Levenskunst en authenticiteit

De filosofie van de levenskunst onderzoekt het leerproces van de levenskunst en spoort moderne individuen aan tot hun eigen levenskunst nu er geen algemeen geldige waarden en levensdoeleinden meer zijn. Vandaag is ieder van ons veroordeeld tot zijn eigen zoektocht. De eigen onzekerheid onderkennen is zonder twijfel een verstandig vertrekpunt van een authentieke levenskunst. Vervolgens is het zaak die principiële onduidelijkheid over het eigen leven op de juiste manier op te helderen.


Tijdschrift voor Humanistiek 2000 nr 2
Levenskunst en authenticiteit

U hebt er geen idee van hoeveel mensen eraan kapot gaan doordat ze het klaarspelen om te leven.
( Robert Musil )

Joep Dohmen

'Leven moet een doel op zich worden. Ik stel voor het officieel uit te roepen tot de hoogste vorm van kunst. Niet iedereen kan piano spelen of schilderen. En als je dat talent hebt, moet je het onderhouden. Dat geldt voor het leven ook. Daarom moet Leven een vak worden op school en het hoofdbestanddeel van de opvoeding thuis. Er moet een departement van Leven worden opgericht met een gezellige minister aan het hoofd, en een Nobelprijs voor Leven.
Mag ik twee mensen nomineren? Ik ontmoette hen op een hete dag in Cannes. Ik weet niet hoe ze heten of waar ze wonen. G. en ik lagen aan het strand. We beloerden mannen met ribbelbuiken. Naast ons kirde een reclamepopje iets te hard in haar gsm. De adrenaline gierde door de lucht. Al die zelfbewuste schoonheden wierpen om de drie seconden hun controlerende blikken rond om te weten of ze genoeg bewondering oogstten.
En toen zag ik hen. Een oude man en vrouw, hand in hand, met hun voeten in het water. Ze waren niet zo mooi meer. Zij droeg een flodderjurk, hij had zijn broekspijpen opgerold. Strak waren hun lijven allang niet meer. Het waren de mooiste mensen van het strand. Zij straalden iets uit wat wij geen van allen bezaten. Sereniteit. Het was ze een zorg of ze wel of niet werden bekeken. Zij zagen de schoonheid van de wereld. Zij zagen elkaar. Uren bleven ze staan, genietend, gelukkig. Al die tijd lieten ze elkaar niet los. Ik heb ademloos naar hen zitten staren, die tedere silhouetten, bijna onbeweeglijk in het felle azuur.'
Chazia Mourali

Filosofie van de levenskunst
Ruim een jaar geleden verscheen in Duitsland Philosophie der Lebenskunst van Wilhelm Schmid. Inmiddels zijn er bijna 100.000 exemplaren van verkocht. Een ongekend aantal voor een serieus en ook nog eens erg Duits filosofieboek - toegegeven, die oplage haalt het niet bij De Celestijnse belofte, dé bestseller op het gebied van persoonlijke groei. Schmid heeft dan ook een serieuzere inzet. Hij constateert dat de filosofie een van haar oorspronkelijke grondthema's, de levenskunst, uit het oog verloren is. Schmid wil de levenskunst in de filosofie opnieuw ter sprake brengen, maar op geheel andere wijze. Voor hem is de filosofie van de levenskunst uitdrukkelijk grondslagenonderzoek, een studie naar de voorwaarden waaronder de vorming van het eigen leven eerst mogelijk is. Daarom vindt men in zijn boek vooral fundamentele analyses over identiteit, over het subject van de levenskunst, over autonomie en over het maken van keuzes in de complexe machtsverhoudingen van de huidige samenleving. Schmid noemt zijn analyses optatief: pas als mensen weten hoe het laatmoderne leven in elkaar zit, kunnen ze zelf er al dan niet voor kiezen om op een bepaalde manier aan levenskunst te doen.

