Bespreking Taylor
Charles Taylor is supergaaf of een betere ondertitel
Inleiding
De Canadese politiek-filosoof Charles Taylor wordt tegenwoordig steeds vaker aangehaald. Dat is niet zo verwonderlijk wanneer wij kijken naar de huidige, sterk individualiserende, samenleving. Taylor heeft hier een duidelijke mening over die hij graag ventileert. Dit kwam allereerst tot uiting in zijn grote werk ‘Sources of the Self’ waarin hij een zoektocht onderneemt naar het ontstaan van de moderne identiteit. Dit boek werd door zijn vakgenoten zeer goed ontvangen. Naast erkenning door andere filosofen is zijn populariteit eveneens te danken aan zijn toegankelijkheid voor het grote publiek. Twee jaar na het verschijnen van ‘Sources of the Self’ verscheen zijn boekje ‘De malaise van de moderniteit’ welke een directe spin-off van zijn eerder genoemde grote werk was.
Aan de hand van dit boek hebben wij, als themagroep, vier avonden mogen nadenken en discussiëren over het individualisme. Wij kwamen tot de ontdekking dat Taylor erg actuele denkbeelden heeft waar wij persoonlijk ook heel wat aan kunnen hebben. Daar wij u deze denkbeelden niet wilden onthouden, schrijven wij dit artikel.
Hoewel Taylor in dit boek drie kwalen van de moderniteit beschrijft ligt de nadruk voornamelijk op het individualisme, de opvatting dat de mens volledig vrij is in het kiezen van zijn eigen levenspatronen. Deze vrijheid, die door veel mensen juist als een goede eigenschap van de moderne beschaving wordt gezien, is ontstaan doordat mensen zich los gingen maken van ethische horizons. Daar waar mensen zichzelf eerst beschouwden als een onderdeel in een groter geheel bekijkt de mens zich nu als een volledig autonoom individu dat kan doen en laten wat hij wil. Deze plaatsing in ordes gaf echter naast een beperking, ook een betekenis aan het leven. Door deze ordes af te schaffen verliest veel in dit leven zijn betovering. Naast deze onttovering door individualisme beschrijft Taylor ook de extreem hoge waarde die aan de techniek wordt toegewezen (het zogenaamde primaat van de instrumentele rede) en de politieke effecten hiervan als kwalen van deze tijd.
Taylor streeft naar het trouw zijn aan jezelf, dit noemt hij het ideaal van de authenticiteit. Om trouw te zijn aan jezelf moet de ontwikkelingen in deze tijd in de meest veelbelovende richting gestuurd worden. Het is daarbij van belang dat voorkomen wordt dat deze afglijden naar meer ontaarde vormen. Taylor beschrijft in zijn boek hoe wij hiermee om moeten gaan. Critici schijnen zich niet te realiseren dat er in deze samenleving een krachtig moreel ideaal werkzaam is. Dit komt doordat er weinig over dit ideaal gesproken wordt en de kracht van veel termen als narcisme en hedonisme wordt gehaald uit het ontkennen van een moreel ideaal. Taylor pleit er voor dat dit ideaal noch een radicale veroordeling noch een onkritische verheerlijking nodig heeft. Om dit ideaal te gebruiken teneinde onze praktijk te restaureren moeten wij volgens Taylor drie dingen aannemen:
- Authenticiteit is een geldig ideaal
- Er kan redelijk over dit ideaal gepraat worden
- Het is ook nuttig om hierover te praten
Deze driedeling komt terug in het artikel. Eerst wordt ingegaan op de oorsprong en betekenis van het trouw zijn aan jezelf, het authenticiteitideaal (A). Daarna krijgen we de vraag aan welke eisen het ideaal moet voldoen. Als iemand het met deze eisen eens is, is hij waarschijnlijk ook gewonnen voor het ideaal, of in elk geval valt er redelijk over te praten (B) ondank het feit dat wij behoorlijk subjectieve tijden beleven in Nederland en in de rest van de westerse wereld. Tenslotte hebben wij als themagroep diepgaand nagedacht over het nut van de theorieën van Taylor (C).
