Hs 7 La lotta continua


  • Ik heb een schets gegeven van de authenticiteitscultuur die zelfs in haar meest 'narcistische' varianten wordt bezield door een ideaal van authenticiteit dat, mits goed begrepen, deze varianten veroordeelt. Het is een cultuur die lijdt aan een inherente spanning.
  • Dit staat in contrast met de gewone opvatting dat de meer egocentrische vormen van zelfverwerkelijking louter een produkt van genotzuchtig egoïsme zijn, of hoogstens bezield door een ideaal dat niet beter is dan de minst bewonderenswaardige praktijken.

Waarom handhaaf ik mijn visie? De eerste reden is dat ze mij waar lijkt.

  • Dit ideaal lijkt mij nog altijd werkzaam te zijn in onze cultuur en de spanning lijkt aanwezig te zijn. Maar wat zijn de consequenties voor ons handelen als mijn visie waar is? Wanneer je de dingen ziet zoals ik ze voorstel, kom je tot een heel andere houding tegenover deze cultuur.
  • Een gewone houding vandaag de dag, speciaal onder critici als Bloom, Bell en Lasch, is het doel van zelfverwerkelijking achterdochtig te beschouwen als op de een of andere manier besmet met egoïsme. Dat kan gemakkelijk leiden tot een integrale veroordeling van de authenticiteitscultuur. Aan de andere kant zijn er die heel erg thuis zijn in deze cultuur, voor wie alles is zoals het moet zijn. Het beeld dat ik hier heb gesuggereerd leidt tot geen van beide.

De suggestie is dat wij herstelwerkzaamheden ondernemen, dat wij het hogere ideaal achter de min of meer ontaarde praktijken vaststellen en onder woorden brengen en vervolgens deze praktijken bekritiseren vanuit het gezichtspunt van het ideaal dat hen zelf motiveert. Met andere woorden, in plaats van deze cultuur helemaal af te wijzen, of haar juist te steunen zoals zij is, moeten wij proberen haar praktijk te verbeteren door het voor haar deelnemers duidelijker te maken wat de ethiek die zij aanhangen werkelijk inhoudt.

Dit betekent zich bezighouden met overtuigen. Dat lijkt noch mogelijk noch wenselijk als je een van beide andere standpunten inneemt, maar het is de enige juiste beleidslijn op het standpunt dat ik heb verdedigd. Elk gebied van de cultuur brengt strijd met zich mee; mensen met verschillende en onverenigbare opvattingen bestrijden, bekritiseren en veroordelen elkaar. Er is al een gevecht gaande tussen de fans en de criticasters wat de authenticiteitscultuur betreft. Mijn suggestie is dat deze strijd een vergissing is; beide zijden hebben ongelijk. Wat wij moeten doen is strijden over de betekenis van authenticiteit, en op het hier ontwikkelde standpunt moeten wij proberen mensen ervan te overtuigen dat zelfverwerkelijking onvoorwaardelijke relaties en morele eisen van buiten jezelf zeker niet uitsluit maar in feite in een of andere vorm vereist. De strijd dient niet te gaan om authenticiteit, ervoor of ertegen, maar erover, om de ware betekenis ervan vast te stellen. Wij moeten proberen de cultuur dichter te brengen bij het ideaal waardoor zij wordt gemotiveerd.

Natuurlijk veronderstelt dit alles drie dingen: de drie premissen die ik heb uiteengezet aan het slot van hoofdstuk twee:

  1. dat authenticiteit werkelijk een ideaal is dat waard is omhelsd te worden;
  2. dat je redelijk kunt vaststellen wat het inhoud; en
  3. dat dit soort redenering in de praktijk verschil kan uitmaken - dat wil zeggen, u kunt niet geloven dat mensen zozeer de gevangenen zijn van de diverse sociale ontwikkelingen die hen conditioneren tot, laten we zeggen, atomisme en instrumentele rede, dat zij hun gewoonten niet kunnen veranderen hoe overtuigend u ook bent.

Ik hoop dat ik in de voorgaande hoofdstukken iets heb gedaan om 2. aannemelijk te maken. Zelfs al heb ik geen onweerlegbare argumenten op tafel gelegd, toch hoop ik enigszins te hebben aangetoond hoe op dit terrein argumenten kunnen worden ontwikkeld die ons kunnen overtuigen.

Wat 3. betreft, terwijl ieder moet erkennen hoe sterk wij bepaald zijn door onze industrieel-technologische beschaving, hebben mij die opvattingen die ons afschilderen als volkomen opgesloten en niet in staat ons gedrag te veranderen zonder het hele 'systeem' omver te werpen, altijd uitermate overdreven geleken.