Philosophie der Lebenskunst haakt expliciet aan bij de Franse filosoof Michel Foucault, die aan de basis staat van de recente revival van de levenskunst. 'Wat mij opvalt', aldus Foucault, 'is dat de kunst in onze samenleving iets geworden is dat met voorwerpen te maken heeft en niet met mensen of met het leven. Kunst is een specialiteit van een paar experts die men kunstenaars noemt. Maar waarom zou niet iedereen een kunstwerk van zijn leven kunnen maken? Waarom is die lamp wel, dit huis wel een kunstwerk en mijn leven niet?'
Foucault ontdekte de levenskunst in zekere zin bij toeval, tijdens zijn onderzoek naar de geschiedenis van de seksualiteit. Hij was verrukt over het pleidooi voor toewijding aan zichzelf dat hij in de klassieke geschriften van Plato, Epicurus, Seneca en Plutarchus aantrof. De Grieken en Romeinen wilden niet de slaaf zijn van hun behoeften en hun passies, van de ander, of van de willekeur van de stadstaat. Ze deden aan zelfonderzoek en overdachten met grote regelmaat hun leven, hun principes en hun zwakheden. Ze brachten hun tijd vooral door met oefeningen en activiteiten gericht op persoonlijke vorderingen. Zo deden ze aan ascese en meditatie, lazen ze boeken, voerden gesprekken over alles wat hen van belang leek en hielden daarover dagboeken bij. Hun levenskunst was een sociale praktijk voorzover men die op scholen leerde, maar evengoed met familie of onder vrienden beoefende.
Door zijn vroege dood (in 1984) weten we niet waarin Foucaults levenskunststudie uiteindelijk zou zijn uitgemond. Het ligt voor de hand om te denken dat Foucault een levenskunst voor de late moderniteit zou hebben ontwikkeld, maar hij stond uiterst ambivalent tegenover zo'n onderneming. Weliswaar vond hij het ontbreken van de praxis om van het eigen leven een kunstwerk te maken een absoluut tekort in onze moderne westerse cultuur. Tegelijkertijd echter vond hij dat we 'geen exemplarische waarde [moesten] hechten aan een periode die de onze niet is'. Bovendien was hij als de dood voor elk inhoudelijk, normatief ethisch project vanwege de disciplinerende effecten daarvan. Een soortgelijke ambivalentie vinden we terug bij Schmid die nadrukkelijk beweert een optatieve filosofie van de levenskunst te willen presenteren en herhaaldelijk stelt niet normatief te willen zijn. Toch is de normatieve inzet van zijn boek (evenals van zijn bijdrage in dit nummer) onmiskenbaar dat mensen aan levenskunst zouden moeten doen, en dat ze zo moeten leven dat ze hun eigen leven werkelijk de moeite waard vinden.
De algehele zwijgzaamheid en terughoudendheid onder de filosofen ten aanzien van de levenskunst is mijns inziens onterecht en zelfs fnuikend. Natuurlijk leven wij tegenwoordig in onze eigen, typisch laatmoderne condities en niemand zal ontkennen dat dat andere zijn dan die uit de Oudheid, uit de Renaissance of uit de vroegmoderne tijd. We hebben onze eigentijdse problemen. Maar we zijn nog steeds sterfelijk en moeten ons nog steeds verhouden tot de dood van onszelf en van anderen. We zijn nog steeds emotionele, kwetsbare wezens: we verliezen nog steeds onze zelfbeheersing. Er is nog steeds lot en noodlot, ook al voltrekt zich dat in een andere context. Des te urgenter is de eis van een specifiek laatmoderne, normatieve filosofie van de levenskunst.