A. Het ideaal van authenticiteit
Het ideaal van authenticiteit staat in een bepaalde filosofische traditie. Deels bouwt het natuurlijk voort op bijvoorbeeld het individualisme van de bevrijde rationaliteit (van de Verlichting, Franse revolutie etc.). Maar het is weer strijdig met het atomisme dat de banden van de gemeenschap niet erkende.
Authenticiteit komt voort uit het idee dat menselijk wezens begiftigd zijn met een moreel zintuig. De mens kent deze moraal middels de innerlijke stem. Vroeger werd dan gezegd dat die moraal ‘van God gegeven was’. Dat was dan ook essentieel voor het volledig mens zijn. Dat was de vorm, de manier waarop mensen authentiek waren. Vandaag de dag zeggen we dat het niet zozeer gaat om het contact met God of een of andere goede bron, maar om het contact met onszelf. Dat is het gevolg van de grote subjectieve wending van de moderne cultuur. Iedereen bezit een bepaalde eigen manier van ik-zijn, van mens-zijn. Je bent geroepen op een bepaalde, eigen manier je leven te leven, niet om iemand te imiteren.
Maar met die vorm ben je er nog niet. Want er moet ook nog een inhoud komen. En dat is dan de bron waaruit je put. Authenticiteit verwijst duidelijk naar jezelf: dit is mijn oriëntatie. Maar dat wil niet zeggen dat de inhoud naar zichzelf moet verwijzen. Dat je dus ook je identiteit en beslissingen en alles in jezelf moet zoeken. Wij moeten geen nieuwe inhouden verzinnen voor de vorm van mens-zijn. Je kunt alleen echte voldoening vinden als je dat zoekt in iets buiten jezelf. God bijvoorbeeld. Of met je tenen in de modder wriemelen
B. Eisen van het ideaal
Het hiervoor beschreven authenticiteitsideaal stelt een aantal eisen aan de ‘gebruiker’ ervan. Je mag van Taylor best een idealist zijn, maar je moet jezelf niet voor de gek houden. Als je het ideaal van de authenticiteit nastreeft, zul je oog moeten krijgen voor een aantal voorwaarden waar het ideaal om vraagt. Taylor stelt vier eisen aan het ideaal van authenticiteit:
- Je identiteit kun je niet in je eentje definiëren, daar heb je andere mensen bij nodig.
- Je kunt je identiteit alleen definiëren tegen de achtergrond van dingen die er toe doen (normen- en waardenpatroon), een keuze staat nooit op zichzelf.
- We moeten deelnemen aan een gemeenschappelijk politiek leven.
- Intieme relaties moeten we serieus nemen en niet opvatten als instrumenten voor onze zelfverwerkelijking.
1. Identiteit
Een van de eerste dingen die we volgens Taylor niet moeten vergeten, is dat het menselijk leven fundamenteel dialogisch van karakter is. In de huidige cultuur wordt van ons verwacht dat wij onze meningen, opvattingen, standpunten in aanzienlijke mate vormen door er zelf over na te denken. Maar zo werkt het niet met onze identiteit. Die kun je niet zelf verzinnen. Onze identiteit definiëren we in dialoog met, soms in strijd met, belangrijke mensen in ons leven. En zelfs als wij een aantal van de laatstgenoemde personen boven het hoofd groeien – onze ouders bijvoorbeeld – en zij uit ons leven verdwijnen, gaat het gesprek met hen binnen in ons hele leven door.
In onze cultuur worden relaties vaak gebruikt om zichzelf te ontplooien, maar niet om zichzelf te definiëren. Taylor is van mening dat de plaats van het dialogische in het menselijke leven ernstig wordt onderschat. ‘Men vergeet hoe ons begrip voor de goede dingen van het leven kan worden getransformeerd doordat wij ze gemeenschappelijk genieten met mensen van wie wij houden, hoe sommige dingen alleen toegankelijk voor ons worden door zulk gemeenschappelijk genieten.’(p.44) Doordat we willen voorkomen dat mensen van wie we houden onze identiteit definiëren, veroorzaken we heel wat pijnlijke (echt)scheidingen.