Maar daarover wil ik meer zeggen in het volgende hoofdstuk. Laat ik voor het moment alleen een paar woorden zeggen over 1. de waarde van dit ideaal.

Ik heb hierover ook niet veel nieuws te zeggen, op dit punt. Want het komt me voor dat het ideaal, zoals wij het verstaan op grond van zijn rijkste bronnen, voor zichzelf spreekt. Ik zal alleen in het kort aangeven wat naar mijn mening naar voren komt uit een volledig verslag van deze bronnen (vollediger dan ik hier heb kunnen bieden).

Ik ben ervan overtuigd dat de westerse cultuur, door gedurende de laatste twee eeuwen dit ideaal onder woorden te brengen, een van de belangrijke mogelijkheden van het menselijk leven heeft aangewezen. Evenals andere facetten van het moderne individualisme - bijvoorbeeld dat wat ons oproept zelf onze eigen meningen en opvattingen uit te werken - verwijst authenticiteit ons naar een meer aan onszelf verantwoordelijke vorm van leven. Ze maakt het ons mogelijk (potentieel) een voller en meer gedifferentieerd leven te leiden omdat het meer ons eigen leven geworden is. Er loeren gevaren - wij hebben er enkele van onderzocht. Wanneer wij daaraan ten offer vallen, kan het zijn dat wij in sommige opzichten onder de maat blijven van wat wij zouden zijn geweest als deze cultuur nooit was ontstaan. Maar authenticiteit op zijn best maakt een rijkere bestaanswijze mogelijk.

Maar daarnaast zou ik persoonlijk het volgende willen beweren. Ik denk dat ieder in onze cultuur de kracht van dit ideaal voelt, zelfs degenen die ik heb aangeduid als 'criticasters': mensen die denken dat de hele taal van zelfverwerkelijking en het-eigen-pad-vinden verdacht is en ofwel onzin of een uiting van genotzucht. Mensen die denken dat het onzin is hebben meestal een consequente, wetenschappelijke houding tegenover de wereld. Zij menen dat mensen zoveel mogelijk moeten worden begrepen in de taal van de wetenschap en zij nemen de natuurwetenschappen als model. Daarom kan het spreken over zelfverwerkelijking of authenticiteit hun vaag en wollig voorkomen. Andere critici, zoals Allan Bloom, zijn humanisten. Zij delen deze reductionistische, sciëntistische visie niet, maar zij schijnen deze taal te verstaan als een uitdrukking van morele slapheid, of althans als eenvoudigweg de afspiegeling van een verlies van de meer strikte idealen die vroeger in onze cultuur overheersten.

Toch is het moeilijk onder hen, die wij beschouwen als opgenomen in de hoofdstroom van onze westerse samenlevingen, iemand te vinden die, staande voor eigen levenskeuzen, aangaande carrière of relaties, in het geheel geen waarde hecht aan iets dat hij of zij zou aanduiden als vervulling, of zelfontplooiing, of realisering van zijn of haar mogelijkheden, of waarvoor hij of zij een andere term zou vinden uit de reeks die dienst heeft gedaan om dit ideaal te verwoorden. Misschien schuiven zij deze overwegingen in naam van andere goede dingen terzijde, maar zij voelen hun kracht. Er zijn natuurlijk immigranten uit andere culturen en mensen die nog in zeer traditionele enclaves leven, maar wij kunnen in de praktijk de culturele hoofdstroorn van de westerse liberale maatschappij definiëren in termen van degenen die de zuigkracht van deze en de andere hoofdvormen van het individualisme voelen. Hier ligt inderdaad heel dikwijls de oorzaak van moeilijke en pijnlijke generatieconflicten in immigrantengezinnen, omdat deze soorten individualisme nu net de hoofdstroom bepalen waarin de kinderen onverinijdelijk worden ondergedompeld.

Toegegeven, dit is geen argument ten gunste van de waarde van het ideaal. Maar het moet de tegenstanders ervan enige nederigheid bijbrengen. Zou het zin hebben om te proberen het uit te roeien?

Of is de hier aanbevolen beleidslijn in onze situatie verstandiger, namelijk het ideaal in zijn beste gedaante omhelzen en proberen onze praktijk tot dit niveau op te heffen?

Mijn interpretatie vormt dus het fundament voor een heel andere praktijk. Ze stuurt ons in een andere richting dan de andere twee. Maar ze biedt ook een heel ander perspectief.