Tot dusverre komen de antwoorden op allerhande levensproblemen ten dele van wetenschappelijke zijde, vooral van de kant van psychologie en psychiatrie. Vanuit een objectivistisch, zogenaamd waardevrij standpunt worden mensen deskundologisch gediagnosticeerd en in de mal van een nauwkeurig geprotocolleerde behandeling gevat. De samenleving is verregaand getherapeutiseerd. Maar ondanks een overvloed aan allerlei therapieën hebben we nog steeds geen flauw benul wat de notie van geestelijke gezondheid inhoudt.
Verder zijn daar de instant-oplossingen van de goeroes uit de populaire levenskunst. Wie vandaag de dag een boekhandel binnenloopt, struikelt over de populaire levenskunstliteratuur, van huis-, tuin- en keukenpsychologie, via de wijsheid uit het oosten tot aan esoterie. De populaire psychologie leert positief denken: anders, beter, positiever tegen de wereld aankijken doet levensproblemen verdwijnen. De zelfmanagementliteratuur garandeert succes onder het motto Hoe maak ik mijn levensplan? Onze toekomstige identiteit kan via doelgerichte totaalprogramma's (made in USA) tot op 25 jaar gepland worden. Sinds Robert Pirsigs Zen en de kunst van het motoronderhoud (1974) kennen we het fenomeen 'westers boeddhisme'. Yoga- en meditatie-oefeningen dienen ontspanning en vormen in combinatie met Zen zelfs een nieuwe, onthechte levenshouding: niet denken, niet doen, maar zijn!
De populaire levenskunstliteratuur kent een miljoenenoplage en heeft een aantal duidelijke kenmerken. Ze is optimistisch over de maakbaarheid van het individuele leven en suggereert dat iedereen jong, gezond, blank, goed opgeleid is en voorzien van een succesvolle werkkring. De populaire levenskunst heeft grofweg twee algemene doelstellingen: onmiddellijke klachtenbestrijding en snelle bevordering van genot en vooral succes.
De filosofie van de levenskunst daarentegen biedt geen gemakkelijke alternatieven en is niet lichtgelovig. Ze is terughoudend waar het de maakbaarheid van het concrete leven betreft, maar ook vasthoudend: niet alles is altijd nodig; niet altijd is alles onmogelijk. De levenskunstfilosofie is breedsporig, traag en zelfkritisch. In de filosofie van de levenskunst worden geen snelle antwoorden gegeven in de trant van: geniet van het leven of verbeter je slechte denkgewoonten. Klachten, lijden of ziekte worden niet per se als slecht teken opgevat. De filosofie van de levenskunst is geen snelweg naar genot.
De filosofie van de levenskunst vaardigt in eerste instantie geen regels, voorschriften of recepten uit. Zij onderzoekt allereerst de context waarbinnen het concrete leven van moderne individuen zich voltrekt. Ze richt zich inderdaad op de bestudering van de grondslagen en mogelijkheidsvoorwaarden van een concrete vorm van levenskunst zelf, op grond waarvan het leerproces (de kunst) van de levenskunst in beeld komt. Vervolgens richt zij zich tot het concrete individu met de vraag: wat zou levenskunst voor jou in je huidige levensomstandigheden betekenen? 'Doe aan levenskunst' is uiteindelijk wel degelijk het normatieve appèl van de levenskunstfilosofie.