2. Belangrijke keuzes
Identiteit kan alleen gedefinieerd worden tegen de achtergrond van dingen die belangrijk zijn. Iemand kan niet zelf bepalen wat belangrijk is, zonder verdere toelichting, zonder verdere achtergrond. Kwesties krijgen pas belang tegen een achtergrond van begrijpelijkheid; een horizon. Het moet niet gaan om het keuzeproces in een kwestie, maar om het onderwerp van de kwestie, afgezet tegen onze betekenishorizon. We kunnen hiermee niet zelf bepalen welke kwesties van belang zijn. Dit wordt bepaald door onze betekenishorizon.
‘Ik kan niet zomaar beslissen dat de belangrijkste handeling bestaat in het met mijn tenen in warme modder wriemelen. Zonder speciale toelichting is dit geen begrijpelijke bewering. Ik zou dan ook niet weten wat ik moest denken van iemand die beweerde dan hij voelde dat dit zo was. Wat kan iemand bedoelen die dit zegt?
Maar als het alleen zinvol is met een verklaring (misschien is modder het element van de wereldgeest met wie je contact krijgt via je tenen), staat het bloot aan kritiek. Wat als de verklaring fout is, te kort schiet of kan worden vervangen door een betere? Uw wijze van aanvoelen kan nooit voldoende reden zijn om uw positie te respecteren omdat u niet met uw gevoel kunt vaststellen wat significant is.’(p.47)
3. Erkenning van verschillen
In onze tijd is bijna iedereen ‘retetolerant’. Iedereen is gelijk en we respecteren elkaar. De klok slaat bijna niet anders. Maar… zegt Taylor, verschil alleen kan niet de grond voor gelijkwaardigheid zijn. Wij kunnen wel met z’n allen geloven in het principe van gelijkwaardigheid, maar dit is niet genoeg.
Als mannen en vrouwen gelijk zijn, is dat niet het geval omdat zij verschillend zijn, maar omdat het verschil wordt opgeheven door sommige eigenschappen die van waarde zijn. ‘Willen wij het eens worden over een wederzijdse erkenning van verschil dan moeten wij meer dan een geloof in dit principe met elkaar delen.’(p.60)
En dit ‘meer’ is een gezamelijke betekenishorizon. Verschil erkennen vereist een gedeelde betekenishorizon. Het is volgens Taylor belangrijk om datgene te ontwikkelen en te verzorgen wat er aan gemeenschappelijke waarden tussen ons bestaat. En een van de manieren om dat te doen, is deel te nemen aan een gemeenschappelijk politiek leven.
4. Intieme relaties
In de huidige authenticiteitscultuur wordt een grote waarde gehecht aan de erkenning die significante anderen ons verlenen of juist niet verlenen. Alleen in de dialoog die plaats vindt in de relatie met deze anderen kan een innerlijk gegenereerde identiteit worden gedefinieerd.
(Intieme) Relaties met significante anderen mogen nooit louter tentatief of instrumenteel zijn. Ze kunnen nooit alleen ten dienste van onze zelfverwerkelijking staan, zodanig dat ze vervangbaar zouden zijn.
C. Wat moeten we hier nu mee?
Tot hier is Taylor gekomen. Althans in dit boekje. Misschien vond u dit al best wel ver gaan. Nou wij gaan nog een stap verder.
Want de beste (postmoderne) vraag die je nu kunt stellen is: ‘Wat moeten we hier nu mee. Dat met je tenen in de modder wriemelen zal ik dan wel niet meer doen, maar wat dan wel?’