Het lijkt er inderdaad op dat de meer egocentrische vormen van bevrediging de laatste tientallen jaren terrein hebben gewonnen. Dat heeft tot de verontrusting geleid. Mensen lijken inderdaad hun relaties als minder onherroepelijk te beschouwen. Een stijging van het aantal echtscheidingen geeft maar een gedeeltelijke aanwijzing van de toename van gebroken relaties vanwege het grote aantal ongehuwde paren in onze maatschappij. Meer mensen lijken minder geworteld in hun oorspronkelijke gemeenschappen, en er lijkt sprake te zijn van een dalende participatie door burgers.

Denk je nu dat dit een nieuw stel waarden vertegenwoordigt waarvoor de komende generatie zonder problemen heeft gekozen - of meer nog, denk je dat zij hebben gekozen voor het loslaten van traditionele banden ten gunste van zuiver egoïsme - dan ga je aan de toekomst wanhopen. Er lijkt niet veel reden te zijn waarom de trend zou omkeren. Uw wanhoop zal nog groter worden naarmate u de verandering sterker toeschrijft aan de sociale factoren die ik hiervoor heb genoemd: zoals toegenomen mobiliteit en onze toenemende betrokkenheid bij taken of sociale instellingen die inhouden dat wij instrumenteel of zelfs manipulerend handelen met betrekking tot de mensen rondom ons. Want deze trends lijken voorbestemd om te worden voortgezet, in sommige gevallen zelfs om te worden versterkt. En zo lijkt de toekomst slechts steeds hogere niveaus van narcisme in petto te hebben.

Het perspectief is anders als u deze ontwikkelingen ziet in het licht van de ethiek van de authenticiteit. Want dan vertegenwoordigen zij niet maar een waardeverschuiving die voor de betrokken mensen geen probleem is. In plaats daarvan ziet u de nieuwe, egocentrische praktijken als de keerzijde van een onuitroeibare spanning. De spanning ontspringt aan het gevoel van een ideaal dat in werkelijkheid niet volledig wordt waargemaakt. En deze spanning kan worden tot een strijd waar mensen het praktische tekort onder woorden proberen te brengen en het bekritiseren.

Zo gezien, beweegt de maatschappij zich niet eenvoudigweg in één richting. Het feit dat er spanning en strijd bestaat, betekent dat het beide kanten op kan gaan. Aan de ene kant staan alle factoren, sociaal en innerlijk, waardoor de authenticiteitscultuur wordt gedwongen af te dalen tot haar meest egocentrische vormen; aan de andere kant staan de inherente aanzet tot en eisen van dit ideaal. Er wordt een strijd gevoerd, die heen en weer kan golven.

Dit kan overkomen als goed en als slecht nieuws. Het is slecht nieuws voor wie hoopte op een definitieve oplossing. Wij kunnen nooit terugkeren naar de tijd toen deze egocentrische levenswijzen de mensen nog niet bekoorden en verleidden. Evenals alle vormen van individualisme en vrijheid ontsluit authenticiteit een tijd van verantwoordelijkmaking, als ik deze term mag gebruiken. Door het feit zelf dat deze cultuur zich ontwikkelt, worden mensen meer verantwoordelijk aan zichzelf gemaakt. Het ligt in de aard van dit soort toename in vrijheid dat mensen lager kunnen zinken, evengoed als ze hoger kunnen stijgen. Niets garandeert ooit een systematische en onomkeerbare beweging naar de top. Dat was de droom van diverse revolutionaire bewegingen, bijvoorbeeld het marxisme. Wanneer men eenmaal het kapitalisme had afgezworen, zouden alleen de grote en bewonderenswaardige vruchten van de moderne vrijheid groeien; de misstanden en afwijkende vormen zouden verwelken. Maar zo kan het in een vrije samenleving nooit toegaan, die op een en hetzelfde moment de hoogste vormen van aan zichzelf verantwoordelijk moreel initiatief en toewijding zal voortbrengen en, bijvoorbeeld, de ergste vormen van pornografie. De bewering van voormalige marxistische samenlevingen dat pornografie gewoon een afspiegeling van kapitalisme was, is nu ontmaskerd als ijdele grootspraak.