De ondraaglijke lichtheid van het moderne bestaan
'Onze problemen zijn vandaag de dag dezelfde aangezien we over het algemeen niet meer geloven dat ethiek op religie gebaseerd is en dat we geen wettelijk systeem wensen dat in ons morele en persoonlijke leven ingrijpt.' Michel Foucault

Waar komt de grote behoefte aan levenskunst eigenlijk vandaan? Het antwoord op deze vraag is complex, omdat zeer uiteenlopende factoren de huidige bestaansonzekerheid in de hand werken.
Levenskunst is vanzelfsprekend allereerst aan de orde, omdat ze zich richt op problemen waarmee mensen altijd mee worstelen omdat ze bij het leven horen. Het leven is kort en eindig. Trouwens zo kort is het tegenwoordig niet: tachtig of negentig jaar is 'makkelijk' haalbaar. Maar eindig is het en zal het altijd blijven. Er is nog altijd lijden door angst, ziekte, mislukking, gebrek aan erkenning. Elk mensenleven wordt gekenmerkt door allerlei toevalligheden. Dat maakt het leven interessant, maar ook onzeker. Mensen zijn emotionele wezens en emoties gaan nogal eens met hen op de loop. Levenskunst is ook het moeizame leerproces van zelfbeheersing waar elke opvoeding uiteindelijk op neerkomt. Dit zijn de constanten van het onzekere mensenleven door de tijden heen: sterfelijkheid, lijden, emotionaliteit, lot en noodlot.
De huidige laatmoderne conditie heeft de volgende specifieke kenmerken: individuele zelfbeschikking, de dominantie van de markt (in samenhang met een sterke technologisering) en het heersende waardenpluralisme. Voorop staat de toenemende individualisering van de westerse samenleving. Tradities en levensbeschouwingen brokkelen steeds verder af. Weliswaar zijn de meeste mensen uiteraard nog steeds langs allerlei sociale verbanden als gezin, werk en clubs georganiseerd. Maar het wezenlijke punt is dat hun identiteit niet langer eerst en vooral groepsidentiteit kan worden genoemd. Traditioneel boden levensbeschouwingen met allerlei concrete antwoorden een algemeen houvast op de bestaansonzekerheid. De moderne antipaternalistische tijdgeest kent echter geen morele en levensbeschouwelijke autoriteiten meer, voor sommigen reden om te spreken van 'levensbeschouwelijke leegte' dan wel van een 'crisis in de moraal'. Meer correct is om te spreken van een waardenpluralisme: mensen kunnen hun leven inrichten volgens zeer verschillende zelfgekozen waarden en patronen van waarden. Daarmee is de weg vrij voor wat tot dusverre aan een elite voorbehouden leek: de stijlvolle inrichting van het eigen leven.
In de praktijk blijkt de keuzevrijheid uiterst problematisch. Op de eerste plaats kiezen we niet in het luchtledige. Onze keuzes in het alledaagse leven zijn maatschappelijk gezien zwaar voorgeprogrammeerd. Bij een terugtredende overheid domineert immers de markt. Ondersteund door een overweldigende technologie wordt onze individuele levensstijl heden ten dage verregaand beheerst door instrumentele rationaliteit, met name vanwege de verleidingsstrategieën van de markt. Het westers individu is vandaag eerst en vooral consument.
Op de tweede plaats voltrekt zich onze keuzevrijheid onder postmoderne condities, door de Poolse socioloog Zygmunt Bauman fraai omschreven onder de titel Leven in veranderlijkheid, verscheidenheid en onzekerheid. Bauman acht de postmoderne keuzevrijheid even opwindend als zenuwslopend: 'Constant wordt je geconfronteerd met een of ander risico. Als je je aandacht vestigt op een bepaalde mogelijkheid en een keuze maakt, weet je nooit zeker of je intussen andere opties, die wel eens veel aardiger, interessanter, beter of winstgevender zouden kunnen zijn, niet nét misloopt. Welke keus je ook maakt, de vreugde van het kiezen wordt altijd ietwat getemperd door het vermoeden dat er vele andere keuzemogelijkheden waren die je links hebt laten liggen. Daar betaal je een hoge prijs voor, vooral in psychologische zin.'
Vanuit een technisch gezichtspunt gezien heeft de socioloog Bauman natuurlijk gelijk. Wat voor hem een technisch probleem lijkt, is in feite een principieel probleem dat nauw samenhangt met voornoemd waardenpluralisme. Het werkelijke probleem van de laatmoderne tijd is, ten derde en laatste, het waardenpluralisme. Er zijn geen dwingende voorschriften meer waarom we iets zus of zo moeten doen. We laten ons niet langer de wet voorschrijven, zoals onlangs bleek toen een student tijdens een college treffend opmerkte: 'Ik weet niet wat ik wil, maar ik weet wel dat u het niet voor mij mag uitmaken!' Er zijn geen autoriteiten meer over het goede leven. Er zijn blijkbaar geen voorbeelden met zo'n dwingende overtuigingskracht dat ze navolging als vanzelfsprekend afdwingen. Niemand weet met zekerheid wat van waarde is. Welk leven moeten we leiden? De enige zekerheid is dat we willen dat ons leven van belang is. Maar dat betekent slechts een verschuiving van het probleem, want wanneer is dat het geval?
Van de levenskunst wordt blijkbaar het goede antwoord verwacht. Daarom is zij in de mode, in al haar wisselende gedaanten. Hier ligt de uitdaging voor de filosofie van de levenskunst.

Het common sense begrip van levenskunst
Het begrip 'levenskunst' heeft iets buitengewoon ongemakkelijks. Wie niet meteen naar de esoterie vlucht maar er serieus over nadenkt, ervaart al gauw een soort mentale kramp. Levenskunst, wat mag dat wel zijn, meneer? Stelt het iets voor? De vraag Doet u aan levenskunst? roept zonder twijfel meer verlegenheid op dan de vraag Doet u aan fitness? of Speelt u tennis? Iedereen kent de laatstgenoemde activiteiten. Bij de vraag Doet u aan levenskunst? is dat niet het geval.

Ik schets een aantal gangbare typeringen die nogal eens met het woord levenskunst geassocieerd worden en die mogelijk iets over de betekenis ervan zeggen.

