Emotionele intelligentie


Goleman, Daniel

Emotionele intelligentie & emotionele intelligentie in de praktijk

Amsterdam Contact,1996,1998

p.309-310 (einde boek)

Karakter, moraal en democratische bekwaamheden

Er bestaat een ouderwets woord voor de gezamenlijke vaardigheden die emo­tionele intelligentie vertegenwoordigt: karakter. Karakter, zo schrijft Amitai Etzioni, sociaal theoreticus aan de George Washington Universiteit, is de `psychische spier die nodig is voor moreel gedrag.' En volgens de filosoof John Dewy heeft een morele opvoeding vooral dan kracht, wanneer kinde­ren niet alleen abstracte lessen leren, maar leren aan de hand van werkelijke gebeurtenissen - zoals gebeurt bij programma's in emotionele ontwikke­ling.''

Als karakterontwikkeling één van de fundamenten is van een democrati­sche samenleving, laten we dan eens een aantal aspecten bekijken waarmee emotionele intelligentie dit fundament onderbouwt. Karakter is gestoeld op zelfdiscipline; een deugdzaam leven is gebaseerd op zelfcontrole, zoals filo­sofen sinds Aristoteles al beweren. Daaraan verwant is een andere bouwsteen van karakter: het vermogen om jezelf te motiveren en te gidsen, of je nu je huiswerk maakt, een klus afmaakt of 's morgens moet opstaan. En, zoals we hebben gezien, is uitstel van beloning en het beheersen en kanaliseren van de aandrang tot handelen een fundamentele emotionele vaardigheid, één die in vroeger tijden wilskracht werd genoemd. `Om anderen recht te doen, moeten we onszelf, onze lusten en passies, beheersen,' noteert Thomas Lickona over karakteropvoeding. Er is wilskracht nodig wil de rede de emotie kunnen beheersen.'

Het is in sociaal opzicht een voordeel om een zelfzuchtig perspectief en dito impulsen opzij te kunnen schuiven: het opent de weg tot empathie, tot werkelijk luisteren, tot jezelf verplaatsen in een ander. Zoals we hebben ge­zien, leidt empathie tot zorgzaamheid, altruïsme en compassie. Door je in een ander te kunnen verplaatsen, houden gekleurde stereotypen geen stand; tolerantie en de acceptatie van verschillen groeien. Onze pluralistische maat­schappij doet een steeds groter beroep op deze capaciteiten, zodat mensen in wederzijds respect samen kunnen leven en er een mogelijkheid ontstaat tot een produktieve publieke dialoog. Dit zijn fundamentele democratische bekwaamheden.'­

Scholen, aldus Etzioni, spelen een centrale rol bij karaktervorming omdat ze kinderen zelfdiscipline en empathie bijbrengen, wat weer werkelijke toewijding aan burgelijke en morele waarden mogelijk maakt.` Het is hiertoe niet voldoende om kinderen over waarden de les te lezen: ze moeten ermee oefenen. Dat gebeurt wanneer kinderen de emotionele en sociale basisvaar­digheden opbouwen. In dit opzicht gaat emotionele ontwikkeling hand in hand met de opvoeding in karakter, morele ontwikkeling en burgerschap.

Een laatste woord

Nu ik de laatste hand leg aan dit boek, valt mijn oog op een aantal zorgwek­kende krantenberichten. Eén vermeldt dat vuurwapens in de Verenigde Staten doodsoorzaak nummer één zijn geworden, belangrijker dan verkeersonge­vallen. In een tweede staat dat het aantal moorden het afgelopen jaar met 3 procent is gestegen." Bijzonder verontrustend is de voorspelling door een cri­minoloog in dat tweede artikel dat we aan de vooravond staan van een 'mis­daadgolf die ons in het komende decennium te wachten staat. Als grond voert hij aan dat het aantal moorden door tieners van niet ouder dan veertien, vijf­tien jaar stijgende is en dat die leeftijdsgroep het topje van een kleine ge­boortegolf vertegenwoordigt. In het komende decennium is deze groep acht­tien tot vierentwintig jaar oud, de leeftijd waarop het aantal geweldsdelicten van een crimineel zijn piek bereikt. De voorboden kondigen zich al aan: een derde artikel vermeldt dat cijfers van het ministerie van justitie tussen 1988 en 1992 een groei te zien geven van 68 procent van het aantal jongeren dat is aangeklaagd wegens moord, zware mishandeling, beroving en verkrachting. Het aantal zware mishandelingen alleen is zelfs 8o procent gestegen.

Deze tieners vormen de eerste generatie die niet alleen gemakkelijk kan beschikken over gewone vuurwapens, maar ook over automatische wapens, zoals de generatie van hun ouders de eerste was voor wie verdovende mid­delen ruim voorhanden waren. Dat tieners vuurwapens bij zich dragen, be­tekent dat meningsverschillen die vroeger tot een handgemeen hadden ge­leid, nu gemakkelijk kunnen ontaarden in een schietpartij. En deze tieners zijn, om met een andere deskundige te spreken, `gewoon niet erg goed in het voorkomen van ruzies'.

Eén reden dat ze deze fundamentele levensvaardigheid zo slecht beheer­sen is vanzelfsprekend dat wij als maatschappij niet de moeite hebben ge­nomen om ervoor te zorgen dat elk kind les heeft gekregen in de grondbe­ginselen van woedebeheersing of van het op een positieve manier oplossen van conflicten - en evenmin hebben we ons ingespannen om hen empathie, impulscontrole of een van de andere fundamenten van emotionele vaardig­heid bij te brengen. Door het leren van emotionele vaardigheden aan het toe­val over te laten, lopen we het risico dat we de mogelijkheid die de langza­me rijping van de hersenen ons biedt om kinderen een gezond emotioneel repertoire te bij te brengen, grotendeels ongebruikt laten.