zelfs de resterende keuzen niet langer door onszelf als burgers worden gemaakt, maar door een niet aansprakelijke bevoogdende macht.
Dit zijn dan de drie kwalen van de moderniteit waarover ik het in dit boek wil hebben.
![]() |
De eerste vrees betreft wat wij een verlies aan zin kunnen noemen, het verflauwen van morele horizons. |
![]() |
De tweede heeft te maken met de ondergang van doelstellingen, ten overstaan van een welig tierende instrumentele rede. |
![]() |
En de derde betreft een verlies van vrijheid. |
Niet iedereen is het hier natuurlijk over eens. Ik heb gesproken over zorgen die wijdverbreid zijn en heb invloedrijke auteurs genoemd, maar niets staat hier vast.
Zelfs degenen die een of meer van deze zorgen delen, voeren felle discussies over de manier waarop zij moeten worden geformuleerd. En er zijn veel mensen die ze zonder meer wensen af te wijzen. Diegenen die erg betrokken zijn bij wat de critici de 'cultuur van het narcisme' noemen, denken dat hun tegenstanders hunkeren naar een vroeger tijdperk met meer onderdrukking.
Aanhangers van de moderne technologische rede houden de critici van het primaat van de instrumentele rede voor reactionairen en obscurantisten die samenspannen om de wereld de voordelen van de wetenschap te onthouden.
Verder zijn er nog de voorstanders van een zuiver negatieve vrijheid die geloven dat de waarde van politieke vrijheid wordt overdreven en dat een samenleving waarin wetenschappelijk beheer samengaat met maximale onafhankelijkheid voor ieder individu datgene is waarnaar wij moeten streven.
De moderniteit heeft zijn fans en zijn criticasters.
Niets staat hier vast en het debat gaat door. Maar in de loop van dit debat ontstaan dikwijls misverstanden over het wezenlijke karakter van de ontwikkelingen, die hier worden gelaakt en daar geprezen. Dientengevolge wordt de ware aard van de morele keuzen die moeten worden gemaakt in nevelen gehuld.
![]() |
In het bijzonder wil ik uitspreken dat noch het pad dat de uitgesproken fans aanbevelen noch hetgeen de regelrechte criticasters voorstaan, juist is. |
![]() |
Evenmin is het antwoord gelegen in een simpele ruilhandel tussen de voor- en nadelen van bijvoorbeeld individualisme, technologie en bureaucratisch bestuur. Het karakter van de moderne cultuur is daarvoor te subtiel en te complex . |
![]() |
Ik beweer dat zowel fans als criticasters gelijk hebben, maar op een manier waaraan men geen recht kan doen door een simpele afweging van voor- en nadelen. |
![]() |
In alle ontwikkelingen die ik heb beschreven is in werkelijkheid veel wat bewondering oproept en veel wat ontaard en afschrikwekkend is, maar om het verband tussen beide te begrijpen is het nodig in te zien dat het er niet om gaat hoeveel slechte consequenties je op de koop toe moet nemen voor de positieve vruchten, maar veeleer hoe je deze ontwikkelingen in de meestbelovende richting kunt sturen en het afglijden naar de ontaarde vormen kunt vermijden. |
Nu ontbreekt mij ten enen male de ruimte die ik nodig zou hebben om deze thema's alle drie zo te behandelen als zij verdienen, en dus stel ik een kortere weg voor. Ik begin met een bespreking van het eerste thema, over de gevaren van het individualisme en het verlies van zin. Ik zal dit enigszins uitvoerig bespreken. Nadat wij ons op grond daarvan een idee hebben gevormd hoe dit probleem moet worden aangepakt, zal ik suggereren hoe een soortgelijke aanpak van de andere twee eruit zou kunnen zien. Het grootste deel van de discussie draait dus om het eerste probleem. Laten wij nader bezien in welke vorm dit zich thans voordoet.