De overlever. Iemand die in de moeilijkste omstandigheden het hoofd boven water weet te houden. Bijvoorbeeld de weduwe met zes kinderen, karig inkomen, en zelf een chronische ziekte onder de leden. Als zij de eindjes aan elkaar knoopt en haar gezin overeind houdt, noemen we haar graag een levenskunstenares. Een ietwat larmoyant voorbeeld, maar er bestaan veel mensen die in existentiële nood verkeren en die 'eraan kapotgaan doordat ze het klaarspelen om te leven.'
De levensgenieter. Een zeer gangbare betekenis van levenskunst is genieten van het leven. Als wij zeggen: 'dát is toch een levenskunstenaar', bedoelen we dat deze vrouw of man onder alle omstandigheden van het leven weet te genieten. Menigeen kan dat niet eens in tijden van voorspoed, laat staan als het slecht gaat. Een belangrijke variant hiervan is de gelukkige mens. Voor veel mensen is levenskunst niets anders dan de kunst om een gelukkig leven te leiden.
De alleskunner. Enige tijd geleden kopte De Volkskrant: 'Het einde van een levenskunstenaar'. Het betrof een prominente bewoner van de Amsterdamse grachtengordel. Hij schreef boeken en gedichten, musiceerde, ontwierp gebouwen en bouwde ze zelf, leidde behalve een dag- ook nog een nachtleven. Goed, hij stierf op zijn veertigste aan een hartaanval maar, zei men: 'die man had tenminste geleefd'.
De verlichte geest. Soms heeft iemand op de een of andere manier het licht gezien en een onverstoorbare rust gevonden. (Het is overigens ook niet ongebruikelijk om daar enigszins neerbuigend of cynisch over te doen.) Sommige mensen slagen er in de loop van hun leven blijkbaar in om een voor hen juiste levenshouding te ontwikkelen. Zij hebben amor fati, een soort liefde voor het lot verworven.

Overleven in zware omstandigheden, genieten of gelukkig zijn, alles kunnen, het leven kunnen nemen zoals het komt, dat zijn de meest gangbare betekenissen van de term levenskunst. Voor het alledaagse gebruik zijn bovenstaande omschrijvingen wellicht toereikend. Maar voor een dieper begrip en vooral voor een zinvolle eigen praktijk van levenskunst schieten ze tekort. Bovenstaande benaderingen zeggen immers weinig of niets over het kunst-aspect van het begrip levenskunst: wat is dat toch voor kunst waarmee iemand erin slaagt om te overleven, eindeloos te genieten of gelukkig te zijn, of alle ballen tegelijk in de lucht te houden? Hoe wordt iemand zo verlicht dat hij zijn levenslot kan dragen?
Een andere kwestie is onder welke persoonlijke en maatschappelijke omstandigheden levenskunst mogelijk is. Zonder talent, sociaal netwerk en financiële middelen zou bijvoorbeeld de alleskunner waarschijnlijk een doodgewone sterveling zijn. Voorts is het de vraag of levenskunst tot de sfeer van de life-style en de esthetia behoort. Dat lijkt het geval te zijn als het genieten betreft. Maar gelukkig zijn is wellicht niet mogelijk zonder sociaal netwerk en solidariteit en dan komt ook de moraal in het geding. Een mooi en een goed leven zijn niet vanzelfsprekend hetzelfde. Blijkbaar gaat levenskunst over de spanning tussen esthetiek en ethiek. Wanneer kun je nu zeggen dat iemands leven gelukt is of zelfs dat het een kunstwerk geworden is?
De common sense levert slechte een vage, ontoereikende bepaling van het begrip levenskunst. Als alles levenskunst kan worden genoemd, is het begrip tenslotte verregaand uitgehold. We moeten op zoek naar een criterium om te bepalen wanneer er wel of geen sprake is van levenskunst.

Naar een authentieke levenskunst
Wat zou een adequaat filosofisch begrip van levenskunst kunnen zijn? De volgende handzame definitie is afkomstig uit Schmids Philosophie der Lebenskunst: 'Onder levenskunst wordt fundamenteel de mogelijkheid en de inspanning begrepen om op bereflecteerde wijze het eigen leven te voeren en het niet onbewust, eenvoudigweg zomaar voorbij te laten gaan.' Als we deze definitie ernstig nemen, dan beoogt de levenskunst eerst en vooral om het eigen leven niet zomaar te laten verstrijken. Misschien is dat toch al te normatief, waarom zou dat immers niet mogen? De twee bewierookte levenskunstenaars van Chazia Mourali doen toch niks anders? De levenskunstenaar wil 'iets' bereiken met haar of zijn leven. De vraag is wat en hoe? Op grond daarvan stel ik de volgende, meer neutrale definitie van levenskunst voor:

Levenskunst is een vorm van zelfexpressie op basis van reflectie en oefening, om zodoende de kwaliteit van het eigen leven te ontdekken, bewaren en bewaken.