Het aardige van Taylor is dat hij niet zegt: dit zeg ik zus en zo moet je doen. Wat hij nu gedaan heeft is proberen aan te geven wat de vorm van zelfverwezenlijking is: in samenspraak met jezelf, reflectief. Wat nu een ieder moet gaan doen is de inhoud voor die voor zoeken. Dus in samenspraak met zichzelf een levensdoel zoeken. Bijvoorbeeld God dienen. Of de wereld verbeteren op politiek niveau.
Dat betekent ook dat het anders moet dan het nu gaat. Niet voor niets geeft Taylor de kwalen van de moderne tijd. Wij moeten een discussie gaan voeren. Over onszelf, over hoe wij vorm gaan geven aan dat ideaal van authenticiteit. Door enkele richtingwijzers willen wij aangeven wat ons inziens relevante discussiepunten zijn.
De wereld
Het eerste punt is: wat zou de gewone lezer hier mee doen. Of: wat doen wij gewoon als CBSnederlander hiermee? Wij zijn studenten. In een jaar of vijftien tot twintig zijn wij de leidende (lijdende) mensen in deze maatschappij. Tot nu worden we alleen maar niet politiek-betrokken en kan alles ons wat schelen zolang het maar in onze achtertuin is. Dat kan dus niet. Het moet afgelopen zijn met puur consumptief gedrag. Behoort u tot die 30% van Nederland die heeft gestemd donderdag 10 juni? Am. Tempelman moet geprezen worden omdat hij zich inzet voor gereformeerde politiek.
Accepteren van het feit dat betekenishorizons belangrijk voor je zijn betekent dat je die horizons gaat erkennen. Inzien dat anderen (vrienden, familie) belangrijk voor je zijn, maar dat jij ook belangrijk bent voor anderen. Dus dat u op de soos, themagroep, bijbelstudie en lezing bent, niet alleen maar omdat u dat zelf wel leuk lijkt, maar omdat u in de horizon van een ander zit.
De kerk
Kritisch zijn is leuk en goed, ook in de kerk. Maar wees daarin authentiek. Omzien naar elkaar.
Vernieuwing in de kerk: ook hier heb je te maken met betekenishorizons. Dus zet u niet zomaar alles over boord wat in de 2000 jaar kerkgeschiedenis is opgebouwd, om dat straks weer terug te halen (vraag PaCogangers naar de lezing van prof. Van Bruggen). Of moeten we juist al die ‘vormonzin’ aan de straat zetten (twee keer per zondag naar een gebouw om naar een man te luisteren met een saai verhaal en wat liedjes zingen, en er nog voor betalen ook) en maar met elkaar gaan praten over hoe God te dienen, hoe het met ons geloof zit, wat ons bezighoudt en mensen gaan bekeren?
Als kerk in de wereld
Authenticiteit biedt kaders voor evangelisatie. Want iedereen leeft vanuit datzelfde ideaal: authenticiteit. Ook degenen die niet door hebben dát ze dat doen. Alleen heeft niet iedereen dezelfde inspiratiebron voor die authenticiteit. Wij hebben de Bijbel als inspiratiebron. Over die Bijbel moet je twee dingen zeggen. Als filosoof zeg je: het een van de inspiratiebronnen. Als gelovige zeg je: het is de enige ware. En dat klopt. Allebei.
Het knooppunt is dat iedereen een ideaal van authenticiteit heeft, maar de meesten, zeker van degenen die jij in je netten wil vangen, hebben daarvoor niet de Bijbel gekozen, maar een andere bron. Dit vraagt om een ander soort evangelisatie. Je moet niet vertellen, maar je moet laten zien dat jouw inspiratiebron beter, mooier, gaver, heilgevender (en nog meer dat je over de inhoud van de Bijbel kunt zeggen) is dan die van de ander. Laat zien dat het werkt. Laat zien dat als Kind van God leven veel gaver is dan je hele leven met je tenen in de modder wriemelen, ook als dat een of andere religieuze rite van de hangbuikindianen is.
Met amicale groet,
Buit sr., Kolk jr., Mak, Nentjes, Pansier, Snijder, Volk en Zomerdijk