En zodoende kan dit evengoed overkomen als goed nieuws. Als het beste nooit definitief kan worden gegarandeerd, dan zijn achteruitgang en platvloersheid evenmin onvermijdelijk. Het ligt in de aard van een vrije maatschappij dat ze altijd de plaats zal zijn waar zich een strijd afspeelt tussen hogere en lagere vormen van vrijheid. Geen van beide zijden kan de ander afschaffen, maar de grens kan worden verschoven, nooit definitief maar althans voor sommige mensen gedurende enige tijd, naar de ene of naar de andere kant. Via sociale actie, politieke verandering en door harten en hoofden te winnen, kunnen de betere vormen terrein winnen, althans een tijdlang. In zekere zin kan een echt vrije maatschappij de slagzin die in een heel andere betekenis door revolutionaire bewegingen als de Italiaanse Rode Brigades is gebruikt, op zichzelf toepassen: 'la lotta continua', de strijd gaat door - in feite voor altijd.

Het door mij geschilderde perspectief breekt dus heel beslist met het cultuurpessimisme dat de afgelopen tientallen jaren is gegroeid en dat wordt gevoed door boeken als die van Bloom en Bell. De analogie voor onze tijd is niet de ondergang van het Romeinse Rijk, als zou decadentie en een afglijding naar het hedonisme ons beroven van de mogelijkheid onze politieke beschaving in stand te houden. Daarmee wil ik niet zeggen dat sommige samenlevingen niet ernstig tot vervreemding en bureaucratische verstarring kunnen vervallen. En sommige kunnen inderdaad hun quasi-imperiale status verliezen. Het feit dat de Verenigde Staten gevaar lopen deze beide negatieve veranderingen te ondergaan, heeft misschien begrijpelijkerwijs bijgedragen aan de invloed van het cultuurpessimisme aldaar." Maar de Verenigde Staten zijn de westerse wereld niet, en misschien moeten zij niet eens als één eenheid worden opgevat, omdat het een ontzaglijk gevarieerde maatschappij is, samengesteld uit vele verschillende milieus en groeperingen. Natuurlijk zullen er overwinningen en nederlagen zijn, maar over het geheel genomen: 'la lotta continua'.

Het is bijna overbodig te zeggen dat ik evenmin het spiegelbeeld hiervan propageer, een cultureel optimisme van het soort dat in de jaren 1960 populair was, zoals in The Greening of America van Charles Reich, waarin de opkomst van een spontane, vriendelijke, beminnelijke en ecologisch verantwoordelijke cultuur werd voorspeld. Deze droom komt al even natuurlijk voort uit het verwrongen perspectief van de fans als de pessimistische voortkomt uit dat van de criticasters.

Ik wil afstand bewaren tot deze beide opvattingen, niet zozeer door een tussenpositie in te nemen, maar een heel andere positie. Ik suggereer dat wij ten aanzien van deze materie niet kijken wat de trend is, welke dan ook, naar boven of naar beneden, maar dat wij breken met de verleiding om onomkeerbare trends te ontdekken en inzien dat er hier een strijd aan de gang is, waarvan de uitkomst voortdurend open is.

Maar als ik gelijk heb, en de strijd wordt gestreden zoals ik die beschrijf, dan is het cultuurpessimisme van de criticasters niet alleen misplaatst, het is ook contraproductief. Want een radicale veroordeling van de authenticiteitscultuur als een illusie of als narcisme is geen methode om ons hogerop te brengen . Zoals het nu staat verenigen zich een alliantie van mensen met een ongeëngageerde sciëntistische visie en een groep met meer traditionele ethische opvattingen alsmede sommige voorstanders van een uitzinnige 'hoge' cultuur om deze cultuur te veroordelen. Maar dat baat niet. Een methode die er wel toe zou kunnen bijdragen dat de mensen die bij deze cultuur betrokken zijn (en op een bepaald niveau is dat iedereen, zelfs de critici, zou ik willen beweren) veranderden, zou zijn door sympathiserend in te gaan op het bezielende ideaal ervan en te proberen te laten zien wat het werkelijk vraagt. Maar wanneer het ideaal bij voorbaat wordt veroordeeld en belachelijk gemaakt, samen met de bestaande praktijk, verharden zich de stellingen. De critici worden afgeschreven als pure reactionairen en er vindt geen heroverweging plaats.

Wat er in de daaruit volgende polarisatie tussen fans en criticasters precies verloren gaat, is een goed begrip voor dit ideaal. Beide groepen zweren in zekere zin samen om het gelijk te stellen aan zijn laagste, meest egocentrische uitdrukkingsvormen. Tegen deze samenzwering dient het herstelwerk gericht te zijn dat ik in zekere zin in de voorgaande hoofdstukken heb geschetst.