Levenskunst komt neer op de combinatie van een meervoudige reflectie met praktijken van zelfexpressie. Willen we iets begrijpen van de uiterst complexe betekenis van levenskunst en ons die ook daadwerkelijk in een levenspraktijk eigen maken, dan ontkomen we niet aan een nauwgezette ontleding van alle aspecten die bij dit leerproces een rol spelen, zoals zelfverantwoordelijkheid, bewust leven, zelfkennis, waarden, doelen, het keuzeproces, de feitelijke zelfexpressie en de rol van advies. Een bescheiden poging tot inventarisatie ziet er als volgt uit:

Zelfverantwoordelijkheid

Uitgangspunt van elke vorm van levenskunst is de norm dat iemand zichzelf medeverantwoordelijk stelt voor zijn eigen levenslot. Er zijn vele zeer herkenbare pogingen om zich daaraan radicaal te onttrekken zoals onverschilligheid, opportunisme, loze tegendraadsheid, halfslachtigheid en halsstarrigheid. De levenskunstenaar wil niet te kwader trouw zijn. Daarom besluit hij tot een duurzame houding van toewijding aan zichzelf.

Bewust leven

Bewust leven is uitgangspunt voor de levenskunst. Bekend is Socrates' gezegde uit de Apologie: 'Een leven zonder onderzoek is geen leven voor een mens'. Wanneer iedere vorm van reflectie over de (in)richting van het eigen leven ontbreekt, is de kans op een geslaagd leven nihil. Bewust leven moet onderscheiden worden naar reflectie op de persoonlijke en op de algemene omstandigheden.

Zelfkennis

De persoonlijke reflectie betreft zelfkennis, inzicht in je omstandigheden, mogelijkheden, waarden en doelen. Niemand handelt ooit ex nihilo. Je handelt altijd in aansluiting op wie je geworden bent. Ook de inbedding in de leefwereld is van belang. Zelfkennis betreft niet alleen je cognitieve vaardigheden, maar ook inzicht in je eigen karakter, je (on)deugden en je stemmingen.

Waarden

Elke vorm van levenskunst voltrekt zich op basis van de vooronderstelling dat de kwaliteit van het eigen leven telt. Het is een opmerkelijk feit dat mensen vaak uiterst moeizaam blijken te kunnen formuleren waarin voor henzelf het goede leven gelegen is. Reflectie op de eigen waardenhiërarchie is van belang: wat wil je en waarom wil je dat? Persoonlijke omstandigheden staan nooit los van de concrete maatschappelijke samenlevingsvorm en vereisen reflectie op de dominante betekenishorizon van normen en waarden waartegen het eigen leven zich voltrekt.

Doelen

De weg die iemand wil gaan hangt nauw samen met de persoonlijke doelen die iemand nastreeft, en die zijn weer afhankelijk van de eigen waardenhiërarchie die in de loop van de zelfervaring tot stand gekomen is. Wie gekozen heeft voor roem en glorie leeft, heel anders dan wie kiest voor huiselijk geluk, laat staan wie beide doelen tracht te combineren.

Kiezen

Leven betekent keuzes maken. Niet alleen kiezen we niet vanuit het niets, maar bovendien altijd in een concrete situatie. Je kunt niet alles worden. Uit de zich aandienende veelheid van keuzemogelijkheden moet je een selectie maken en tot een beslissing komen. Keuzes maken is een ding, volharding in die keuze of terugdraaien van een keuze iets anders. Sommige keuzes zijn uiterst pijnlijk en toch onontkoombaar. Levenskunst is een soort kairologie: je zult steeds moeten inschatten wat hier en nu aan de orde is, gezien je eigen omstandigheden en het doel dat je voor ogen staat.

Expressie

Zelfexpressie is de uitdrukking van de eigen waarden in concrete handelingen. Bewust leven is nagaan welke waarden en leefregels je er daadwerkelijk en niet alleen in je verbeelding op na houdt. Om werkelijk invloed uit te oefenen op de gang van zaken, om te kunnen handelen en eventueel van koers te veranderen is bovendien een zekere daadkracht nodig. Daarom zijn oefening, experiment en praktijk, kortom engagement onontbeerlijk. Engagement is nodig, eenvoudig omdat zelfkennis op zich nog lang niet slagvaardig en handelingsbekwaam maakt.

Advies

We zijn niet almachtig, we vergissen ons regelmatig over onszelf, wie we zijn, wat we kunnen en zelfs in wat we echt willen. Ter bevordering van de zelfkennis en van het maken van de juiste keuzes moet men zich dus regelmatig laten adviseren. De belangrijkste keuze in de levenskunst is wellicht de keus van de juiste persoonlijke adviseurs. Montaigne formuleert dit probleem heel treffend: 'Ik zou mijn leven graag aan een ander overlaten maar ja, aan wie?'

De hierboven onderscheiden aspecten vormen tezamen de bestanddelen van het leerproces dat 'levenskunst' heet. Op grond hiervan kan een voorstel worden geformuleerd omtrent een laatmoderne levenskunst die toegesneden is op het authentieke individu. De filosofie van de levenskunst onderzoekt het leerproces van de levenskunst en spoort moderne individuen aan tot hun eigen levenskunst nu er geen algemeen geldige waarden en levensdoeleinden meer zijn. Vandaag is ieder van ons veroordeeld tot zijn eigen zoektocht. De eigen onzekerheid onderkennen is zonder twijfel een verstandig vertrekpunt van een authentieke levenskunst. Vervolgens is het zaak die principiële onduidelijkheid over het eigen leven op de juiste manier op te helderen. Natuurlijk moeten we ons daarbij niet opsluiten in een narcistische monoloog over de moeizame beslissingen die we te nemen hebben. Tegelijk willen we niet dat de ander, al is het met de beste bedoelingen, voor ons beslist, zelfs al weten we zelf niet wat ons te doen staat en wat voor ons het goede is. De authentieke levenskunst is dus op de eerste plaats anti-autoritair.
Op de tweede plaats is de authentieke levenskunstenaar anti-conformistisch. Hij wil iets niet alleen maar doen in navolging van anderen, omdat anderen dat nu eenmaal ook doen. Als hij iets doet, is dat niet omdat hem dat wordt opgelegd en ook niet omdat anderen hetzelfde doen, maar omdat hij daar zelf werkelijk voor kiest. Zo wil hij best zijn plicht doen, niet alleen omdat mensen hun plicht moeten doen, maar gewoon omdat hij inziet en ervaart dat iets ook werkelijk zijn plicht is. Dat sluit helemaal niet uit dat hij handelt als de anderen, maar dan omdat hij er werkelijk mee instemt. Omgekeerd moet het loutere afwijken van de norm op zichzelf niet per se opgevat worden als teken van authenticiteit. De rebel without a cause is bij uitstek een conformist, zij het dat hij zich niet afzet tegen de heersende norm als wel conformeert aan de norm om het zonder goede reden oneens te zijn met wat dan ook. De authentieke mens wil trouw zijn aan zichzelf, wat iets anders is dan gewoon maar doen wat in hem opkomt. Hij wil zijn eigen keuzes maken, opdat zijn handelen raak is en zijn leven werkelijk telt. Bij het proces van de juiste keuze hoort ook het volharden in een eenmaal gemaakte keuze dan wel het heroverwegen van die keuze.
Het derde en laatste punt betreft onze particuliere verhouding tot gegeven normen en waarden en vooral de motivatie waarmee we in de concrete situatie staan. Natuurlijk zijn we zelf niet de uitvinder van allerlei normen en waarden, maar treffen we die aan in de cultuur waarin wij leven. Of we een bepaalde waarde accepteren als de onze, is een kwestie van biografie en concrete context. Op grond van onze eigen particuliere ervaring besluiten we telkens opnieuw om in bepaalde keuzes te volharden, dan wel de sprong te maken naar een andere levensstijl. Het beslissende punt is dus dat we telkens iets op gepaste wijze doen. Levenskunst is een kwestie van afstemming. Het gaat om de juiste verhouding tot de norm, de juiste navolging en afwijking van de regel en dus uiteindelijk om de manier waarop we onze keuze maken en ten uitvoer brengen. Alleen ikzelf kan, vanuit mijn eigen particuliere levensgeschiedenis en met het oog op de concrete handelingscontext, uitmaken of een bepaalde keuze gepast is of niet.
Het antwoord op de vraag of iemands leven al dan niet een kunstwerk is, hangt niet af van een concrete doelstelling zoals rijkdom of geluk. Levenskunst legt zich niet toe op het bereiken van een eindproduct, maar op het creëren van de juiste levenshouding.

Dr. Joep Dohmen is universitair docent Filosofie en humanisme aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht. Hij publiceert over levenskunst, ethiek en cultuurfilosofie.